Commodore en Tulip: 'twee zwakke eendjes'

ROTTERDAM, 26 JUNI. Schaalvergroting en tientallen miljoenen guldens aan synergievoordelen - mede door 130 banen te schrappen - belooft pc-fabrikant Tulip als gevolg van de voorgenomen overname van branchegenoot Commodore. Grotere inkoopkracht bijvoorbeeld, waardoor leveranciers betere condities kunnen worden afgedwongen. En een betere bezetting van de in april geopende gloednieuwe Tulip-fabriek in Den Bosch, die straks ook Commodores zal produceren.

Hoe overtuigend dit mag klinken, analisten delen het oordeel dat hier sprake is van een lamme en een blinde die elkaar op weg moeten helpen. “Twee zwakke eendjes bij elkaar”, schetst een effectenanalist bij een Amsterdamse bank. “Een noodsprong”, meent Marcel Warmerdam, pc-analist bij marktonderzoeker IDC Benelux.

Voor Tulip, de grootste van de twee, lost de koop van Commodore het probleem niet op dat het merk te klein is om een rol van betekenis te kunnen spelen op de internationale markt. En betere benutting van Tulips assemblage-lijnen betekent voor Commodore zonder twijfel lagere bezetting, of mogelijk sluiting, van zijn eigen splinternieuwe productiehal in Nieuw-Vennep. Beide bedrijven weigeren enig commentaar.

Tulip maakte vorig jaar 10 miljoen gulden verlies op een met één procent gedaalde omzet van 528 miljoen gulden. Het bedrijfsresultaat kwam uit op een verlies van bijna 13 miljoen gulden.

Van Commodore, de voortzetting van de Nederlandse tak van het vorig jaar gefailleerde Duitse Escom, is alleen bekend dat het in de tweede helft van 1996 een omzet behaalde van 152 miljoen gulden. Het bedrijf verkoopt, voor een groot deel via eigen winkels, low budget-pc's. Tulip, Nederlands oudste zelfstandige computerproducent, kampt al geruime tijd met problemen. De onderneming is volgens de cynici 'wereldberoemd in Nederland', en tracht sinds de jaren tachtig internationaal marktaandeel te veroveren omdat het zich te klein weet om zich op lange termijn staande te houden tegenover het geweld van de Aziatische en Amerikaanse miljardenconcerns die de wereldmarkt domineren. “Tulip mist de schaalgrootte en de marktpositie om effectief te concurreren met reuzen als Compaq en Dell, die de continue prijsdalingen op deze markt veel beter kunnen bijhouden”, weet een effectenanalist. Pogingen van het Bossche bedrijf om te groeien hebben de voorbije jaren wel geleid tot een groot aantal verkoopkantoren in vooral Europese landen, maar de effecten daarvan zijn verhoudingsgewijs gering. In Europa, waar Tulip vorig jaar zo'n 95 procent van zijn omzet behaalde, ligt het marktaandeel volgens analist Warmerdam op een schamele 1 procent.

Effectenanalisten erkennen het beursfonds nauwelijks meer te volgen. “Een te hoog risicoprofiel”, verklaart een van hen. Gewezen wordt op de herhaalde strategiewijzigingen, zoals de poging te penetreren op de particuliere markt. Na twee jaar proberen trok het bedrijf zich daarvan begin 1996 weer schielijk terug. Onderhandelingen met een “strategische partner” in Azië leden eind vorig jaar schipbreuk. Een en ander weerhield Tulip er niet van een nieuwe assemblagefabriek te bouwen in Den Bosch. Dat ging ook niet helemaal van een leien dakje. De fabriek kostte 85 miljoen gulden, fors meer dan de begrote 62 miljoen. Het 'opstarten' ervan duurde niet tot maart, zoals voorzien, maar tot mei, waardoor Tulips verlies over de eerste helft van 1997 de - niet nader geduide - prognose overtreft.