LESMETHODEN

Het reguliere onderwijs werkt sinds enige tijd met zogeheten kerndoelen, die de vereiste kennis van scholieren beschrijven.

Basisschool Er zijn geen richtlijnen voor het aantal uren geschiedenisonderwijs. De meeste lesmethodes gaan uit van dertig lessen per jaar in de vier hoogste groepen. De nadruk ligt vooral op vaardigheden en historisch besef. De aan het eind van de basisschool vereiste kennis is in vier punten samengevat: 'Willem van Oranje en het ontstaan van de Nederlandse staat in de Tachtigjarige Oorlog' (1), de Tweede Wereldoorlog (2) en de ontwikkeling van de nomadische naar de agrarische (3) en naar de industriële samenleving (4).

Basisvorming Geschiedenis is een soort socialisatiecursus geworden, met veel aandacht voor Nederland-anno-nu. Van het verleden komen aan de orde: economie, godsdienst en rijk en arm in de Republiek. Verder wordt de politieke ontwikkeling van de Nederlandse staat in 'hoofdlijnen' behandeld, evenals de verhouding tot West- en Oost-Indië. Voor de basisvorming geldt een advies van tweehonderd uur geschiedenisonderwijs: één jaar met één lesuur en twee jaar met twee lesuren per week. De verschillende niveaus (LBO, Mavo, Havo, VWO) moeten met één gezamenlijk boek toekunnen.

Bovenbouw Na de basisvor- ming kunnen de leerlingen geschiedenis laten vallen. Het vak is echter redelijk populair. Op het centrale eindexamen heeft ten minste een van de twee onder- werpen betrekking op Nederland en zijn koloniën/rijksdelen.

INBURGERING

Vanaf 1 januari 1998 is het inburgeringsprogramma voor nieuwe Nederlanders verplicht. Een van de vragen die de beleidsmakers bezighielden: hebben nieuwkomers geschiedenis nodig om zich in Nederland te kunnen redden? Voor een inburgeringsprogramma is vijfhonderd uur beschikbaar. Daarvan zal zo'n vierhonderd tot vierhonderdvijftig uur opgaan aan het leren van de Nederlandse taal. Voor de andere twee componenten van het programma, maatschappijoriëntatie en beroepenoriëntatie blijft dus slechts 50 tot 100 uur over.

Met deze beperkte ruimte in het achterhoofd heeft een commissie voor het ministerie van OCW de 'eindtermen breed maatschappelijk functioneren en sociale redzaamheid' opgesteld.

Toch hebben zij niet alleen maatschappelijk relevante zaken willen opnemen in het programma. De commissie constateert dat de nieuwkomers zelf ook bepaalde wensen hebben. Daarom heeft de commissie naast de 'need-to-knowdoelen' ook een aantal 'nice-to-knowdoelen' geformuleerd. In die laatste categorie valt de Nederlandse geschiedenis. Ook in de multimediale methode Eerste Hulp Bij Nederland die nu wordt ontwikkeld voor nieuwkomers zal geschiedenis een kleine plaats innemen. In ieder geval komen de koloniale geschiedenis van Nederland en de Tweede Wereldoorlog aan bod.

Voor de nieuwkomer die meer wil weten heeft de (semi)overheid de volgende publicaties te bieden: Nederland in kort bestek (ministerie van Buitenlandse Zaken 1997), verschenen in diverse talen, en The Low Sky; Understanding the Dutch (Scriptum Books/Nuffic 1996), in het Engels.