VROM: nucleair afval blijft op schip

SCHEVENINGEN, 24 JUNI. De radio-actieve monsters aan boord van het actieschip Rainbow C van Greenpeace mogen niet aan land worden gebracht zolang niet is vastgesteld of de verpakking voldoet aan internationale milieu-eisen. Dit zegt desgevraagd het ministerie van VROM naar aanleiding van de actie vanmiddag waarbij Greenpeace een deel van dat materiaal wil afleveren bij de kerncentrale Borssele.

Volgens een woordvoerder van Greenpeace deugt de huidige verpakking

wel en zou de actie rond het middaguur daarom doorgaan. De radio-actieve

monsters zijn twee weken geleden genomen bij een lozingspijp van de Franse nucleaire opwerkingsfabriek Cogéma in Cap la Hague. Het gaat om 15 liter vervuild zeewater en 25 kilo radio-actief zand en kiezelstenen.

Uit metingen van Greenpeace en het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Zee (NIOD) blijkt dat de monsters zwaar vervuild zijn. De milieu-organisatie spreekt van “puur radioactief afval”. Het water zou

zestien miljoen keer zo zwaar vervuild zijn als normaal zeewater. Maar een medewerker van het NIOD noemt de resultaten van het onderzoek “niet

wetenschappelijk'', omdat zij afkomstig zijn uit een kleinschalig onderzoek.

In de Franse fabriek Cogéma wordt onder meer plutonium en uranium teruggewonnen uit splijtstofstaven van de kerncentrale in Borsele. Een deel van het nucleaire afval verdwijnt in zee. Greenpeace wil nu het vervuilde zeewater terugbrengen naar de oorspronkelijke bron: Borssele.

De fabriek Cogéma zegt dat de invloed van de lozingen op het milieu beperkt is, omdat het afval zich verspreidt over een groot wateroppervlak. Greenpeace wil echter dat Cogéma het zogeheten 'opwerken' van nucleair afval onmiddellijk staakt, omdat het Nederlandse

afval volgens hen beter bovengronds kan worden opgeslagen in een speciale opslagplaats bij kerncentrale Borssele. Struikelblok voor deze oplossing vormen de kosten van eventuele contractbreuk met de Franse fabriek.