Mankementen in tabaksakkoord

De kritiek op het vorige week bereikte akkoord tussen de Amerikaanse tabaksindustrie en officieren van justitie van veertig staten neemt toe, nu de bijzonderheden duidelijker worden.

NEW YORK, 26 JUNI. Adviseurs van president Clinton hebben het tabaksakkoord een “akkoord met mankementen” genoemd. En een panel bestaande uit vertegenwoordigers van de gezondheidssector noemde het 68 pagina's tellende werkstuk gisteren “onaanvaardbaar”. Ook andere critici denken dat de tabaksbedrijven er met een betaling van 368,5 miljard dollar te gemakkelijk afkomen.

Inmiddels zijn meer bijzonderheden over het akkoord naar buiten gekomen. Waarnemers kijken nu naar de details en beleggers schatten de financiële consequenties in voor de tabaksbedrijven. Die houden zich muisstil en geven geen enkel commentaar op het ontwerp-akkoord tussen de industrie en de officieren van justitie van veertig staten. Het wachten is op de eerste officiele reacties van het Witte Huis en commissies van het Congres. Het Congres zal zich op z'n vroegst dit najaar buigen over het akkoord en het mogelijk als wet aannemen. Daarmee zal de tabaksindustrie voor 25 jaar zijn vrijgesteld van bijna alle claims.

Het grootste Amerikaanse tabaksbedrijf Philip Morris zal het leeuwendeel van de betalingen op zich nemen. Het heeft immers 49 procent marktaandeel in de VS en laat daarmee nummer twee, RJR Nabisco met 25 procent, ver achter zich. Philip Morris produceert onder meer Marlboro. Een op de drie verkochte sigaretten in de VS is van dat merk. Marlboro heeft 8,25 procent marktaandeel in de wereldwijde sigarettenverkoop.

De betaling van de 368 miljard dollar is gespreid over 25 jaar. Bij de ondertekening moet de industrie 10 miljard op tafel leggen. In het eerste jaar 8,5 miljard en in de jaren daarna telkens iets meer. Vanaf het vijfde jaar wordt dat bedrag 15 miljard dollar en dat blijft zo tot en met het 25ste jaar. De eerste acht jaar gaat een deel van het jaarbedrag in een gezondheidsfonds dat op die manier 20 miljard dollar krijgt om antirookcampagnes te financieren.

Het akkoord gaat er vanuit dat het aantal verkochte sigaretten in de Verenigde Staten constant blijft. Als dat aantal daalt mag de industrie evenredig minder betalen, tenzij de winst uit binnenslands verkochte sigaretten stijgt. In dat geval gaat er een kwart van de reductie af. Daarmee wordt voorkomen dat de industrie winst blijft maken wanneer het aantal rokers afneemt en alleen de echte verslaafden de rekening gepresenteerd krijgen.

Van de eerste aanbetaling van 10 miljard dollar neemt Philip Morris 6,5 miljard voor z'n rekening. RJR Nabisco betaalt dan slechts 600 miljoen dollar omdat het concern er slechter voor staat. Nummer drie, Brown & Williamson, onderdeel van het Britse BAT Industries, heeft een marktaandeel in de VS van 16 procent en betaalt 1,7 miljard dollar.

De industrie heeft onderling lang overlegd om tot een evenwichtige verdeling van de betalingsverplichtingen te voorkomen. Philip Morris betaalt een evenredig groot aandeel maar staat er ook het sterkst voor. De volgende betalingstermijnen voor de participanten worden vastgesteld op basis van marktaandeel.

Volgens critici valt er wel iets af te dingen op de financiële lasten voor de sigarettenmakers. “De betalingen kunnen in de boeken als zakelijke kosten”, aldus Edward Sweda van de Tobacco Products Liability Project aan de Northeastern University in Boston. “Het betekent dat die kosten aftrekbaar zijn, dus dat levert alles bij elkaar al 100 miljard dollar op.” Sweda denkt dat door pakjes sigaretten in de VS met 75 dollarcent in prijs te verhogen de industrie het hele bedrag kan terugverdienen. Hij schat dat 10 tot 15 procent van de rokers minder rookt of stopt vanwege de prijsstijging.

In vijf jaar moet volgens het akkoord het roken onder jongeren zijn teruggebracht met 30 procent, in zeven jaar met 50 en in tien jaar met 60 procent.

Voor elk procentpunt dat niet wordt bereikt, betaalt de industrie 80 miljoen dollar maar voor elke extra procent die ze halen worden ze beloond met 80 miljoen. Sweda denkt dat dit zo'n gering bedrag is dat het van ondergeschikt belang zal zijn.

Een ander financieel voordeel is dat de dreiging van boetes in processen wegvallen door het akkoord. Die boetes zijn in de VS vaak exorbitant hoog. Het gevolg daarvan is een stijging van de tabaksaandelen. Ook zijn er in het akkoord, zoals het er nu ligt, geen beperkingen op verkopen buiten de VS dus daar kunnen de tabaksproducenten nog zo veel verkopen als ze willen.

Hoewel de industrie hevig beperkt zal worden in marketing en reclamemogelijkheden, denkt Sweda niet dat ze op die uitgaven zullen bezuiningen. “Ik denk dat de tabaksfabrikanten nieuwe manieren zullen zoeken om hun markt te benaderen en hun product te verkopen”, zegt hij. “Ze zijn altijd al erg vindingrijk geweest.”