Kamer verwerpt nieuwe OV-kaart

DEN HAAG, 25 JUNI. De Tweede Kamer wijst unaniem de OV-jaarkaart voor studenten af waarover minister Ritzen (Onderwijs) vorige week vrijdag een principe-akkoord bereikte met de NS en de bedrijven in stads- en streekvervoer.

Vanmiddag rond het middaguur was er politiek beraad tussen de fractiespecialisten en minister Ritzen onder leiding van vice-premier Dijkstal.

Om uit de politieke patstelling te geraken, wil Ritzen nu nader overleg voeren in het kabinet. De minister kondigde aan dat het contract door het kabinet met kracht wordt verdedigd. Nog voordat de Kamer morgenavond met zomerreces gaat, wordt het antwoord van het kabinet verwacht.

De Kamer bleek gisteren eensgezind in de afwijzing van het bereikte onderhandelingsresultaat, maar was tegelijkertijd zeer verdeeld over de vraag hoe het nu verder moet. Minister Ritzen zei na het debat tegenover het NOS-Journaal: “Er is een politiek klimaat dat niet deugt; daar is het moeilijk in te functioneren. De ene partij graaft zich in in het één. De ander graaft zich in in het ander. Daar moeten we dus toch zien bruggen te bouwen.”

De VVD-fractie wil helemaal van de OV-kaart af. Het Kamerlid M. de Vries is tegen “gedwongen winkelnering” en zij vindt dat de studenten “hun eigen geld” terug moeten krijgen. Ritzen wees deze optie af als niet reëel en zei dat daardoor de toegankelijkheid van het onderwijs voor grote groepen studenten in het gedrang komt.

De PvdA keert zich tegen de verplichte keuze tussen een weekkaart en een weekeindkaart, zoals die in het akkoord is voorzien per 1 januari 1999. Het kost 90 miljoen gulden extra om die keuzevrijheid voor de studenten overeind te houden. Het Tweede-Kamerlid P. Rehwinkel (PvdA) wil dat die 90 miljoen gulden er op zo kort mogelijke termijn komt, en verwacht daarover een voorstel van het kabinet.

D66 zit op dezelfde lijn als de PvdA op het punt van de keuzevrijheid voor studenten, maar het Kamerlid B. Bakker heeft minder haast. Uiterlijk tijdens de kabinetsformatie na de verkiezingen van volgend voorjaar wil D66 daartoe voorstellen doen, aldus Bakker.

CDA, Groenlinks en RPF, GPV en SGP keerden zich ook tegen de nieuwe kaart. Bij motie legden deze partijen gezamenlijk vast dat de OV-kaart, inclusief de keuzevrijheid voor studenten, moet blijven.

Pagina 2: PvdA wil 90 mln voor OV-kaart met keuze

De PvdA-fractie wil dat het kabinet om ook voor nieuwe studenten de keuze tussen een week- en weekeindkaart te handhaven 90 miljoen gulden reserveert uit nieuwe financiële meevallers. Tijdens het debat over de zogenoemde Voorjaarsnota, een nota over de lopende begroting, diende de PvdA vannacht een motie in die door D66 werd gesteund. De PvdA houdt rekening met meevallers gezien de relatief gunstige economische groei. De VVD-fractie hekelde de opstelling van de coalitiefracties. “U wilt problemen die gaan spelen per 1 januari 1999 dus dekken met meevallers uit 1997”, vroeg het liberale Kamerlid Hoogervorst zich verbaasd af. “Deze motie behoort niet tot de categorie moties die mij zeer inspireren”, oordeelde VVD-minister Zalm (Financiën).

De PvdA-motie creëert een politiek dilemma voor de VVD-fractie. Als de liberalen vasthouden aan hun eigen motie, betekent dit dat het contract van tafel is - omdat deze motie kan rekenen op de steun van de oppositie - en dat levert een groot probleem op met het kabinet. Trekt de VVD haar motie in, dan kan de PvdA-motie rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer omdat de oppositie ook deze motie steunt.

In het principe-akkoord met de openbaar-vervoerbedrijven is in artikel 10 de mogelijkheid opengelaten het contract uit te breiden, zonder dat er opnieuw hoeft te worden onderhandeld. Vóór 1 augustus 1998 zou dan het besluit genomen moeten zijn om af te zien van de verpichte keuze tussen week- en weekeindkaart, tegen 90 miljoen gulden aan meerkosten.

In het bestaande contract kunnen studenten nog kiezen tussen een weekkaart en een weekeindkaart. Ritzen wil daar vanaf. Per 1 januari 1999 zouden studenten die bij hun ouders wonen, een weekkaart krijgen. Daarmee kunnen zij dan door de week naar hun onderwijsinstelling reizen, en in het weekeinde werkt deze kaart als kortingskaart (40 procent). Wie uitwonend is, kan met de nieuwe kaart alleen in het weekeinde vrij reizen, en door de week met 40 procent korting.

Alle partijen in de Tweede Kamer keerden zich gisteren tegen deze verplichte keuze. De bezwaren betreffen de problemen bij stages, de kamernood en het studeren aan verschillende instellingen.

Wie uitwonend is, en dus een verplichte weekeindkaart heeft, zou dan zelf bij stages voor de reiskosten - zij het met 40 procent korting - moeten opdraaien.

Minister Ritzen verwierp dit argument. Hij vindt dat stageverlenende bedrijven wel “een reiskostencomponent” in de stagevergoeding kunnen opnemen. Dat was ook gebruikelijk voordat de OV-kaart (in 1991) werd ingevoerd, aldus Ritzen. Hij vindt het niet nodig “bedrijven via de OV-kaart te subsidiëren”.