Uitzendbureaus en Melkertbanen; Vechten om een werkloze

Uitzendbureaus hebben een nieuwe markt ontdekt: gesubsidieerde banen. De markt is lucratief, omdat de bureaus 18.000 gulden subsidie krijgen voor iedere geplaatste werkloze. Vooral als ze deze moeilijk plaatsbaren tegen het normale tarief kunnen 'wegzetten'. Bovendien doen de bureaus zo ervaring op met de bemiddeling van langdurig werklozen, want die zijn straks hard nodig als de arbeidsmarkt krapper wordt.

In haar handtas draagt arbeidsconsulente M. Thomassen van Start Uitzendbureau's Premie Pool steevast een rekenmachientje. Razendsnel rekent ze werkgevers voor hoeveel korting ze per uur krijgen als ze een langdurig werkloze 'Melkert II'er' in dienst nemen: de 18.000 gulden per Melkert II-werknemer per jaar die het ministerie van Sociale Zaken bijdraagt, komt neer op ruim een tientje korting per uur. “Dat is ons sterkste wapen”, legt Thomassen uit. “Mij persoonlijk gaat het maar om één ding: dat iemand die al jaren werkloos is, aan de slag kan.”

In de spoelkeuken van het Nijmeegs gezondheidscentrum Sanadome werken sinds kort drie Melkert'ers die Thomassen daar introduceerde. Tijdens haar bedrijfsbezoek aan Sanadome, waar hotelgasten en dagjesmensen in thermale baden plonzen, vraagt personeelschef F. Kop aan Thomassen of ze nog een visagiste in de kaartenbak heeft. “Ja, die heb ik”, reageert Thomassen verrast. Na enig nadenken zegt ze opgewekt: “En ze voldoet nog aan Melkert-criteria ook.” De vreugde is van korte duur, want het blijkt om een deeltijdbaan te gaan en een Melkertbaan is voor minstens 32 uur.

Vijf grote uitzendbureaus - Randstad, Start, Vedior ASB, Content en Manpower - hebben zich sinds vorig jaar gestort op de Melkert II-regeling, waarvoor Thomassen kandidaten en opdrachtgevers zoekt. Melkert II is een verzameling experimenten die eind 1995 begonnen en waarmee vóór eind volgend jaar 20.000 nieuwe tweejarige banen in de marktsector moeten zijn gecreëerd voor langdurig werklozen. De teller staat nu op bijna 12.000 banen - de meeste organisaties bemiddelen in Melkert-contracten van één jaar. Het banenplan is vergelijkbaar met de Melkert I-regeling, met dit verschil dat de 40.000 Melkert I-banen blijvend zijn en alleen bedoeld zijn voor de collectieve sector, bij gemeenten en in de zorg.

Voorwaarde voor de Melkert II-baan is dat deze voorheen niet bestond, zodat bestaand werk niet wordt 'verdrongen'. De apotheekbezorger bijvoorbeeld, die in Amsterdam en Diemen medicijnen en recepten rondbrengt. De belangrijkste eis waaraan de Melkert II-kandidaat moet voldoen is dat hij of zij ten minste een jaar werkloos is. De maximale beloning is 2.664 gulden bruto per maand, 120 procent van het minimumloon.

Het is de bedoeling dat de banen de belastingbetaler niets kosten: de uitkering zet het ministerie om in subsidie voor de werkgever die de werkloze in dienst neemt. Dat bedrag is 18.000 gulden per jaar, voor maximaal twee jaar, ofwel 1.500 gulden per maand. Een gemeente als Amsterdam past daar nog eens 5.000 gulden op jaarbasis bij. De subsidie moet werkgevers over de streep trekken om mensen met enige 'afstand tot de arbeidsmarkt' vast aan te nemen.

Tussen de 30 en 50 procent van de Melkert II-banen komen tot stand via uitzendbureaus. Nauwkeuriger cijfers ontbreken; evaluaties van de Melkert II-regeling van het Amsterdamse onderzoeksbureau Regioplan worden door het ministerie van Sociale Zaken angstvallig geheim gehouden. Na een strenge selectie kregen de uitzendbureaus Randstad, Content, Manpower, Start en Vedior ASB toestemming te bemiddelen in Melkert II-banen. Ze hebben zich als gretige wolven op de langdurig werklozen gestort: alle medewerkers kregen de opdracht hun kaartenbakken om te keren om te zien of er nog mensen in het bestand zaten die voldeden aan de Melkert II-criteria. Aan de regeling is namelijk een kapitaal aan subsidies te verdienen, omdat de uitzendbureaus optreden als werkgever en de langdurig werkloze dus zelf in dienst nemen. Zo incasseren ze de subsidie en kunnen ze naar eigen inzicht hun Melkert II'ers bij bedrijven plaatsen.

Volgens P. Verheij, directeur van de Amsterdamse NV Werk, zenden uitzendbureaus waar mogelijk Melkert II'ers uit tegen normale tarieven. Soms berekenen ze de subsidie door in het tarief van het uitzendbureau, soms niet. Dat gebeurt omdat het mag”, zegt Verheij. Zijn organisatie is in september 1995 opgericht om alle bestaande banenplannen voor de gemeente Amsterdam te coördineren. Sinds de oprichting heeft NV Werk 5.000 werklozen aan een baan geholpen, waarvan een kleine tweeduizend aan een Melkert II-baan. De subsidiestroom voor deze banen loopt vanuit het ministerie via NV Werk naar de werkgevers. “Maar als de werkgever van een Melkert II'er een uitzendbureau is, die vervolgens zo iemand detacheert, dan hebben wij geen zicht meer op de besteding van het voorschot dat wij uitkeren”, legt Verheij uit.

“Als het de uitzendbureaus lukt om Melkert II-mensen tegen het normale tarief te plaatsen, is dat alleen maar toe te juichen, want dan zitten die langdurig werklozen meteen in een volwaardige positie. Het enige wat telt is dat we ze aan het werk krijgen”, vertelt Verheij. Het lijkt hem logisch dat een uitzendbureau zich er eerst van vergewist of er werk is bij een van zijn opdrachtgevers voordat het zelf de rol van werkgever op zich neemt. “Het zijn natuurlijk commerciële organisaties, die uitzendbureaus.” Starts Premie Pool, die geldt als de minst commerciële uitzendorganisatie omdat het voorheen deel uitmaakte van het arbeidsbureau, ziet in enkele gevallen af van detachering, als blijkt dat een werkgever zelf een Melkert II'er in dienst wil nemen.

Uitzendbureaus wijzen unaniem op de kosten die ermee zijn gemoeid om een langdurig werkloze 'marktklaar' te maken. Bij Starts Premie Pool, die de meeste tijd in begeleiding steekt van alle bureaus, geven consulentes sollicitatie-training aan Melkert II'ers. Ze bezoeken hen na een paar weken op hun nieuwe werkplek en houden contact met de personeelschef. Maya Thomassen: “De meeste Melkert II'ers hebben steun nodig - ze hebben tenslotte bewezen dat ze op eigen kracht geen baan kunnen vinden of houden.”

Eén van de drie uitzendbureaus waarmee NV Werk samenwerkt, is Content, waar S. Tammes de landelijke coördinatie van de Melkert II-banen in handen heeft. “Natuurlijk verdienen we aan de regeling, maar we kennen ook onze sociale verantwoordelijkheid”, zegt ze. Het is volgens haar moeilijk langdurig werklozen die geruime tijd van de arbeidsmarkt zijn weggeweest tegen het normale uitzendtarief te plaatsen op banen die voorheen niet bestonden. De Melkert II-subsidie wordt bij Content dan ook in het tarief doorberekend, waardoor de prijs voor de werkgever lager wordt. De kosten - gesprekken en advies - om iemand klaar te maken voor de Melkert II-baan worden weer wel in het tarief verdisconteerd. “We berekenen dezelfde marge, waardoor we evenveel aan een Melkert II'er verdienen als aan een normale uitzendkracht.”

Welk tarief er ook wordt berekend, de uitzendbureaus spinnen garen bij de Melkert II-regeling. Als iemand tegen het normale tarief wordt geplaatst is de subsidie pure winst en als iemand tegen een verlaagd tarief aan een baan wordt geholpen, heeft de concurrentie die niet mag meedoen aan de regeling het nakijken.

Een rekensom van ABN Amro/Hoare-Govedt analist R. Claassen leert dat Vedior ASB in Nederland het meeste profijt trekt van het Melkert II-banenplan, waarvoor in totaal 720 miljoen gulden subsidiegeld is uitgetrokken. Als Vedior zijn 1.180 toegewezen tweejarige Melkert-banen realiseert, verhoogt het de Nederlandse jaaromzet van 1,6 miljard met acht procent. Start Uitzendbureau ziet zijn 1,2 miljard jaaromzet met 10 procent (105 miljoen gulden) stijgen. Voor Randstad geldt een omzetstijging van 20 miljoen (0,5 procent) op een omzet van 3,7 miljard. Van Manpower en Content zijn geen cijfers bekend. “Zo'n regeling is interessant voor uitzendbureaus en levert dus meer werk op dan alle goede voornemens op de Amsterdamse Eurotop”, aldus analist Claassen.

Afgezien van omzet- en winststijging hebben de deelnemende uitzendbureaus een concurrentievoordeel voor de lange termijn ontdekt. De Melkert II-regeling richt zich op doelgroepen die nu nog het stempel 'moeilijk bemiddelbaar' dragen - langdurig werklozen, allochtonen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Uit voorspellingen van onder andere het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt echter dat deze groepen de komende jaren onmisbaar worden voor de arbeidsmarkt. Maar het bemiddelen voor de moeilijk bemiddelbaren vergt een specifieke aanpak, iets waarmee de selecte club uitzendbureaus via de Melkert II-regeling nu al ervaring opdoet. “Je moet mee, anders heb je over een paar jaar een achterstand”, legt Tammes van Content uit. “Dat geldt voor ons als uitzendbureau, maar ook voor onze opdrachtgevers. Vergelijk het maar met een supermarkt in een allochtonenwijk waar je alleen maar bloemkool kunt kopen; als je dat blijft doen, loopt de continuïteit van je bedrijf gevaar.”

Uitzendorganisaties hopen ook hun internationale positie te versterken via de deelname aan de Melkert II-regeling. Ze willen de Duitse en andere Europese overheden ervan overtuigen dat arbeidsbemiddeling beter aan commerciële bedrijven kan worden overgelaten dan aan overheden. Tot drie jaar geleden was uitzenden in Spanje verboden en in veel andere landen wil men er nog niet echt aan.

Het doel van de minister van Sociale Zaken naar wie ambtenaren de banen hebben vernoemd, is langdurig werklozen aan vast werk te helpen. Werkgevers zijn echter niet verplicht de Melkert II-baan na (maximaal) twee jaar om te zetten in een vaste baan. Toch eisen Vedior ASB (PIM) en Start (Premiepool) wel dat werkgevers in een intentieverklaring aangeven dat zij de Melkert'er na afloop in dienst zullen nemen, tenzij zij dat financieel niet aankunnen of de man of vrouw niet goed functioneert. Vedior verwacht eind 1997 1.500 langdurige werklozen aan éénjarige Melkert II-contracten te hebben geholpen; Start 2.300.

De Melkert II-groep speciaal voor allochtonen, 'Samen Werken' (Randstad, Manpower en Content), doet dat niet. De werkgevers van de 1.545 langdurig werklozen die via Samen Werken bij hen zijn gekomen, hoeven hun slechts een werkervaringsplaats van negen maanden aan te bieden, zonder verdere verplichtingen.

Het aantal mensen dat via een Melkert II-baan een vaste baan heeft verworven, verschilt per uitzendbureau. Samen Werken heeft voor 53 procent van de werklozen die aan een Melkert-II werkervaringsplaats zijn begonnen, een vaste baan gevonden. Bij Start is dat tot nu toe 70 procent. Vedior claimt een score van 60 procent. Voor alle bureaus geldt dat het gemiddeld negen maanden duurt voordat een Melkert II'er tot het korps van vaste-dienstverbanders wordt toegelaten.

De uitzendbureaus doen het aanzienlijk beter dan niet-commerciële bemiddelaars, zoals de FNV-Instroomprojekten. Daar kreeg van de eerste groep Melkert II'ers slechts 20 procent een vaste baan. “Daar schrokken we van”, zegt FNV'er A. van Dijk, “maar we hopen dat van de 166 mensen die nu bezig zijn er zo'n 65 procent in een vaste baan stroomt.”

Sinds de uitzendbureaus de gesubsidieerde arbeid hebben ontdekt, is de onderlinge concurrentie moordend. “We vissen allemaal in dezelfde vijver”, verzuchten de bureaus. Vraag vanuit het bedrijfsleven is er genoeg, maar het arbeidsaanbod wordt steeds geringer. De redelijk plaatsbare 'moeilijk plaatsbaren' raken op. De bureaus hebben de markt 'afgeroomd', zoals ze dat noemen, en ze vragen zich af of de nu nog zo lucratieve markt interessant zal blijven.

Een nieuwe wet waarmee alle vormen van gesubsidieerde arbeid op één hoop worden gegooid, biedt mogelijk uitkomst. Die nieuwe Wet Inschakeling van Werkzoekenden biedt de uitzendbureaus het perspectief in andere sectoren dan de marktsector te laten zien wat een commerciële instelling vermag. Wat de bureaus nu rest is een Melkert II-vijver met werklozen die geen enkele werkervaring hebben of nauwelijks Nederlands spreken. Zij zijn zelfs tegen forse kortingen onaantrekkelijk voor een werkgever.“Sommige werkgevers zeggen bij voorbaat 'aan mijn lijf geen polonaise', en zelfs welwillende werkgevers stellen bepaalde eisen aan hun personeel”, vertelt de Nijmeegse consulente Thomassen van het Premie Pool-bureau. “Die eisen laten ze terecht niet varen voor een loonkostensubsidie. De toplaag van de langdurig werklozen komt snel aan de bak, voor de rest blijft het moeilijk.”

Bij de collega van Thomassen, vestigingsmanager R. Willemse is inmiddels C. van den Bos (25) wat verlegen aangeschoven. Ze heeft een mavo-diploma, leefde vijf jaar van een studiebeurs, zit nu al twee jaar in de bijstand en behoort dus tot de groep 'moeilijk plaatsbaren'. Ze heeft nog nooit een baan gehad, maar liep een keer stage als secretaresse tijdens een cursus administratie. In de afgelopen negen maanden heeft Van den Bos vijf keer gesolliciteerd als secretaresse, tevergeefs. “Ze wilden ervaren mensen en dat ben ik niet. Bovendien word ik altijd nerveus tijdens sollicitatiegesprekken. Wat ik ook probeer, bij zo'n gesprek klap ik dicht.” Willemse wil een Melkert II-baan voor haar zoeken, omdat hij denkt dat ze wìl werken, ook al is vijf keer solliciteren volgens hem heel weinig. “Maar voor haar is dat waarschijnlijk veel, omdat ze er moeite mee heeft”, aldus Willemse. Eerst zal hij nog sollicitatietechnieken met haar oefenen: duidelijk maken waar ze goed in is, waarom een werkgever, ongeacht subsidies, juist hààr moet hebben.