De Zeven

De Zeven Hoofdzonden heb ik, vermoedelijk als gevolg van mijn protestantse opvoeding, pas laat leren kennen; het zijn: 1.hovaardigheid 2.nijd 3.gierigheid 4.onkuisheid 5.gulzigheid 6.gramschap 7.traagheid

Ook door het Nederlands doen ze mij altijd wat onbijbels en zuidelijk aan: zo is het woord dat in mijn gehoor de juiste klank heeft 'hovaardij', niet 'hovaardigheid'; en 'traagheid' in de betekenis van 'luiheid' komt niet eens in het Oude Testament (Statenvertaling) voor.

Maar het vreemdst is mij nog altijd de selectie. Hoe verhouden zich deze Hoofdzonden tot de Tien Geboden? Ik herinner me dat ik mij bij de eerste kennismaking met de Zeven al verbaasde: de grootste zonden waren toch zeker moord en doodslag? Al lang geleden heb ik overdacht wat naar mijn overtuiging de Zeven Hoofdzonden zouden moeten zijn. Het resultaat ziet er als volgt uit:

1.Meedogenloosheid (onbarmhartigheid, gebrek aan inleving, wreedheid jegens mensen en dieren)

2.Geestelijke luiheid (niet nadenken, onkritisch denken, gemakzucht) 3.Ontrouw (in de betekenis van iemand laten stikken, vertrouwen beschamen) 4.Zelfbedrog (ongeïnteresseerdheid in de waarheid, gebrek aan zelfkritiek) 5.Schijnheiligheid (hypocrisie, inbeelding, onwaarachtigheid, plagiaat) 6.Slaafsheid (angst voor opspraak, gebrek aan moed tegenover autoriteit) 7.Ongemanierdheid (grofheid, gebrek aan zelfbeheersing, aan égards)

Klopt er iets niet? Heb ik iets tweemaal geteld? Heb ik iets vergeten?

Over beide boeken heb ik uitvoerig geschreven; wat zou ik graag willen dat het dagboek van Jansen in het Japans vertaald werd. Wat beide schrijvers kenmerkt is het ontbreken van die blinde haat tegen Japan die ik hierboven heb beschreven, geworteld in racisme en een totale, op onwil berustende onwetendheid. Het is zaak om hier duidelijk te maken dat ikzelf, ondanks het feit dat ik tijdens de Japanse bezetting ellendige dingen heb meegemaakt, die haat ook niet voel. Er komt bij dat ik, zoals meer jongens van mijn leeftijd (toen de Japanners Nederlands-Indië veroverden was ik 12 jaar), ook zij het in het geheim en met tegenzin, bewondering koesterde voor het land dat de torenhoge pretenties van de koloniale regering in een paar dagen verpulverde. Het contact met individuele Japanners stelde teleur maar ik besefte terdege dat ergens het land moest liggen waar die superieure vliegtuigen en militaire technologie vandaan kwamen, en ook dat de propaganda ons daarover moest hebben voorgelogen.