Hulp aan joden

Nanda van der Zee heeft veel losgemaakt met haar boek 'Om erger te voorkomen' over het lot van de Nederlandse joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor- en tegenstanders zijn het er echter over eens dat uit Nederland in vergelijking met België en Frankrijk veel joden zijn weggevoerd. Telkens kan men lezen dat 75 procent van de Nederlandse joden tijdens de oorlog is omgebracht, 40 procent van de Belgische en 'slechts' 25 procent van de Franse.

Toch is het de vraag of de combinatie van koele rekenarij en moreel-historisch schuldgevoel terecht is. Beziet men de absolute cijfers, dan blijken in zowel België als Nederland 35 à 40.000 joden te zijn gespaard voor de Holocaust. De uitgangsposities waren evenwel anders. In Nederland leefden bij het begin van de bezetting ongeveer 140.000 joden, in België 60 à 65.000. Nederland en België verschilden qua grootte niet zoveel. De oppervlakte van Nederland bedroeg in 1940 33.500 vierkante kilometer. België telde zo'n 3.000 vierkante kilometer ofwel 10 procent grond minder. De Nederlandse bevolking omvatte ongeveer 9 miljoen personen, België had ruim 8 miljoen inwoners.

België en Nederland geleken op twee even grote aquaria, waarin de nationaal-socialistische Judenfischers en hun handlangers vanaf medio 1942 hun slag sloegen. In het ene aquarium bevonden zich onder de 9 miljoen niet-joodse inwoners 140.000 joden, in het andere onder de ruim 8 miljoen niet-joods inwoners 60 à 65.000 inwoners.

Wie wel eens twee even grote aquaria met ongelijke inhoud met een net heeft leeggeschept, weet dat na een aantal keren de inhoud van het ene aquarium die van het andere begint te naderen. Waar veel vissen van een bepaalde soort zwemmen is het aanvankelijk gemakkelijker grote aantallen op te vissen dan in een minder rijk bevolkte bak.

En ongetwijfeld had er ook in Nederland meer gedaan kunnen worden voor joodse landgenoten dan is geschied. Een simpele rekensom van drie percentages van omgekomen joden, die zou moeten aantonen dat de Nederlanders minder behulpzaam zouden zijn geweest dan de Belgen of de Fransen, vraagt echter om een praktische nuancering.