JAARTALLEN

Honderd-en-enige belangrijke jaartallen uit de Nederlandse geschiedenis:

Romeinen en Germanen De Romeinse tijd brengt, ook in de Lage Landen, versnelde ontwikkeling: aanleg van wegen, legerplaatsen, grote boerderijen en nederzettingen waaruit later onder meer Maastricht, Nijmegen en Utrecht ontstaan. Economische bloei, vooral in de tweede eeuw.

58 v.Chr.-51 v.Chr. Onder leiding van Julius Caesar veroveren Romeinen het gebied tussen Seine en (oude) Rijn. Germanen ten westen en ten zuiden van de Rijn onderwerpen zich.

69-70 n.Chr. Bataafse opstand tegen de Romeinen. De opstand wordt vanaf de 16de eeuw gezien als een van de grondslagen van de Republiek ('Bataafse mythe').

Ca. 375 Begin van Grote Volksverhuizing. Germaanse invallen in Gallië, grote overstromingen in het deltagebied. Kleinere Germaanse stammen gaan op in grote: Friezen (noord en west), Saksen (oost) en Franken (zuid).

Franken Na de val van het Romeinse Rijk (476) volgen enkele chaotische eeuwen. Uit het gebied van een van de Germaanse stammen groeit een nieuw rijk.

Ca. 400 Romeinen laten de verdediging van de noordgrens over aan de Franken, afkomstig uit het gebied van de Beneden- en Midden-Rijn, die zich in Txandrië (Brabant) hadden mogen vestigen.

Ca. 500 Veroveringen door het Frankische stamhoofd Clovis, uit het geslacht der Merowingen. Het Frankische Rijk zal het gebied beslaan van het huidige Zuid-Nederland, België, Frankrijk en van Duitsland tot ver ten oosten van de Rijn. Clovis wordt christen

- het begin van uitgebreide kerstening in Noordwest-Europa.

695 Willibrord, een Angelsaksische monnik, wordt 'bisschop der Friezen'.

754 De Angelsaksische prediker Bonifatius wordt in Dokkum vermoord door heidense Friezen.

768 e.v. Karel, uit een geslacht van machtige hovelingen onder de Merowingen, vestigt zijn heerschappij in het Frankische rijk: het begin van Karolingische tijd.

800 Karel de Grote, die zichzelf ziet als opvolger van de Romeinse keizers, in Rome tot keizer gekroond.

810-ca. 1000 Invallen van de Noormannen.

814 Karel de Grote sterft. Opvolger: Lodewijk de Vrome.

843 Verdrag van Verdun, eerste van een reeks verdragen ter verdeling van het Karolingische rijk. De huidige Nederlanden vallen grotendeels toe aan het 'middenrijk' van Lotharius. Vlaanderen komt bij West-Frankenland.

Kleine leenstaten Door verzwakking van het centrale gezag, invallen van de Noormannen en koninklijke schenkingen ontstaan half-onafhankelijke vorstendommetjes. De relaties tussen hoge en lagere heren en het volk komen vast te liggen in het feodale stelsel (leenstelsel). Vanaf de 12de eeuw zijn drie standen te onderscheiden: adel, geestelijkheid en burgerij. Enkele mini-staatjes in deze periode: Holland, Brabant, Gelre en het bisdom Utrecht.

Circa 1000 Aanleg van dijken, begin van de drooglegging van de 'Hollands-Utrechtse laagvlakte'. Oprichting van waterschappen volgt na 1200.

1296 Graaf Floris V, zoon van Willem II ('Der keerlen God' = God van de boeren), wordt bij het Muiderslot door edelen vermoord.

1299 Hollands gravenhuis sterft uit. Holland en Zeeland in personele unie verenigd met Henegouwen.

1346-1354 Met de strijd om de opvolging van de kinderloos gestorven graaf Willem IV beginnen in Holland de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Dergelijke twisten zullen tot het einde van de 15de eeuw nog diverse malen opduiken. Ze dragen bij tot vorming van een vertegenwoordiging waarin adel en steden politieke invloed kunnen uitoefenen op de graaf (Staten).

1356 Hertogin Johanna van Brabant en haar echtgenoot bezweren bij hun intocht de Blijde Inkomste, die een belangrijke beperking inhoudt van de macht van de vorst.

Bourgondiërs In West-Europa ontwikkelt zich omstreeks 1400 een nieuwe machtsfactor: de hertogen van Bourgondië.

Doel van de hertogen in de tweede helft van de 15de eeuw is een 'koninkrijk Friesland' te vestigen, van de Waddenzee tot Bourgondië - de restauratie van Lotharius' 'middenrijk' uit de 9de eeuw.

1369 Hertog Filips van Bourgondië ('de Stoute'), jongste zoon van de Franse koning, verwerft door huwelijk het graafschap Vlaanderen: het begin van de Bourgondische expansie in de Nederlanden.

1428 'Zoen van Delft' (zoen = verdrag). Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, staat haar gebied af aan hertog Filips van Bourgondië.

Pagina 3:

1464 Filips de Goede roept vertegenwoordigers van de gewesten in de Nederlanden bijeen - de eerste vergadering van de Staten-Generaal.

1477 Einde van de Bourgondische expansie. Maria van Bourgondië moet de Staten-Generaal het zogenoemde Groot Privilege verlenen dat haar gezag aanzienlijk beknot. Maria is gehuwd met een zoon van de Duitse keizer. Een nieuwe episode doemt op: de Habsburgse.

Habsburgers Centralisme en streng toezicht op het naleven van de katholieke geloofsregels kenmerken het bestuur in het Habsburgse rijk. Het leidt tot een langdurige opstand in de Noordelijke Nederlanden.

1500 Geboorte van Karel V, heer der Nederlanden (1506), koning van Spanje (1516), keizer van het Duitse rijk (1519).

1533 Geboorte van Willem van Nassau, die op elfjarige leeftijd het Zuid-Franse prinsdom Oranje en aanzienlijke goederen in de Nederlanden erft van zijn neef René van Châlon.

1548 Oprichting van een Bourgondische Kreits: de bekroning van de politiek van Karel V om de Nederlanden in zijn greep te krijgen. Voor het eerst zijn zeventien Nederlandse gewesten (tien zuidelijke en zeven noordelijke) in één verband verenigd. Stadhouders komen aan het hoofd te staan van gewesten.

1555 Karel V draagt in Brussel de regering over aan zijn zoon Filips II. Filips, fel antiprotestants, blijft hoge belastingen eisen, ondanks de sociaal-economische depressie.

1559 Filips II vertrekt voorgoed uit de Nederlanden. Margaretha van Parma wordt landvoogdes.

1566 Hoge graanprijzen, met hongersnoden tot gevolg, leiden tot een geladen stemming in de gewesten. Een Verbond van (driehonderd) Edelen wendt zich op 5 april tot de landvoogdes met een smeekschrift, waarin zij 'moderatie' vragen: minder belasting, meer religieuze vrijheid. Op 10 augustus wordt in de West-Vlaamse plaats Steenvoorde de eerste katholieke kerk geplunderd. Deze Beeldenstorm verspreidt zich in twee maanden over de Nederlandse gewesten.

1567 Hoewel de rust is teruggekeerd, stuurt Filips in de zomer een leger van huurlingen onder leiding van de hertog van Alva. Een speciale rechtbank - de Raad van Beroerten (bloedraad) - velt 1.100 doodvonnissen tegen 'ketters'.

Tachtigjarige Oorlog De Opstand slaagt in de Noordelijke Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden blijven geregeerd door Spaanse en (in de 18de eeuw) Oostenrijkse vorsten.

1568 Willem van Oranje brengt voor eigen rekening in Duitsland een leger op de been en valt de Nederlanden binnen. Ondanks een overwinning in de Slag bij Heiligerlee mislukt de veldtocht. In mei laat Alva, inmiddels landvoogd, uit vergelding de graven Egmond en Horne onthoofden in Brussel.

1572 Een vloot van Watergeuzen bezet op 1 april het Hollandse Den Briel: een impuls voor de Opstand. Diverse Zeeuwse en Hollandse steden kiezen partij voor Oranje. In juli volgt de eerste zelfstandige vergadering van de Staten van Holland.

1573 Haarlem valt in juli weer in Spaanse handen, ondanks verzet van de legendarische volksheldin Kenau Simonsdochter Hasselaar. Alkmaar weet zich staande te houden ('Bij Alkmaar begint de victorie'). In december begint het eerste Beleg van Leiden.

1574 Inval door Oranje-leger in Limburg, om de Spanjaarden bij Leiden weg te lokken. Dat lukt, maar de Slag op de Mokerhei die volgt, wordt een mislukking. De Spaanse troepen keren terug voor het tweede Beleg van Leiden. Doorgestoken dijken verdrijven de Spanjaarden op 3 oktober uit hun schansen.

1576 Pacificatie van Gent, waarbij de Staten-Generaal van de Nederlandse gewesten zich aansluiten bij de Hollands-Zeeuwse opstand.

1579 Unie van Atrecht: twee zuidelijke gewesten beloven het Spaanse gezag weer te erkennen. Unie van Utrecht: noordelijke gewesten besluiten, samen met enkele Vlaamse en Brabantse steden, de strijd tegen de Spanjaarden voort te zetten. In deze unies ligt de kiem van de scheiding tussen noord en zuid.

1580 Filips II doet Willem van Oranje in de ban. Wie hem vermoordt, wordt 25.000 gulden en verheffing in de adelstand in het vooruitzicht gesteld. Oranje verdedigt zich in een Apologie, waarin hij de trouw aan de koning opzegt.

1581 Plakkaat van Verlatinge: zeven noordelijke gewesten besluiten de koning niet langer te erkennen.

1584 Willem van Oranje wordt in Delft vermoord door Balthazar Gérards, een fanatieke katholiek.

1585 Antwerpen valt weer in Spaanse handen. Tienduizenden calvinisten vluchten naar het noorden: een impuls voor de Hollandse steden, met name voor Amsterdam. Vervolg op pagina 4 Pagina 4:

1588 De Zeven Verenigde Nederlanden besluiten hun verbond als republiek, zonder vorst, voort te zetten. Johan van Oldenbarnevelt, raadpensionaris (hoogste ambtenaar) van de Staten van Holland, wordt een krachtige politieke leider, prins Maurits een groot militair strateeg.

1590-1598 Het tij keert voor de Republiek, nadat de Spanjaarden aanvankelijk grote delen van de opstandige gewesten hebben bedwongen. In maart 1590 wordt Breda veroverd, dankzij het turfschip.

1598 Filips II sterft. Het bewind over de Nederlanden laat hij na aan zijn dochter Isabella, gehuwd met aartshertog Albrecht van Oostenrijk.

1600 Slag bij Nieuwpoort. Op aandringen van Oldenbarnevelt probeert Maurits' leger Duinkerken te bereiken om kapers uit te schakelen. Dat lukt niet, ondanks zijn zege op Spaanse troepen bij het West-Vlaamse Nieuwpoort. Maurits keert woedend terug in de Nederlanden: het begin van de verwijdering tussen hem en de raadpensionaris.

Gouden Eeuw Economische en culturele bloeitijd in de Republiek die grote politieke macht heeft.

1602 Oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voor de handel op Azië.

1609-1621 De Republiek sluit een Twaalfjarig Bestand met de Habsburgse vorst, zeer tegen de zin van Maurits. Rondom Oldenbarnevelt en Maurits vormen zich facties, aangewakkerd door een theologisch dispuut tussen de hoogleraren Arminius (Remonstranten) en Gomarus (Contra-Remonstranten). Oldenbarnevelt kiest voor Arminius, Maurits voor Gomarus. Burgeroorlog dreigt.

1618 Op de Dordtse synode, bijeengeroepen door de Staten-Generaal, wordt het dispuut beslecht ten gunste van de Contra-Remonstranten. Tevens valt het besluit de bijbel uit de Hebreeuwse en Griekse grondteksten te vertalen in het Nederlands. Deze Statenvertaling, die in 1637 klaar is, krijgt grote betekenis voor het Nederlandse protestantisme, de cultuur en de taal.

1619 Oldenbarnevelt, gearresteerd in augustus 1618, wordt in mei 1619 onthoofd op het Binnenhof in Den Haag. Hugo de Groot, rechtsgeleerde, pensionaris van Rotterdam, wordt veroordeeld tot levenslange detentie op Slot Loevestein. In 1621 ontsnapt De Groot in een boekenkist.

1621 Oprichting van de West-Indische Compagnie, voor handel op Amerika.

1625 Maurits sterft. Zijn broer Frederik Hendrik volgt hem op: een groot talent in politieke en militaire zaken.

1626 e.v. Samen met zijn neef Ernst Casimir, stadhouder van Friesland en Groningen, begint Frederik Hendrik een succesvolle reeks heroveringen, waarbij zij het noorden van Brabant en delen van Zeeuws-Vlaanderen en Limburg aan de Republiek weten toe te voegen.

1628 Vlootvoogd Piet Heyn maakt bij Cuba een Spaanse zilvervloot buit.

1632 Frederik Hendrik onderneemt pogingen de Zuidelijke Nederlanden te veroveren. Venlo en Roermond komen moeiteloos in zijn handen, maar Maastricht moet eerst worden belegerd.

1637 Frederik Hendrik neemt Breda in, zijn laatste verovering in het zuiden. De grenzen van het latere koninkrijk beginnen zich af te tekenen.

1639 De Spaanse koning vormt opnieuw een Armada, na een eerste mislukte in 1588. Ook de tweede wordt een grote mislukking. Admiraal Tromp verslaat de Spaanse vloot.

1648 Vrede van Munster, einde van de Tachtigjarige Oorlog. De Spaanse koning erkent de 'Verenigde Nederlanden' als soevereine staat.

De soevereine Republiek De oorlog tegen de Spaanse koning is voorbij. Voor de machtig geworden Republiek dienen zich nieuwe vijanden aan. De Republiek raakt intern verdeeld. Orangisten willen de macht van de stadhouder vergroten. Regenten willen meer macht voor de Staten-Generaal.

1650-1672 Eerste stadhouderloze tijdperk. Bij de dood van Willem II besluiten de Staten van Holland en Zeeland geen nieuwe stadhouder te benoemen. De regenten vinden de Oranjes te oorlogszuchtig en te pro-Engels. (Willem II was gehuwd met de Engelse koningsdochter Maria Stuart.) Zeeoorlogen met Engeland volgen (1652-1654 en 1665-1667), waarin een heldenrol is weggelegd voor de admiraals Tromp, De Ruyter en De With.

1672 Het Rampjaar. De Republiek wordt aangevallen door Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen. In Den Haag wordt een volkswoede gekoeld op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt, die op gruwelijke wijze om het leven worden gebracht. Een sterke (militaire) leider moet de dreigende ondergang afwenden: stadhouder Willem III, prins van Oranje. Vrede met Engeland, Munster en Keulen in 1674, vrede met Frankrijk in 1678.

Pagina 5:

1685 Nieuwe (katholieke) dreiging in Frankrijk: Lodewijk XIV herroept het Edict van Nantes uit 1598 dat protestanten enige vrijheid bood. Ruim 70.000 Hugenoten vluchten naar de Nederlanden.

1688 Nieuwe (katholieke) dreiging in Engeland: Engelse protestanten laten de Nederlandse Willem III hun koning Jacobus II verdrijven die te pro-katholieke koers zou volgen. King William I, gehuwd met Jacobus' dochter Maria Stuart, leidt een reeks oorlogen tegen de imperialistische Lodewijk XIV.

1702-1747 Bij de dood van Willem III begint het tweede stadhouderloze tijdperk. (Noordelijke gewesten behouden wel een stadhouder.)

1713 Vrede van Utrecht, vrede met Frankrijk. De zuidelijke Nederlanden komen in Oostenrijkse handen.

1747 Nieuw Frans gevaar. De Republiek doet weer een beroep op een Oranje-vorst: de Friese stadhouder Willem IV, verre neef van Willem III, wordt stadhouder in alle gewesten. De latere Nederlandse koning-(inn)en stammen af van Willem IV. Willem IV sterft in 1751 en wordt opgevolgd door zijn zoon Willem V. Beiden zijn weinig krachtige leiders. Het bestuur in de Republiek raakt verlamd door alle mogelijke misstanden. Groeiend pauperdom tegenover pronkende regenten ('pruikentijd').

1780-1784 De Vierde Engelse Zeeoorlog brengt de toch al zwakke economie ernstige schade toe. Oranje krijgt de schuld. Weerstand tegen de Oranjepartij en Regenten-oligarchie bundelt zich in de Patriottenbeweging.

1784 Milities van Patriotten, legertjes van vrijwilligers in diverse steden, organiseren zich landelijk. De steden en gewesten ontnemen stadhouder Willem V steeds meer bevoegdheden. Patriotten en prinsgezinden raken slaags. Willem V wijkt uit, eerst naar Apeldoorn, later naar Nijmegen.

1787 Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van Willem V, gaat op weg van Nijmegen naar Den Haag om leiding te geven aan Orangisten die het dreigen af te leggen tegen een nieuw patriottisch bewind. Een vrijkorps uit Gouda houdt haar tegen bij de Goejanverwellesluis. Wilhelmina, zuster van de Pruisische koning, voelt zich vernederd. Enkele maanden later valt een Pruisisch leger het land binnen en herstelt het bewind van de Oranjepartij. Duizenden patriotten vluchten naar Frankrijk, waar zij getuige zijn van de Franse Revolutie. Geladen zullen zij terugkeren in de Nederlanden.

Franse tijd De Republiek wordt in 1795 door Franse troepen bezet en blijft tot 1813 - indirect en direct - onder Frans bewind.

1795 Inval van het Franse leger, vlucht van de stadhouderlijke familie. Nederlandse patriotten stichten de Bataafse Republiek. Een politieke revolutie: de Nederlandse statenbond wordt vervangen door een eenheidsstaat, die in 1798 vorm krijgt in de eerste grondwet. De oorlogen van Napoleon en zijn anti-Engelse economische politiek zijn een ramp voor de Hollandse handel.

1806-1810 Koninkrijk Holland, onder leiding van Lodewijk Napoleon, broer van Napoleon - een toegewijde vorst.

1810-1813 Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk.

1813 Val van Napoleon. Het Congres van Wenen, in 1814/1815, wil de oude orde in Europa restaureren.

Koninkrijk der Nederlanden Uit de chaos na de napoleontische tijd ontstaat het Koninkrijk der Nederlanden, waarin de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden voor korte tijd verenigd zijn.

1813 Een kleine groep prominente politici nodigt een vorst uit, die in 1814 de titel koning aanneemt: koning Willem I, zoon van stadhouder Willem V. Het Wener Congres besluit in 1815 de noordelijke en zuidelijke Nederlanden te verenigen om tegenwicht te bieden aan het getemde Frankrijk. Willem I voert een krachtige economische politiek. Het kost hem moeite de politieke macht te delen met de Staten-Generaal.

1830 Onrust in België leidt tot afscheiding van de Nederlanden. In 1831 erkennen de Europese staten het Belgische koninkrijk.

1840 Willem I wordt opgevolgd door zijn zoon Willem II, minder autoritair dan zijn vader maar vrij conservatief. Onvrede en onrust voeden het streven onder de burgerij (liberalen) naar meer greep op de landspolitiek.

1848 Onder dreiging van revolutie, zoals elders in Europa, aanvaardt Willem II een nieuwe, liberale grondwet, geschreven door J.R. Thorbecke. De koning regeert voortaan onder ministeriële verantwoordelijkheid. Samen met andere (bestuurlijke) wetten van Thorbecke ontstaat hiermee het Nederlandse staatsbestel dat in grote lijnen nog steeds van kracht is.

Selectie: Gijsbert van Es. Met dank aan prof.dr. E.H. Kossmann, Een uitgebreider overzicht is te vinden op Internet: www.nrc.nl