Kamer verdeeld over loting

DEN HAAG, 26 JUNI. De Tweede Kamer is verdeeld over het gemiddelde cijfer dat zonder loting direct toegang geeft tot een opleiding aan een universiteit of hogeschool waarvoor een studentenstop geldt. In een overleg in de Tweede Kamer over het probleem van de loting, koos de VVD voor het cijfer 7,5 terwijl CDA en PvdA kunnen instemmen met een 8.

Volgens het Tweede-Kamerlid De Vries (VVD) kunnen leerlingen een 7,5 halen door hard te werken. Minister Ritzen is juist bang voor een “ongebreidelde cijferjacht” op de middelbare scholen als scholieren denken dat zij kunnen voldoen aan de eis voor rechtstreekse toelating.

PvdA en CDA kunnen instemmen met het cijfer 8, zoals minister Ritzen heeft voorgesteld. Hij kwam tot die keuze, nadat een commissie de problemen rond de gewogen loting nader had onderzocht. De discussie hierover laaide vorig jaar weer op, toen een gymnasiaste uit Maassluis, Meike Vernooy, werd uitgeloot voor de studie geneeskunde ondanks haar extreem hoge cijfers op het eindexamen.

De vervolgens ingestelde commissie Drenth heeft geadviseerd de helft van de beschikbare plaatsen in een opleiding toe te wijzen aan de gegadigden met de hoogste cijfers. Al naar gelang de bereikte resultaten op de eindexamens zou dat neerkomen op een gemiddeld cijfer van 7,2 of 7,3.

Hoewel PvdA en CDA minister Ritzen eventueel wel willen volgen in diens keuze van een grens bij het cijfer 8, voelen zij ook wel voor een systeem waarbij iedere student moet loten. Maar daarbij zou dan wel de hoogte van het cijfer meer dan in het huidige systeem bepalend moeten zijn voor de kans om te worden ingeloot.

D66 liet de hoogte van het eindcijfer in het midden. “Naast cijfers moeten motivatie, werkervaring en onderzoekservaring ook meespelen”, aldus D66-woordvoerster Jorritsma. De partij wil verder dat hogescholen en universiteiten 30 procent van de studenten zelf kunnen aannemen.

Ook Lansink (CDA) pleitte er voor dat universiteiten meer ruimte krijgen, bijvoorbeeld 20 procent, om zelf studenten toe te laten, en hij wil dat experimenten daarmee mogelijk worden.

Minister Ritzen toonde zich niet ongevoelig voor de wens vanuit de Kamer een experiment uit te voeren met een gedecentraliseerde toelating van studenten.

De volgende stap na dit algemeen overleg is, dat de minister kan gaan werken aan een wetswijziging. Dat voorstel komt dan opnieuw naar de Kamer.