Wiener Festwochen zorgen voor rampen en opwinding

De Wiener Festwochen hadden dit jaar een andere opzet: minder producties die vaker werden opgevoerd. Naar ensceneringen van Luc Bondy en Peter Zadek had het Weense publiek uitgekeken. “De klap kwam hard aan: Richard III was een ramp.”

WENEN, 24 JUNI. De Wiener Festwochen, die aan het eind van deze week worden afgesloten, waren dit jaar bescheidener van opzet dan in het verleden. Nikolaus Harnoncourt, Jürgen Flimm, Luc Bondy en Peter Zadek fungeerden als publiekstrekkers. De jonge Zwitser Stefan Bachmann, die volgend jaar in Salzburg de regie zal voeren, ensceneerde een bloederig drama uit 1607 van Cyril Tourneur. De 'alternatieve' produkties namen de strijd tegen seksisme, antisemitisme en homofobie voor hun rekening en bedienden daarmee de geïnteresseerde clientèle zonder het grote publiek lastig te vallen.

In totaal stonden 33 producties op het programma die 179 keer werden opgevoerd. Het nieuwe concept - minder producties en meer opvoeringen - heeft een eind gemaakt aan de verbeten jacht op kaartjes van het Weense publiek. De Festwochen stonden voor de laatste keer onder de auspiciën van 'rode Ursula', zoals de wethouder van culturele zaken, Ursula Pasterk, wordt genoemd. De Weense sociaal-democraten hebben de portefeuille Kunst und Kultur met een zucht van verlichting aan de conservatieve coalitiepartner overgedragen. Van de twee herontdekte Schubert-opera's Alfonso und Estrella en Des Teufels Lustschloss was alleen de eerstgenoemde een succes. Het Lustschloss werd unaniem als terecht vergeten draak beschouwd.

Bij de theaterproducties stelden uitgerekend de verwachte hoogtepunten teleur. Luc Bondy, die volgend jaar als Festwochen-Schauspieldirektor zal optreden, gaf met Jouer avec le feu van August Strindberg een matig boeiend gastspel. Drie mannen en drie vrouwen, op vakantie in een huis op het strand, veranderen het idyllische plekje moeiteloos in een hel op aarde. De jonge vrouw lonkt naar de vriend des huizes maar wat onderhuidse spanning en vuurwerk had kunnen opleveren, wordt door Bondy merkwaardig vervreemd doordat hij zijn grote ster, Emanuelle Beart, laat ageren als een onnozel kind.

Nu had Strindberg zeer concrete voorstellingen hoe vrouwen in elkaar zitten: ze zijn dom en vaak nog achterbaks ook. Maar je kunt een tekst die in het begin voornamelijk bestaat uit zinnen als 'ik begrijp niet wat u bedoelt', en 'waar hebben jullie het over?' ook ironiseren: het is niet per se nodig de naïviteit er zo dik bovenop te leggen. Emanuelle Beart heeft een oogopslag waar Bambi nog van zou kunnen leren, maar beklemtoont daarmee uitsluitend haar verwarring.

De 71-jarige Peter Zadek was de tweede grote ster. Hij kwam met Alice en Richard III naar Wenen. Lewis Carrolls sprookje was al in München in première gegaan en had het publiek in verwarring gebracht. Zadek volgt het origineel zo getrouw mogelijk, maar wat is de bedoeling ervan? De regisseur wilde alleen kwijt dat Alice voor hem het verlangen naar de kindertijd symboliseert. Het Weense publiek nam de kinderen mee en wachtte zelf geduldig op de première van Richard III. De klap kwam des te harder aan. Richard III was een ramp. Acteurs die declameerden en als houten klazen over het toneel bewogen, slapstick-moorden, spoken die de hik hebben en scènes vol psychische wreedheden wisselden elkaar af. De Oostenrijkse acteur Paulus Manker, door recensenten vanwege zijn groene kostuum consequent kikker genoemd, zette een geloofwaardige Richard neer, maar kon het stuk niet redden. “Scheisse”, schuimde de recensent van Der Standard. “Was dit een try out voor de première in München?”

Stefan Bachmanns Tragödie der Rächer ging in het Schauspielhaus in première, waar in het verleden altijd Werner Schwabs bloed- en faecaliën-drama's werden opgevoerd. Ook Bachmann werkte met emmers ketchup, maar terwijl bij Schwab afgronden van haat opdoemden, presenteerde Bachmann pulp fiction. Vette worsten werden in stukken gesneden, massa's mensen op kluchtige wijze vermoord om te laten zien dat ook in de 16de eeuw bloederige drama's populair waren.

Bachmann slaagde er niet in voor opwinding te zorgen, maar de Tsjechisch-Zwitserse psychiater Roman Buxbaum lukte dat wel. Zijn performance War Doktor Buxbaum in seinem früheren Leben ein Auschwitzarzt? was in smakeloosheid niet te overtreffen. De kleinzoon van vermoorde Tsjechische joden had voor zijn nietsvermoedende bezoekers een Auschwitz-spel bedacht. Het publiek werd geselecteerd en van stempels op de arm voorzien om vervolgens naar de uit los zand bestaande verhalen van Buxbaum te moeten luisteren. Daarna werd champagne geschonken en de dragers van zwarte stempels tot interviewer 'opgeleid'. Diegenen met de rode stempels moesten vragen over hun betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog beantwoorden. Vervolgens kreeg iedereen soep en werden publiekelijke bekentenissen verwacht. Inderdaad begoneen aantal jonge mannen te huilen. Zij waren wanhopig, omdat een aantal geliefde familieleden nazi's waren geweest. Buxbaum liet hen in de waan dat een openhartig tafelgesprek een eind aan hun wanhoop zou kunnen maken. Omdat de overige deelnemers geen verlossing konden bieden, wendden de huilende mannen zich tenslotte aan de uitgenodigde overlevenden en bedelden om troost en vergiffenis.

Wat wilde Buxbaum? Eerbetoon voor zijn vermoorde familieleden? Wraak? Hoe dan ook, hij heeft de verkeerde middelen én het verkeerde publiek gekozen.