Baas van eigen beeld

DEN HELDER-ZUID. Rudy van de Wint is koning van zijn eigen landschap. Hij bestiert veertien hectare duin en dal aan de spoorweg bij station Den Helder-Zuid. Met roestbruine koepels, drie elegante konische groen-grijze metershoge naalden, afgravingen, meertjes en torentjes op een lijn boetseert hij geometrische patronen in het glooiende duin.

Samen met een bioloog maakt hij begrazingsplannen om roestkleurige zuring te laten opbloeien. Over een hoek van het perceel lopen pony's, scholeksters fladderen weg. In zijn groene ribfluwelen pak loopt hij over het gras te bedenken wat er nog bij kan. In een voormalige torpedofabriek in de buurt lassen medewerkers aan zijn nieuwe scheppingen.

De snel wisselende lichtval, zo vlak bij de kust, doet de sculpturen sluimeren of uit de horizon springen. In het binnenste van een soort ijzeren moskee met een lichtkoepel legt Van de Wint al jaren met de penseel het zonlicht vast - een levenswerk dat misschien nooit af komt. Een van de drie konische naalden begroet elke passerende trein met een vlam. Nog uren na een tocht door dit monument van verbeelden spelen de afmetingen en vormen door het hoofd van de wandelaar.

Van de Wint is ook eigenaar van een deel van het gebouw van de Tweede Kamer. Op zich is dat niet bijzonder. Iedereen bezit een deel, want het gaat om het hart van de democratie, het Huis van het Volk. Maar Van de Wint heeft een speciaal recht op de panelen die hij heeft gemaakt, de befaamde paars, rood, geel en blauw opgloeiende achtergrond van de vele debatten, een recht op het beeld. Dat merkte het weekblad Intermediair toen het een foto plaatste van de zaal van de Tweede Kamer met Kamerleden bij een verhaal over de souvereiniteit van de Tweede Kamer. Het weekblad bedoelde de inbreuk van Europa op de nationale democratie. Maar nu bleek dat zelfs de fysieke ruimte van het gebouw niet geheel vrij te zijn. De Stichting Beeldrecht, die Van de Wint en 2.500 andere Nederlandse kunstenaars vertegenwoordigt, eiste 1.551 gulden voor “vergoeding van de geleden schade” wegens de geplaatste foto.

“Het gaat hier niet om een klein zwart-wit-fotootje zoals normaal. De panelen staan in het centrum van de foto. Wij willen daar een discussie over uitlokken met de uitgever”, zegt Marieke van Wijk van de Stichting Beeldrecht die Van de Wint vertegenwoordigt. En inderdaad is op de foto in het weekblad het complete kunstwerk in het midden zichtbaar.

Hoe ver gaat zo'n beeldrecht? Moet de fotograaf van de Erasmus-brug nu ook betalen aan de architect? Moet de camera zwenken voor een afbeelding waar een recht aan kleeft? En is Van de Wint niet al betaald voor zijn kunstwerk? Volgens de Rijksgebouwendienst kostten de panelen 332.000 gulden.

De acht medewerkers van de Stichting Beeldrecht laten zich steeds meer gelden. Ze bladeren door kranten, bladen, kijken naar de televisie om iemand op een inbreuk te betrappen. Wie een foto van de oude gerenoveerde zaal van de Tweede Kamer maakt, moet de makers van de lampen en het tapijt betalen.

De Volkskrant kreeg een claim omdat een gefotografeerde captain of industry in het schootsveld stond van een standbeeld van een boogschutter. Het was een vondst van de fotograaf: de industrieel stond letterlijk 'onder vuur' van de sculptuur. De pogingen van de krant om dergelijke vrije nieuwsgaring te beschermen liepen op niets uit: na een verloren proces is er geschikt. Voortaan wordt er elk jaar afgerekend met Beeldrecht, zoals ook met NRC Handelsblad gebeurt. Ook de NOS betaalt een vast bedrag om van alle problemen af te zijn. De Tweede Kamer zelf mag wel folders maken van haar eigen gebouw. “Wij hebben al voor het kunstwerk betaald”, zegt een woordvoerder van de Rijksgebouwendienst. Kunstenaars die niet bij Beeldrecht zijn aangesloten, krijgen geen geld. Voor hen is het goede reclame.

Volgens Van de Wint is de bescherming nodig. Hij omschrijft zichzelf als romanticus die zijn creaties tegen de stroom in wil beschermen. Buiten zijn eigen kunstkoninkrijkje in Den Helder geniet hij weinig autonomie. De Auteurswet stamt uit 1912 toen er nog niet zo massaal werd gefotografeerd en gefilmd. Sculpturen en schilderijen zijn sindsdien meegezogen in een stroom van voorstellingen waar geld aan wordt verdiend, op kalenders, affiches, de televisie, de krant, speldjes, bierviltjes, reclame. Er is handel in kunst en meestal wordt die niet gedreven door de makers zelf. “We leven in een interpretatiecultuur”, zegt hij. “De bron van de beelden is niet meer interessant. De organisator van een grote tentoonstelling is belangrijker dan de makers van de getoonde kunstwerken. De stippeltjes van Roy Lichtenstein zie je terug in reclames.”

Intermediair drukte een week geleden de foto van de Tweede Kamer nog eens af, maar dan met witte plekken op de plaats van de omstreden panelen. Volgens Van de Wint hebben ze met die witte vlekken in zwarte lijsten inbreuk gemaakt op de auteursrechten van Jacques van der Heiden, een bevriend kunstenaar die dergelijke afbeeldingen maakte.

Van kranten en bladen verschijnen er zo nu en dan een paar honderd gulden op Van de Wints rekening, maar veel merkt hij er niet van. “Alles is afgekocht. Je wordt er niet veel beter van. Je komt eens in de publiciteit en dat is aardig. Je moet roeien met de riemen die je hebt”, zegt hij.

Ontzag voor kunst past bij de tijd. Na de dood van de Schepper in de hemel is de scheppende mens overgebleven. Als enige onderhoudt hij nog contact met de wereld buiten de zintuigen. “Kunst steekt de kop op, waar de religies in gebreke blijven”, schreef Friedrich Nietzsche. Gelovigen mogen God niet zomaar afbeelden. In de Westerse wereld mag een afbeelding niet zomaar worden geregistreerd, tenminste niet zonder toestemming en betaling, zelfs niet in het Huis van het Volk. Maar waar handel is, zullen de handelaars winnen.