Netanyahu erkent: kabinet 'zwak' uit stemming

TEL AVIV, 25 JUNI. De Israelische regering heeft gisteren een socialistische motie van wantrouwen over het aftreden van minister van Financiën Dan Meridor met 55 tegen 50 stemmen overleefd. Minister van Buitenlandse Zaken David Levy weigerde wegens een nieuw conflict met premier Netanyahu naar de Knesset te komen om te stemmen.

Geruchten willen dat Levy minister Ariel Sharon wegens diens anti-Palestijnse instelling buiten de exclusieve club van drie - Netanyahu, Mordechai (Defensie) en hemzelf - wil houden. Dit trio neemt de belangrijke beslissingen indien Netanyahu dat niet alleen doet. “Ik ben de enige die met succes met de Palestijnen kan onderhandelen”, zegt Sharon vandaag in een vraaggesprek met de krant Ma'ariv. Volgens deze krant is hij ook bereid met Yasser Arafat aan tafel te zitten. Sharon heeft de Palestijnse leider stelselmatig voor oorlogsmisdadiger uitgemaakt.

Vier invloedrijke Likud-parlementariërs onder wie de ex-ministers Dan Meridor en Benni Begin en Uzi Landau (de voorzitter van de parlementscommissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie) weigerden eveneens aan de stemming deel te nemen. “Dit is het begin van de weg (naar het einde van Netanyahu)”, zei Meridor na de stemming. Meridor gaf gisteren de oppositie in Likud tegen Netanyahu gestalte.

Netanyahu gaf toe dat zijn regering zwak uit de stemming te voorschijn is gekomen. Hij is er echter van overtuigd binnen enkele dagen de mijnen onder zijn regeringscoalitie te kunnen ontmantelen en volgende week de herstructuring van zijn regering te kunnen volbrengen. De krant Ha'arets haalt vandaag leiders in Likud aan die zeggen dat “de dagen van de regeringscoalitie van Netanyahu zijn geteld”.

Premier Netanyahu heeft deze week een oude prijs betaald om de Russische immigrantenpartij van minister Natan Sharansky binnen zijn regeringscoalitie te houden. Het recept was eenvoudig: opnieuw zijn handtekening zetten onder het vorig jaar reeds met deze partij gesloten coalitie-akkoord. Van de uitvoering daarvan is sedert Netanyahu een jaar geleden aan de macht kwam, niets terecht gekomen. Sharansky dreigde met zijn zeven parlementariërs in de oppositie te gaan indien Netanyahu zich ditmaal niet keihard zou verplichten met een kwart miljard shekel (bijna 150 miljoen gulden) over de brug te komen voor specifieke belangen van de Russische immigranten. Hij heeft Netanyahu laten weten dat er met deze belofte niet kan worden gesold, op straffe van een “echte” regeringscrisis.

Na dat winstpunt scoorde Netanyahu gisteren nog een keer. Professor Yaacov Ne'eman liet in een korte droge verklaring weten niet naar het ministerie van Justitie te willen terugkeren. De religieuze partijen hadden eveneens met een regeringscrisis gedreigd indien Netanyahu de weg terug voor Ne'eman naar het ministerie van Justitie zou versperren. Ne'eman trad kort na zijn benoeming af wegens een rechtszaak waaruit hij onlangs gezuiverd van alle blaam te voorschijn kwam. Hij heeft om nog onduidelijke redenen de belofte van Netanyahu om in de regering te kunnen terugkeren - niet per se op Justitie - niet verzilverd.

Na Ne'emans verklaring wist Netanyahu zeker dat zijn regering niet over de motie van wantrouwen van de oppositie naar aanleiding van het aftreden van de minister van financiën Dan Meridor zou aftreden zou vallen.

Dat wisten de leiders van de socialistische oppositie al eerder omdat de nieuwe kieswet tot rechtstreekse verkiezing van de premier stipuleert dat een absolute meerderheid in de Knesset (61 van de 120 stemmen) noodzakelijk is om een regering ten val te brengen. De denkers achter de wijziging van het kiesstelsel, waarvan de rechtstreekse verkiezing van de premier het belangrijkste element is, veronderstelden dat daardoor een einde zou komen aan de politieke chantage die zo karakteristiek is voor de Israelische politiek. Sharansky heeft deze week het klinkende bewijs geleverd dat de kleine partijen nog steeds een wurgende greep op de coalitie hebben en zich graag met harde munt laten betalen om de premier overeind te houden.

Netanyahu heeft gisteren, ondanks de zekerheid dat hij aan de macht zou blijven, toch enkele benauwde uren beleefd. Niet het minst omdat hij minister van Justitie Tsachi Hanegbi namens de regering een ongekend scherpe persoonlijke aanval had laten lanceren tegen de socialistische partijleider ex-chefstaf Ehud Barak. “Ehud de vluchter” (een woordspeling in Hebreeuws) noemde deze hem wegens zijn optreden tijdens een incident bij een militaire oefening waarbij enkele soldaten van een elite-eenheid door een ontploffende granaat werden gedood. “Barak stak geen hand naar de gewonden uit en verdween”, zei Hanegbi aan de hand van een artikel in Yediot Ahronot.

Het daarop losbrekende tumult noopte de voorzitter van de Knesset de zitting meer dan een half uur te schorsen. Hanegbi kreeg de wind van voren uit alle hoeken van de vergaderzaal waar ex-militairen zaten. Dezen konden het niet verdragen dat de meest gedecoreerde Israelische soldaat door het slijk werd gehaald en de naam van Tshahal, het leger, werd besmeurd. De Derde Weg partij dreigde zich van stemming te onthouden over de motie van wantrouwen indien Netanyahu zich niet zou distantiëren van de persoonlijke aanval tegen Barak. Vlak voor de stemming liet de premier verklaren dat hij “het iets anders dan Hanegbi zou hebben gezegd”. Dat was voor de Derde Weg voldoende om tegen de motie van wantrouwen te stemmen. Chef staf luitenant-generaal Amnon Lipkin-Shahak heeft vandaag de aantijgingen van Hanegbi tegengesproken. “Ik was erbij toen het ongeluk gebeurde”, zei hij. “De gewonden werden niet in de steek gelaten.”