Luchtmacht: buitenaardse wezens waren testpoppen

Rotterdam, 25 JUNI. Met een 231 pagina tellend rapport hoopt de Amerikaanse luchtmacht een eind te maken aan het hardnekkige gerucht dat begin juli 1947 een UFO is neergestort bij het plaatsje Roswell in New Mexico. Tegen beter weten in. Het 'Roswell-incident', nu vijftig jaar geleden, had plaats in het jaar dat de UFO-rage in de VS begon.

Tussen mei en juli 1947 werden er in de VS voor het eerst op grote schaal UFO's (Unidentified Flying Objects) gesignaleerd. Duidelijk is ook dat begin juli in de woestijn bij Roswell iets uit de lucht kwam vallen. Getuigen die poolshoogte namen, zagen “folie, gebroken houten staken en rubber”. Op 8 juli 1947 speculeerde de lokale krant Roswell Daily Report dat het een vliegende schotel betrof. Een dag later verklaarde de luchtmacht dat het om een weerballon ging. Daarmee leek de zaak gesloten.

Uit een in 1994 door de luchtmacht opgesteld rapport is al gebleken dat de weerballon van de luchtmacht was, die in het kader van het geheime project Mogul zocht naar bewijzen van kernproeven door de Sovjet-Unie. Dat het personeel van het militaire vliegveld bij Roswell zich geheimzinnig gedroeg, ligt voor de hand, aldus dit rapport: de bij Roswell gelegerde 509th Bomb Group was de enige eenheid in de VS die op dat moment over nucleaire wapens beschikte.

In het nieuwste onderzoek tracht men echter ook te verklaren waarom ooggetuigen zich jaren later menen te herinneren te hebben gezien dat er bij Roswell buitenaardse lichamen zijn geborgen. Dat zou gevolg zijn van een vermenging van herinneringen. Rond Roswell zijn namelijk tussen 1954 en 1959 zo'n 67 ongeïdenticeerde parachutisten uit de lucht gevallen. Het betrof poppen die in het kader van de projecten High Dive en Excelsior uit weerballonnen werden geworpen die zich op meer dan dertig kilometer boven het aardoppervlak bevonden. Daarmee wilde de luchtmacht vaststellen of piloten en astronauten zich op extreme hoogte met parachutes in veiligheid konden brengen.

Het 'Roswell-incident' is pas eind jaren zeventig een incident geworden. Toen publiceerde de tabloid National Enquirer een eerste verslag over het neerstorten van een vliegende schotel. Daarop volgden een stroom tv-uitzendingen, artikelen en boeken, en zwol het aantal ooggetuigen tot enkele honderden aan. 'Roswell-gelovers' menen nu dat er twee voorwerpen zijn ingeslagen. Het leger heeft buitenaardse lichamen geborgen en ontleedt, maar houdt dat geheim om paniek te voorkomen. Van de sectie op de buitenaardse lichamen - asgrijs, met grote hoofden en zes vingers aan elke hand - is zelfs een film opgedoken.

UFO-gelovers hebben het luchtmacht-rapport gisteren meteen afgewezen als een zoveelste poging de waarheid te verbergen. Onder hen bevindt zich nu ook de burgemeester Thomas Jennings van Roswell, die als alien verkleed de pers te woord stond. Want na aanvankelijk de speculaties over het UFO-ongeval te hebben tegengewerkt, verdient het stadje nu jaarlijks miljoenen dollars aan UFO-toerisme.