Witte paraplu's tonen teleurstelling van België

De verbittering bij veel Belgen over het uitblijven van hervormingen bij politie en justitie, die in de zaak van kinderontvoerder Marc Dutroux zoveel fouten maakten, is groot. Vandaag, precies twee jaar nadat Julie en Mélissa verdwenen, hangen veel Belgen witte paraplu's uit het raam om hun onvrede kenbaar te maken.

BRUSSEL, 24 JUNI. De witte ballonnen zijn ingeruild voor paraplu's.

Belgische ouders van verdwenen en vermoorde kinderen, die vorig jaar nog

een massale witte mars in Brussel organiseerden, hebben vandaag de bevolking opgeroepen paraplu's uit het raam te hangen. Zo willen zij hun

ongenoegen kenbaar maken over het uitblijven van ingrijpende hervormingen bij justitie en politie. Het is vandaag precies twee jaar geleden dat de Luikse meisjes Julie en Mélissa verdwenen en hun ouders een kruistocht voor een meer menselijke justitie begonnen. Vorige

zomer bleek dat de achtjarige meisjes maandenlang waren opgesloten en uiteindelijk uitgehongerd door kinderontvoerder Marc Dutroux.

In Brussel en Luik werd vanmorgen gedemonstreerd voor het gerechtshof, waar om half twaalf onder een claxonconcert paraplu's werden opgestoken.

Twee kinderen zouden premier Dehaene een brief aanbieden waarin de grieven kenbaar worden gemaakt. “Politici verschuilen zich. Ze steken hun hoofd in het zand”, zegt Rita Eggermont, moeder van de vermoorde Inge en vrijwilligster bij het Hulpfonds voor Vermiste en Ontvoerde Kinderen in Antwerpen. “De paraplu's moeten de teleurstelling uitdrukken.”

In België heeft na de euforie van de witte mars in oktober vorig jaar, toen honderdduizenden hun sympathie toonden jegens de ouders van vermiste kinderen, de desillusie toegeslagen. Het werk van de parlementaire commissie-Dutroux, die nagaat wat misliep in het onderzoek

naar verdwenen kinderen, dreigt vast te lopen na onthullingen over opzettelijke perslekken. De aanbevelingen die de commissie eerder dit jaar deed, zijn nog niet omgezet in concreet beleid. De enige politicus die verantwoordelijk werd gesteld, oud-minister van Justitie Melchior Wathelet, mocht aanblijven in zijn functie van rechter bij het Europees Hof van Justitie.

“We zijn zeer teleurgesteld”, verklaart een woordvoerster van het Brusselse coördinatiebureau van de 130 witte comités die de afgelopen maanden werden opgericht op verzoek van de ouders. “Als Julie

en Mélissa vandaag ontvoerd zouden worden, zou het onderzoek naar

hun verdwijning niet beter verlopen.'' De ouders van Julie en Mélissa zijn zo ontgoocheld, dat ze zich hebben teruggetrokken uit het publieke debat. In hun afscheidsinterview eind april, verklaarden ze moegestreden te zijn. Ook zeiden ze er genoeg van te hebben zich publiekelijk te moeten verantwoorden voor een vakantie in het buitenland of de aanschaf van een nieuwe auto.

Intussen maken ouders van verdwenen kinderen onderling ruzie. Zo spande de vader van de door Dutroux ontvoerde Eefje Lambrecks met succes een proces aan tegen de vader van de tegelijkertijd ontvoerde An Marchal die

de naam Eefje zou misbruiken. De vader van Mélissa werd door de stichting Marc en Corinne - genoemd naar twee vermoorde jongeren - beschuldigd van financieel geknoei. Ook krijgen de 'witte' ouders die vorig jaar de mars organiseerden, van andere ouders van vermiste kinderen het verwijt dat ze alle aandacht opeisen. Alsof zij, in de woorden van de moeder van de verdwenen Sylvie, “witter zouden huilen” dan andere ouders.

Er wordt al gesproken over een 'guerre des parents', analoog aan de 'guerre des flics' (politie-oorlog). Duidelijk kwam de strijd naar voren

bij de oprichting van een centrum voor verdwenen kinderen, meldpunt van verdwijningen naar Amerikaans model. Dit centrum was een van de beloftes

die premier Dehaene deed, op de dag van de witte mars. Alle ouders werden gevraagd mee te helpen bij de oprichting ervan, maar “het is hen

of wij'', verklaarde de vader van Julie, doelend op de stichting Marc en

Corinne. De stichting op haar beurt haalde fel uit naar de organisatoren

van de witte mars en waarschuwde ervoor dat de beweging niet moet leiden

tot “de voorwaarden zoals die die ten grondslag lagen aan een bepaald fascistisch regime”.

Het is uiteindelijk de stichting Marc en Corinne die meedoet aan het centrum voor vermiste kinderen, terwijl 'witte' ouders zich distantieerden. De ouders van Julie en Mélissa vinden het centrum

niet onafhankelijk genoeg van politiek en politie. Ook de vader van An Marchal noemt de voorzitter van de raad van bestuur van het centrum “niet meer dan een pion van Dehaene”. Juist vandaag komt de raad van bestuur voor het eerst bijeen. Dit lokte een verontwaardigde reactie uit

van het steuncomité van de ouders van Julie en Mélissa, dat verbolgen is over “de symbolische recuperatie van 24 juni, de tragische verjaardag van de verdwijning van Julie en Mélissa”.

De witte beweging is niet dood, maar van het aanvankelijk optimisme is weinig over. Symbolisch voor de ontluistering is de staat van het witte kinderbos, dat eerder dit jaar werd geplant op de middenberm van de snelweg tussen Brussel en Antwerpen. De door kinderhanden geplante boompjes staan er verpieterd bij. “Ze werden in het verkeerde seizoen geplant”, geeft een van de organisatoren toe. “Maar het komt weer goed. Later dit jaar komt er nieuwe aanplant.” Ook op het Brusselse coördinatiebureau van de witte comités geeft men de moed niet op. Temidden van ontgoocheling en ruzies tussen ouders worden alvast plannen gemaakt voor de volgende demonstratie op 21 juli, de nationale feestdag van België.