Vorig jaar 7 procent meer abortussen

ROTTERDAM, 24 JUNI. Vorig jaar hebben 22.441 Nederlandse vrouwen een abortus provocatus ondergaan, 7 procent meer dan in 1995. Het aantal

zwangerschapsafbrekingen steeg vooral in de eerste helft van 1996. Dit blijkt uit het jaarverslag van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Uit het gisteren gepubliceerde jaarverslag blijkt dat de Inspectie vermoedt dat de stijging in de eerste helft van 1966 voornamelijk het gevolg is van de discussie die in oktober 1995 ontstond over mogelijke extra risico's van de zogeheten derde-generatiepil bij een groep vrouwen.

Volgens de Inspectie is ook in Duitsland en in het Verenigde Koninkrijk na de discussie over de veiligheid van deze anti-conceptiepil het aantal

abortussen gestegen. Zij pleit dan ook voor terughoudendheid in het voeren van publieke discussies over de wetenschappelijke onzekerheden rond geneesmiddelen. Er bestaat een onafhankelijk orgaan dat de bijwerkingen van medicijnen beoordeelt en toetst, en dat heeft deze pil toegestaan, aldus de Inspectie.Zij wijst er op dat in dit geval de gevolgen van de onrust zeer groot zijn: voor iedere geregistreerde abortus staat een veelvoud van ongewenste zwangerschappen. Zowel zwangerschap als abortus is volgens de Inspectie veel ingrijpender voor de gezondheid dan de bijwerkingen van de derde-generatiepil.

In 1996 werden bij de Inspectie 261 calamiteiten gemeld, bijna twee keer

zoveel als in 1995. Het gaat daarbij om fouten bij de behandeling en verpleging die leiden tot dood of ernstige gezondheidsschade. In 153 gevallen had vorig jaar zo'n calamiteit de dood tot gevolg.

De stijging van het aantal gemelde calamiteiten is volgens de Inspectie waarschijnlijk het gevolg van een grotere bereidheid haar daarover te informeren. Overigens heeft de Inspectie geen idee hoeveel calamiteiten er jaarlijks werkelijk plaatsvinden. Zij verwacht dat zij daar pas een redelijk betrouwbaar beeld van krijgt als Kwaliteitswet zorginstellingen

overal is ingevoerd.

In haar jaarverslag schrijft de Inspectie dat zij haar taak - toezicht houden op de kwaliteit van de geleverde zorg - steeds moeilijker kan uitvoeren. Dit zou het gevolg zijn van onder meer nieuwe wetgeving, zoals de Wet klachtrecht cliënten waarin is geregeld dat zorgaanbieders zelf klachten afhandelen. Maar ook het ontbreken van de bevoegdheid om medische dossiers in te zien speelt haar parten, aldus de

Inspectie.

In het jaarverslag constateert de Inspectie voor de Gezondheidszorg eveneens dat ze steeds vaker wordt tegengewerkt door artsen en instellingen bij haar onderzoeken, onder andere door haar inzage in relevante dossiers te weigeren. De Inspectie vermoedt dat dit het gevolg

is van het groeiend aantal schadeclaims waarmee ziekenhuizen na medische

fouten worden geconfronteerd.