De jacht op de rode tonijn; In de netten van de Almadraba

Al millennia lang wordt in de Straat van Gibraltar op dezelfde, ecologisch verantwoorde wijze tonijn gevangen. Deze vistraditie kan alleen in stand worden gehouden door de hoge prijzen die de Japanners voor de tonijn betalen.

“Let op die golfjes”, zegt kapitein Ramon Flores, terwijl hij met wapperende handen de onrust op het water nabootst. Wie goed kijkt ziet het water op de lange oceaangolf trillen. “Daar zitten ze dus”, concludeert Flores (63) met de vastberaden ervaring van bijna vijftig jaar tonijnvissen. Hij blaast op zijn scheidsrechtersfluitje en de meer dan vijftig vissers springen op en gooien hun zware Ducados-sigaretten in het water. De Almadraba-vangst kan beginnen.

Na het vertrek uit Barbate, een vissersstadje aan de Atlantische kant van de Straat van Gibraltar, hebben we anderhalf uur rondgedobberd. Enkele kilometers verderop, aan de kust, ligt het dorpje Zahara de los Atunes. In het zuiden tekent zich de kustlijn rond Tanger af. We wachten tot het tij is gekeerd en het vangstnet van de Almadraba rond de school tonijn gesloten kan worden. Precies zo hebben de Moren gewacht, de Romeinen en de Phoeniciërs, op die meterslange, warmbloedige vis, die honderden kilo's zware, levende torpedo gewapend met zijn razendsterke staart.

Atún Rojo, Bluefin Tuna, Rode Tonijn, Thunnus Thynnus. 'Cerdo del Mar' - zeevarken - zo noemen ze hem hier ook wel, omdat je vrijwel alles van het beest kan eten. Niet in de laatste plaats het op biefstuk lijkende, rode vlees. Het is een van de meest raadselachtige vissen ter wereld. Hij komt voor in oceanen van vrijwel alle windstreken, kan in uitzonderlijke gevallen tot vijf meter uitgroeien en bijna een ton wegen. Haalt topsnelheden van tachtig kilometer per uur en legt jaarlijks duizenden kilometers door de oceanen af.

Waar de scholen in de Atlantische Oceaan gedurende de wintertijd precies uithangen is een vraag en over zijn gedrag is evenmin veel bekend. Zeker is dat de rode tonijn in het voorjaar uit de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee trekt om zich voort te planten. In scholen van duizenden passeren de vissen de Straat van Gibraltar. En daar worden ze al millennia lang opgewacht door de netten van de Almadraba.

Of zichzelf is het kunstige net van de Almadraba, dat sinds de oudheid niet fundamenteel veranderd is, al spectaculair genoeg. Het is van Gargantuaanse proporties. Meer dan een maand hebben de vissers nodig gehad om een vakwerk van honderden meters aan net vast te leggen vanaf de bodem, zo legt kapitein Flores uit. Vierhonderd ankers van een halve ton zwaar houden het zaakje op zijn plaats. Vijfduizend drijvers, twaalfhonderd rollen netkabel en 150 ton aan grondkabel zijn gebruikt voor muren van een dertig meter hoog zeedoolhof. Maar het is uiteindelijk het spektakel boven water waar de Almadraba zijn meeste faam aan ontleent. Almadraba is afgeleid van het Arabische Mádraba, ofwel de 'plek waar de klappen vallen'.

Nadat twee duikers hebben gecontroleerd dat de zeevarkens zich binnen de netten bevinden, dirigeert Ramon Flores schreeuwend en op zijn fluitje blazend de vloot aan visserssloepen in de richting van het einde van de Almadraba. Een kleiner, fijnmaziger vangstnet wordt binnengehaald en de bootjes trekken een steeds nauwer wordende cirkel rond de tonijn. Tergend langzaam wordt de vangst aan de oppervlakte getrokken.

De golfjes worden allengs woester. Langzaam verschijnen de eerste reuzenschimmen die met een razende vaart door het diepe blauw heen en weer flitsen, in paniek op zoek naar een uitgang. Als een enorme whirl-pool begint het tussen de boten te kolken en te schuimen. Dan springen de eerste tonijnen boven het water uit. Met een knallend ritme slaan hun staarten metershoge fonteinen aan wit schuim de lucht in. Tientallen kolossale vissen vechten om een plaatsje in het steeds ondiepere water.

De eerste vissers, gewapend met haken zo groot als een stevige onderarm, springen van de boot het net in en waden tot hun middel door het water. Daar is moed voor nodig: tonijnen mogen dan wel niet bijten, een dreun van de staartvin kan fataal zijn.

Het binnenhalen begint. Geroutineerd wordt de haak door het oog van de tonijn gedrukt om met een krakend geluid ergens achter de kieuwen tevoorschijn te komen. De honderden kilo's zware vissen worden wild spartelend de boot opgelierd. De metershoge fonteinen in het water kleuren van wit naar roze, van roze naar rood. Het dek van de boot waar de vissen op worden gehesen, wordt gaandeweg steeds glibberiger. Met straaltjes spuit het bloed uit de vissenlichamen. Ik glijd over een gelatine-membraan ter grootte van een platgeslagen squash-balletje dat uit het oog van een van de slachtoffers is gerold.

De Almadraba mag dan geen schouwspel zijn dat bij iedereen onmiddellijk de eetlust zal opwekken, er valt veel voor deze traditionele vismethode te zeggen. Anders dan de zogenaamde 'muren des doods' - de kilometerslange drijfnetten die vooral op de Stille Oceaan worden gebruikt - is de bijvangst van de wijdmazige netten verwaarloosbaar. Alleen twee forse zwaardvissen blijken zich vandaag in de netten te hebben verstrikt. De dolfijnen, net als de tonijn dol op ansjovis en sardientjes en dus vaak in de buurt, zijn slimmer en weten uit de netten te ontkomen. De tonijn die hier wordt gevangen is bovendien niet ondermaats en heeft zich al voortgeplant.

Dat is belangrijk, want het gaat niet goed met de tonijn. De statistieken van de in de havens geregistreerde vangst laten de laatste tien jaar meer dan een halvering van de vangst van de Oost-Atlantische scholen zien, terwijl de West-Atlantische voorraad in de Golf van Mexico zelfs nog dramatischer is gedaald. Onder leiding van de ICCAT, de internationale commissie voor het instandhouden van de Atlantische tonijn, tracht men vangstbeperkingen op te leggen, maar zeebiologen zijn sceptisch. Tonijn is geld waard en dus vindt er op grote schaal piraterij plaats. Vooral de Japanners, die de rauwe tonijn nodig hebben voor hun sushi of sashimi, zijn bereid grif te betalen. Een tonijn brengt op de vismarkten in Japan tussen de 14.000 en 25.000 gulden op.

Maar ook zonder de piraten uit Korea en Taiwan, die vaak zonder vlag in internationale wateren vissen, heeft de tonijn het al moeilijk genoeg. “Die vervloekte Fransen en Italianen, die vissen zelfs op tonijntjes van minder dan een kilo”, bromt kapitein Flores als antwoord op de vraag wat er precies aangepakt moet worden wil de Middellandse Zee ook in de toekomst nog tonijn hebben.

Nadat de laatste tonijn in het ruim is verdwenen en de volledige bemanning een overwinningskreet over het water heeft laten schallen, varen we terug naar de haven. Daar liggen drie Japanse koelschepen klaar om de vangst van zo'n honderd tonijnen terstond in te vriezen. Een drijvende paradox: alleen de hoge prijzen die de Japanners betalen maken de ecologische visvangst van de Almadraba commercieel nog aantrekkelijk. “Kijk om je heen, al die netten, vijftig, zestig man aan vissers”, verklaart kapitein Flores. “Zonder de Japanners is het afgelopen met de Almadraba.” Heeft hij ze wel eens gegeten, de sushi's en sashimi's, waar duizenden jaren vistraditie nu van afhangen? De kapitein heeft de hapjes wel aangeboden gekregen, maar rauwe tonijn is niets voor hem. “Ik houd er niet van het zo te eten. Mij te bloederig.”