Een helikopterbasis op Oost-Gronings veen

Moet de luchtmobiele brigade naar Oost-Groningen verhuizen? De Kamer dringt vandaag aan op een snel kabinetsbesluit. Werkgelegenheid versus rust en ruimte: de Oost-Groningse gemeenschap is in dubio.

GRONINGEN, 26 JUNI. Na jaren van bodemsanering is Oost-Groningen eindelijk schoon. Dan moet je er geen militair oefenterrein dumpen, vindt J. Stuurwold uit Winschoten. Zij is lid van de actiegroep Anti-MOT (Anti-Militair Oefenterrein), en ze gruwt bij de gedachte alleen al. “Weet je wel hoeveel herrie en milieuvervuiling helikopters veroorzaken? Ze proberen ons weer eens te verleiden met banen, maar daar trappen we niet in.” Maar makelaar R. Wageman uit Oude Pekela wil juist dat een oefenterrein nog liever vandaag dan morgen naar Oost-Groningen komt. Hij heeft liever militairen dan de grote varkensbedrijven die de laatste tijd in Groningen worden gevestigd. “Militairen geven tenminste iets uit.”

De mogelijke komst van een militair oefenterrein voor de luchtmobiele brigade zorgt voor tweespalt in de Oost-Groningse gemeenschap. De rust en ruimte moet je niet bederven met lawaaierige helikopters, zeggen de tegenstanders. De werkloosheid in Oost-Groningen is nog extreem hoog en elke nieuwe baan is welkom, zeggen de voorstanders.

De verhuizing van het oefenterrein van de luchtmobiele brigade van de Eder en Ginkelse Heide op de Veluwe naar Oost-Groningen heeft positieve effecten voor natuur en landschap en regionaal-economische ontwikkeling, concludeert het architecten- en ingenieursbureau Haskoning in een studie die vorige week werd gepubliceerd. Haskoning onderzocht de 'uitplaatsing' in opdracht van Defensie. Oost-Groningen krijgt er volgens het rapport met het oefenterrein 1700 tot 2100 banen bij. De regio Midden-Nederland zal 2600 arbeidsplaatsen verliezen, maar dit negatieve effect zal deze regio kunnen opvangen door de grote economische spankracht, aldus Haskoning. Vooral voor de natuur op de Veluwe heeft het verdwijnen van de luchtmobiele brigade positieve gevolgen. Voor de omwonenden van vliegbasis Soesterberg, waar nu nog de transporthelikopters van luchtmobiele brigade zijn gestationeerd, neemt de geluidsoverlast af.

Eind jaren tachtig kwam een discussie op gang om militaire activiteiten te verplaatsen van waardevolle natuurgebieden naar minder kwetsbare landbouwgronden. Oost-Groningen kwam in beeld voor de luchtmobiele brigade vanwege de hoge werkloosheid en het grote areaal aan braakliggende akkers. Defensie was nooit erg enthousiast, omdat de kosten te hoog zouden worden. Op aandrang van de Tweede Kamer kwam er toch een onderzoek. Met name de PvdA-Kamerleden M. Zijlstra en B. Middel, die zelf in Groningen en Drenthe wonen, pleiten voor voorhuizing van de luchtmobiele brigade. “Het grootste werkgelegenheidsproject voor Noord-Oost-Nederland sinds de verplaatsing van de PTT naar Groningen”, noemde Zijlstra het vorig jaar.

Het kabinet heeft over de verhuizing nog geen standpunt ingenomen. Daarom wil ook Gedeputeerde Staten van Groningen zich er nog niet over uitlaten. Gedeputeerde G. Beukema: “Het is de omgekeerde wereld. De Tweede Kamer wil iets, maar de regering heeft officieel nog het standpunt van het vorige kabinet: geen uitplaatsing. Er moet nu maar eens snel duidelijkheid komen.” Pas dan wil het provinciebestuur de discussie met de bevolking aangaan. Het kabinet zal niet eerder dan in het najaar een besluit nemen, aldus de woordvoerder van staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie). De fracties van de PvdA en het CDA dringen vandaag bij Gmelich Meijling aan op een sneller besluit, zodat nog dit najaar besprekingen kunnen beginnen met de provincie en de gemeenten.

Defensie heeft er in het verleden geen geheim van gemaakt niet veel te zien in een verhuizing naar Oost-Groningen. Alleen als de luchtmobiele brigade ruime mogelijkheden krijgt om te oefenen, niet zoals bij de Eder en Ginkelse Heide voortdurend een tijdrovend bestuurlijk overleg moet voeren en de kosten van de verhuizing niet voor eigen rekening komen, wil Defensie naar Oost-Groningen.

Volgens het rapport-Haskoning zal Defensie in Oost-Groningen problemen ondervinden bij de werving van personeel voor de luchtmobiele brigade. “Dat is erg belangrijk voor ons”, aldus de Defensie-woordvoerder. Maar de hoge kosten van de verhuizing vormen voor Defensie het grootste probleem. Haskoning rekent op 955 miljoen gulden.

De Veenkoloniën zijn volgens het rapport van Haskoning de beste locatie voor de luchtmobiele brigade. Zowel een helikopterbasis als het 1.300 hectare grote oefenterrein zouden het beste daar, ten zuiden van Oude Pekela, kunnen komen. Een andere plek voor de brigade kan volgens Haskoning het Oldambt zijn, maar dat wijst de provincie Groningen bij voorbaat van de hand. In dit gebied bestaan al vergevorderde plannen voor de aanleg van de 'Blauwe Stad', een groot merengebied met 1200 tot 1800 woningen.

Ook bestaat nog een mogelijkheid van 'beperkte uitplaatsing', waarbij Soesterberg wordt gehandhaafd als vliegbasis voor de transporthelikopters van de luchtmobiele brigade. In dat geval komt er in Oost-Groningen alleen een helikopteropstappunt en een oefenterrein. Deze gedeeltelijke verhuizing zou 720 miljoen gulden kosten. “Defensie heeft de laatste jaren al 450 miljoen per jaar moeten bezuinigingen. Dat schept weinig mogelijkheden”, zegt de Defensie-woordvoerder. Het aanboren van Europese fondsen zou volgens staatssecretaris Gmelich Meijling een mogelijkheid kunnen zijn, maar daar ziet de provincie Groningen weer niets in. Europees geld kan maar één keer worden uitgegeven en een militair oefenterrein kan andere investeringen belemmeren. “We hoeven geen sigaar uit eigen doos”, zegt gedeputeerde Beukema.

Volgens J. Stuurwold van actiegroep Anti-MOT is “een groot deel van de Oost-Groningse bevolking” tegen een militair oefenterrein. “Maar er zijn ook nog veel mensen laconiek. Daarom willen we dat Defensie hier eens een oefenvlucht houdt met een zware transporthelikopter, de Chinook.” Ook twijfelt ze sterk aan de effecten die de komst van de luchtmobiele brigade op de werkgelegenheid kan hebben. “Zes jaar geleden had Kamerlid Zijlstra het nog over vijfduizend arbeidsplaatsen, nu zijn ze al gezakt naar tweeduizend. Bovendien is hier bijna geen geschoold militair personeel te vinden. Die halen ze dus van elders. En de partners van de militairen die hier naar toe komen, gaan ook nog eens banen inpikken.”

Maar wethouder E. Kaldijk van de gemeente Pekela blijft “gematigd positief” over de komst van een militair oefenterrein. In Oost-Groningen is ongeveer 22 procent van de beroepsbevolking werkloos. “Als we niks doen krijg je hier gezinnen met twee of drie werkloze kinderen. Daarvoor wil ik geen verantwoordelijkheid nemen.” Hij vindt dat de regio wel garanties moet eisen. Van de tweeduizend banen moeten er ten minste vijfhonderd naar mensen uit de regio gaan. “Als er alleen maar troepen worden aan- en afgevoerd gaat het niet door. We willen hier alles, inclusief een hoogwaardige helikopterbasis”, zegt Kaldijk ferm. “En een helikopter maakt best een mooi geluid.”