Valse schaamte

Onderscheid maken tussen U en non-U taalgebruik duidt op bekrompenheid. Je zou niet op iemand moeten neerzien vanwege de woorden en uitdrukkingen die hij of zij bezigt, bewuste provocaties daargelaten.

Alle discussies over taartjes versus gebakjes, wc versus toilet, oto versus auwto en recentelijk nog zuster versus zus draaien om hetzelfde: een spreker van het Nederlands bedient zich van een volmaakt onschuldig woord en anderen nemen de gelegenheid te baat om de zich van geen kwaad bewuste spreker in het ongelikte-berenhoekje te plaatsen.

Het is daarom zo'n verraderlijk mechanisme, omdat het bij de gewraakte woorden nooit om erkende grofheden gaat, zoals vreten (in plaats van eten), of om schuttingtaal, maar om subtiliteiten waar alleen ingewijden warm voor lopen. Zoals jongeren in bepaalde kringen op oninzichtelijke wijze giebelen over snit en glimvermogen van een verkeerd joggingpak, zo laten non-U-signaleerders zich schokken door iemand die het heeft over de 'nieuwe wagen' en over zijn 'knappe woning'. Maar wat doet het er eigenlijk toe? Komt iemand die blij is met z'n nieuwe wagen meer in aanmerking om uitgelachen te worden dan iemand die blij is met z'n nieuwe oto?

Het past in deze anti-discriminatoire tijd om terughoudendheid te betrachten in het veroordelen van andermans (-vrouws) stijl. De inhoud is wat telt. Laat iedereen zijn woonkamer volproppen met anti-makassars, Perzische tafelkleedjes en geverfde mussen in te kleine vogelkooitjes. Zolang ze hun belasting betalen en de zieke buurvrouw een pannetje soep brengen, valt er niets te kritiseren. Naar eer en geweten probeer ik dit kleinschalig cultuurrelativisme in de praktijk te brengen, maar er zijn grenzen. Mijn persoonlijk Non-U Waterloo is het woord 'verkering'.

Het is een woord dat me de rillingen over de rug laat lopen. Het roept associaties op met een dienstbode die op haar ene vrije avond in de week aan het wachten is op haar vreugdeloze huzaar, die haar na tien vreugdeloze dansavondjes zwijgend zal bezwangeren, waarna de huwelijksfuik onverbiddelijk dichtklapt. Wie verkering heeft, kan geen vreugde ervaren, hoogstens pret. Verkering hebben is plat, ordinair en van een peilloze banaliteit. Je kunt je toch niet voorstellen dat Anton Wachter op verkering met Ina Damman uit was? Haar verafgoden was wat hij wilde en haar tas dragen wat hij deed.

Het woord verkering slaat in z'n bloedeloosheid alles dood wat in de verte met liefde te maken zou kunnen hebben. De verkeringhebbers zeggen ronduit waar het op staat. Zij generen zich niet om aan elkaar te zitten onder het geknipoog van familie en bekenden en elkaar met demonstratieve troetelnaampjes (moppie, scheetje) toe te spreken, alsof het de normaalste zaak van de wereld is!

Dat is de diepere angel van het woord 'verkering': een sfeer van draai er maar niet om heen, doe gewoon wat iedereen doet zonder valse schaamte, net zo min als krolse katten zich ergens voor schamen. Je bent een meid van 15 en je hebt verkering met een leuke gozer. Prima toch? Nu ik erover nadenk, komt er ineens een hele ris van uitgesproken Non-U woorden in me op: 'meid', 'gozer', 'sjans' niet te vergeten en 'stappen' is eigenlijk ook heel erg - allemaal toffe types die heel normale dingen met elkaar doen.

Maar behalve in statistisch opzicht is het helemaal niet normaal, tenminste niet voor iemand die zichzelf maar een greintje bijzonderheid toedicht. Onder de term verkering worden de strikt persoonlijke pieken en dalen van de liefde platgewalst en van hun betekenis ontdaan. Verkering is iets zo doodgewoons dat het saai wordt, saaier dan een wiskundeproefwerk leren of het gootsteenkastje uitmesten.

Het kan me niets schelen of mensen 'op' of 'met' vakantie zeggen en ik probeer ook echt mezelf voor te houden dat mensen die verkering hebben dat zelf helemaal niet saai vinden. Maar elke keer als ik het woord weer hoor, vooral bij tv-programma's met een intermenselijk karakter, word ik mijns ondanks overvallen door diepe treurigheid en redeloze afkeer.