Het lot en charme van verknipte documentaires

Zozeer zijn de Nederlandse publieke omroepen ervan overtuigd dat de kijker te stom is om zijn aandacht langer dan een halfuur, hoogstens drie kwartier bij één onderwerp te houden, dat zij doorgaan langere documentaires tot korte televisieseries te verknippen.

Ondanks trof dit lot weer Amsterdam, global village van Johan van der Keuken, verknipt tot een serie van vijf - als ik niet de tel ben kwijtgeraakt.

Deze ergerlijke instelling heeft één voordeel: op de Nederlandse televisie is een sub-genre ontstaan van korte, speciaal voor de televisie vervaardigde documentaire series. En daar zitten vaak hele mooie onder, ook al nemen veel omroepgidsen niet de moeite de makers van deze films te vermelden.

Neem de vierde aflevering van de serie Lang leve de vereniging gisteravond. Met name de reportage over een chique amateurtoneelvereniging in Den Haag was zeer geslaagd.

Er werd een beeld gegeven van een bepaald soort onverstoorbare, Haagse deftigheid - niet onsympathiek eigenlijk. De makers hadden het zich niet gemakkelijk gemaakt: ze volgden repetities, en zochten wat oudere amateur-acteurs thuis op. Met name fraai was het optreden van de souffleuse, die in het dagelijks leven de secretaresse van een der hoofdrolspelers bleek te zijn.

De programmamakers gingen terecht de neiging uit de weg hun onderwerp al te zeer in het ootje te nemen. Beide reportages waren echter niet vrij van lichtelijk absurdistische accenten. De penningmeester, in de eerste bijdrage, die tussen de kerkbanken van het bedevaartsoord zoekt naar een verloren portemonnee zal ik niet gauw vergeten, evenmin als de besmuikte wijze waarop de amateurtoneelspelers lieten weten dat hun voorstelling trouw worden bezocht door prinses Juliana, kies 'HKH' geheten.

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dezelfde onderwerpen, met een langere voorbereidingstijd, meer filmen en een langere uitzendduur, misschien wel nog veel betere films hadden kunnen opleveren. Dat geldt in sterkere mate nog voor Ik hou van jou, een al veel langer bestaande formule waarin Nederlanders wordt gevraagd naar hun ervaringen met de liefde.

'Documentaire' is misschien een wat te groot woord voor Ik hou van jou. De uitzending van gisteren ontbeerde consistentie: men was naar Muiden gegaan om er ogenschijnlijk willekeurige voorbijgangers te ondervragen. De een had een wat interessanter verhaal dan de ander, en volkomen onduidelijk bleef waarom één verhaal - binnenskamers gefilmd - nu juist de meeste aandacht kreeg. Bepaald irritant was de wijze waarop de vrouwelijke interviewer de geïnterviewden haar standpunt en woordgebruik probeerde op te dringen.

Dat documentaire series ook tot iets heel moois kunnen leiden was maandagavond bewezen in de vierde en helaas laatste aflevering van In Holland staat een huis, van Jelle Peter de Ruiter - uitgezonden in de NCRV-reeks Dokument. Het uitgangspunt van deze reeks lijkt uitgesproken duf - de emoties en verhalen achter de verkoop en aankoop van een huis. Maar De Ruiter slaagde er in deze vierde aflevering in een fraai sociaal-psychologisch portret van een snel rijk geworden echtpaar te vervaardigen.

Zelden is de oude wijsheid dat geld niet gelukkig maakt aangrijpender in beeld gebracht. De man, bedrijfstrainer, staat erop uit Den Haag naar een boerderij in Drente te verhuizen. De vrouw heeft aan die move duidelijk geen enkele behoefte, maar als ze haar man nog eens wil zien en niet geheel het slachtoffer wil worden van haar twee stomvervelende kinderen, zal ze wel moeten.

Het echtpaar lijkt vastbesloten zijn latente ongeluk te compenseren door het uitgeven van veel geld: de boerderij moet worden opgesierd met tennisbanen, zwembaden en heel veel eigen land rondom. Aangrijpend gefilmd was vooral de attitude van de vrouw, die haar gevoelens alleen nog maar op quasi-geestige, sarcastische toon kan verwoorden. Maar de man mocht er ook zijn: zittend op een stoeltje, staart hij over de strenge Drentse velden, in de gedachte dat hem nu volmaakte rust en geluk ten deel moeten vallen. Op schijnbaar argeloze wijze drong De Ruiter diep door in de gevoelswereld van de mensen die hij portretteerde. Beter kun je het als documentairemaker nauwelijks doen.