Baptisterium in Rome ontdekt

ROME, 25 JUNI. Een archeoloog van de Romeinse universiteit Sapienza zegt het oudste baptisterium in Rome te hebben ontdekt. De doopkapel dateert uit het begin van de derde eeuw. Hij lag onder de kerk Sante Croce in Gerusalemme.

Bij onderzoek in de catacomben van de kerk stuitte archeoloog Margherita Cecchelli op een met wit marmer bekleed bassin met een doorsnee van vier meter. Zij heeft vastgesteld dat het hier moet gaan om een baptisterium waarin de vroegste christenen zich onderdompelden bij hun doop.

Volgens een voorlopige reconstructie maakt het baptisterium deel uit van een soort kapel van het paleis waar Helena, de moeder van keizer Constantijn, heeft gewoond. Zij was in het jaar 326 voor een pelgrimstocht van drie jaar vertrokken naar Jeruzalem. Helena heeft aarde van de Calvarieberg meegenomen, waar Christus is gekruisigd, en volgens sommige bronnen ook een splinter van het kruis - eeuwen later is de kerk Santa Croce naar die kruisrelikwie vernoemd. Het baptisterium zou volgens de toen geldende gewoontes zijn gebouwd bij een symbolische plaats, in dit geval de plaats waar de aarde van de Calvarieberg werd bewaard. Cecchelli baseert haar these dat het om een vroeg-christelijk baptisterium gaat, op het feit dat in de nabijheid ervan graven zijn gevonden. Indertijd werden baptisteria en graven beide vaak dicht bij plaatsen met een symbolische betekenis gebouwd. De kerk Santa Croce is eeuwenlang een van de zeven kerken geweest die traditioneel werden aangedaan door pelgrims naar Rome. De basis voor de kerk is gelegd door keizer Constantijn, ter nagedachtenis aan zijn moeder.