Rozhdestvensky doet Vermeulens 'Tweede' stralen

Concerten: 1. Hans Woudenberg (cello), Irene Maessen (mezzosopraan) en Marja Bon (piano). 2. Residentie Orkest o.l.v. Gennady Rozhdestvensky. Werken van Haydn, Vermeulen en Szymanowski. Gehoord 24/6 Concertgebouw Amsterdam.

Wat zou er zijn gebeurd als Vermeulens Tweede symfonie in de jaren twintig was uitgevoerd in zo'n stralend gezaghebbende visie als gisteravond in het Concertgebouw onder Gennady Rozhdestvensky bij het Residentie Orkest, het 'Vermeulen'-orkest bij uitstek? Zou zij zijn ingeslagen als een bom? Zou zij een krater hebben veroorzaakt waarin al het middelmatige componeren zou zijn weggezakt, in één klap weggevaagd?

Het blijven speculaties, weten zullen wij het nooit, want pas in 1953 - 33 jaar na het ontstaan - werd de Tweede uitgevoerd in de finale van het Koningin Elisabeth Compositieconcours in Brussel. Noctem in die vertere - 'moge de nacht in dag verkeren' - schreef Vermeulen als motto bij zijn inzending.

De magische werking van de Tweede is in onze toonkunst uniek, hooguit vergelijkbaar met werken van Skrjabin of Varèse. Het idee van klankvelden als achtergrond voor een melodisch verloop heeft Vermeulens compositie gemeen met Schönbergs Fünf Orchesterstücke, opus 16. De partituur daarvan leende Vermeulen ('stukken die eeuwig zijn en eeuwig zullen blijven') van dirigent Evert Cornelis. Schönberg wilde zijn opus 16 laten uitvoeren op Richard Strauss' Filharmonische Concerten te Berlijn, maar Strauss durfde het niet aan. Vermeulen trachtte al even tevergeefs Mengelberg te interesseren. Vermeulen werd uiteindelijk in Brussel gespeeld, Schönberg in Londen.

“Eén bonte, ononderbroken wisseling van kleuren, ritmen en stemmingen”, karakteriseerde Schönberg zijn opus 16. Ook Vermeulen biedt kleurig ingevulde stemmingsbeelden aan, zoals altijd uitgaande van scherpe tegenstellingen als actief-contemplatief, heroïsch-lyrisch, of in zijn eigen terminologie ten aanzien van de Tweede: daad versus droom. Met zijn Tweede wilde Vermeulen de idealen van een nieuwe samenleving verklanken. Aan Paul Sanders vertrouwde hij toe dat hij een uitvoering pas mogelijk achtte wanneer radicale veranderingen zouden zijn gerealiseerd. Vandaar dat hij de symfonie, bijgenaamd Prélude à la nouvelle journée, aanvankelijk aan Lenin wilde opdragen.

Het visionaire hoofdthema zet de toon, het klinkt in een unisono van twee hoge trompetten, twee piccolo's, vier hobo's en drie klarinetten. Daartegenover staat de lyriek verwoord in termen als Calme et Rêveur; très tendre. 'Mijn muziek heeft geen enkel nadeel der ultramodernisten', schreef Vermeulen aan Mengelberg, 'zij is niet kortademig, niet cerebraal, niet machteloos, niet koud, niet traag.' Dat is juist, maar het realiseren is weer een ander verhaal. Wanneer de kleuren niet vloeiend klinken doet de muziek wel degelijk verbrokkeld-kortademig aan, en wanneer transparantie ontbreekt wel degelijk brijïg-machteloos.

Maar Rozhdestvensky liet heel precies musiceren in het strakke Bolero-achtige raamwerk: straf en toch soepel. Zijn slag oogt nonchalant maar is wel degelijk accuraat. Daarbinnen schonk hij de houtsoli - wat een magnifieke bijdrage van hoboïste Pauline van Oostenrijk! - alle ruimte in transparant afgewogen gradaties.

De geweldige clusters, dicht als graniet, dan wel geheel open in een geweldige spanwijdte, maakten op mij nu minder indruk dan die schitterende droomscènes. In dit Vermeulen-retrospectief is de klankschoonheid vaak vele malen groter dan op de dubbel-cd van Donemus.

Vooraf deed Hans Woudenberg in de integere vertolking van Vermeulens Eerste cellosonate te weinig recht aan de tegenstelling die Vermeulen hier karakteriseert als Venus-Mars. Vermeulen schreef over Richard Strauss: “Hij kent de liefde, maar niet de liefde die de zon en de andere sterren drijft.” De liefdevolle verklanking van het lied Les Filles du roi d'Espagne door mezzosopraan Irene Maessen sprak wel degelijk van zon en sterren.

Als Vermeulen zich had ontwikkeld conform deze muziek hadden wij er een tweede Hendrik Andriessen bij gehad. Maar het werd obsessieve en geëxalteerde magie in een volstrekt unieke combinatie van lyriek en heroïek. Rozhdestvensky hief na de staande ovaties de partituur van Vermeulen hoog op. Noctem in die vertere?