De beschermde roofvogel is vogelvrij

Vrijwilligers ringen momenteel roofvogels in de bossen van Beetsterzwaag en Oranjewoud. Veel vogels worden het slachtoffer van klemmen en gif.

ORANJEWOUD, 25 JUNI. Met omgebonden klimijzers zet Sido Rondaan zich vast in de 24 meter lange stam van een spar. Zijn doel is het nest van een havik, boven in de boom. Onderweg slaat hij dode takken weg. Het haviksjong ruikt onraad en begint te piepen. “Maar één jong?” roept roofvogelbeschermer Herman Dijkman naar boven. “Dat is heel slecht, in een goed jaar zijn er minstens drie of vier.”

Rondaan stopt het jong in een stoffen tas en laat het dier naar beneden vieren. Het tongetje steekt uit de bek van het witdonzige jong. Het nestjong wordt gemeten, gewogen en geringd. Albert Jan Brink, hovenier en al vijftien jaar ringer, meet onder meer de poot- en de nagellengte en controleert of er wat in de krop zit. “Niks, vandaar dat pa en ma op jacht zijn. In moai mannetje net?” (Een mooi mannetje, niet?). Het diertje moet zo'n 27 dagen oud zijn, blijkt uit de vleugellengte. Na het onderzoek wordt de vogel weer de boom ingehesen. Even verderop in het bos van Oranjewoud koekeloert een buizerdjong al nieuwsgierig over de rand van het nest, dat zich op zo'n negen meter hoog in een berk aan een bospas bevindt. Ook hier maar één jong.

Herman Dijkman, in het dagelijks leven vertegenwoordiger van industriële deuren, is al acht jaar bezig met veldonderzoek naar roofvogels. Doel is een beeld te krijgen van de grootte van de populatie, de conditie, verspreiding en overlevingskansen. Alle genoteerde gegevens worden centraal geregistreerd. De geringe populatie wijst erop dat de roofvogels weinig voedsel vinden, maar ook op een toenemende vervolging door de mens, zegt hij.

De Roofvogel Werkgroep Nederland luidde begin dit jaar de noodklok over de “slachting” onder roofvogels. De Werkgroep strijdt vanaf 1982 tegen het opzettelijk doden en verstoren van de in ons land beschermde roofvogels, registreert overtredingen en draagt bewijsmateriaal aan voor vervolging door politie en Algemene Inspectiedienst. Tientallen haviken, buizerds, sperwers worden jaarlijks opzettelijk gedood. Ze worden vergiftigd of in klemmen gevangen. Eieren worden in nesten geschud of kapotgegooid en het komt voor dat jongen op hun nesten worden doodgeschoten of dat bomen met nesten worden omgezaagd. “De afgelopen vijf jaar is het in Zuidoost-Friesland, Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant steeds erger geworden”, zegt Dijkman. “Bij Beetsterzwaag zitten normaal gesproken zeventien haviken in het bos, dit jaar maar drie.”

Tussen 1981 en 1996 werd 23 keer proces-verbaal opgemaakt wegens vervolging van roofvogels. Tien maal volgde een veroordeling. Onder de 23 verdachten/daders bleken er 21 afkomstig uit de jachtwereld. Volgens Dijkman beschouwen veel jagers de roofvogel als concurrent in de jacht. “Een roofvogel pikt immers ook een fazant, duif of haasje.” Maar de dieren als moordenaars zien, omdat ze een prooi opeten is naar zijn oordeel niet juist. “Roofvogels hebben een eigen plaats in de natuur. Ze vormen daarin een onmisbare schakel, doordat ze zwakkere dieren opeten.”

De roofvogel is sinds 1941 beschermd in Nederland. In ons land broeden twaalf soorten: de torenvalk, buizerd, sperwer, havik, boomvalk, de bruine, blauwe en grauwe kiekendief, wespendief, slechtvalk, zwarte wouw en rode wouw. Er leven naar schatting 100.000 exemplaren op Nederlands grondgebied. De havik en de buizerd worden het meest vervolgd, stelt Dijkman. Om deze praktijken een halt toe te roepen patrouilleren in Beetsterzwaag en Oranjewoud tijdens het broedseizoen tientallen vrijwilligers. Volgens Dijkman heeft dat effect, al zou hij liever zien dat de oude veldpolitie in ere werd hersteld. “Je kunt dan frequenter en met meer mensen controleren.” Dijkman vindt dat er veel meer tijd en geld gestoken moet worden in de bescherming van roofvogels. Hij went nooit aan de dode roofvogels die hij geregeld vindt. “Twee jaar geleden was ik in Beetsterzwaag. Alle 28 vogels hadden een nest, een maand erna was alles vergiftigd met landbouwgif. Dat is zo gigantisch laf.” Ook al het inventariserend werk blijkt dan voor niets te zijn geweest. “Dat is een domper, want de vogels die je onderzoekt worden een beetje van jou.” Volgens voorzitter Maria Quist van de Roofvogel Werkgroep Nederland is vooral het geven van voorlichting nuttig. De werkgroep besteedt er veel tijd aan. “Op die manier proberen we het imago van de roofvogels te verbeteren. Het zijn prachtige, waardevolle dieren. Ook beschermde vogels blijken in ons land nog vogelvrij.”