TIHOMIR BLAŠKIC; Hoogste verdachte in rang

ROTTERDAM, 24 JUNI. Tihomir Blaškic is de derde verdachte die voor het VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers in Den Haag terecht staat, na de Bosnische Serviër Duško Tadic en de in Servische dienst werkende Drazen Erdemovic (die deelnam aan de massamoord op moslims uit Srebrenica).

Blaškic is ook de hoogstgeplaatste die tot dusverre voor het tribunaal verschijnt: hij is generaal en sinds 1995 inspecteur van het Kroatische leger - een functie die president Franjo Tudjman hem overigens, in wat algemeen werd gezien als een uiting van diepe minachting voor het tribunaal, hem verleende één dag nadat

Blaškic in staat van beschuldiging was gesteld wegens oorlogsmisdaden in Bosnië.

De in 1960 in een dorp bij Kiseljak in Centraal-Bosnië geboren Blaškic is een carrière-officier die het in het Joegoslavische Volksleger tot kapitein bracht. Na de desintegratie van Joegoslavië werd hij kolonel en in 1994 generaal in het leger van de Bosnische Kroaten, het HVO. Vanaf juni 1992 was hij commandant van de

HVO in Centraal-Bosnië, vanaf 1994 werkte hij als commandant van de

HVO in Mostar. Aan het eind van de oorlog haalde Tudjman hem naar Zagreb.

Als commandant in Centraal Bosnië was Blaškic verantwoordelijk voor HVO-misdrijven die in het kader van de oorlog tussen de Bosnische Kroaten en de moslims (in 1992 en 1993) zijn gepleegd. De HVO intimideerde, mishandelde, folterde en vermoordde op grote schaal moslim-burgers, zette hen in om loopgraven te graven aan de

frontlijn en gebruikte hen als menselijk schild. De huizen en scholen van de moslims en hun moskeeën in een twintigtal steden in westelijk en Centraal-Bosnië en in Herzegovina werden opgeblazen en

de bevolking van door het HVO veroverde gebieden werd in het kader van de 'etnische zuivering' systematisch en masse op de vlucht gedreven. De oorlog tussen de Kroaten en de moslims werd pas in januari 1994 na zeer zware druk van vooral de Amerikanen op Tudjman beëindigd.

Het ergst - of beter: het best gedocumenteerd - zijn de wandaden van het

HVO in de Lašva-vallei in april 1993 en het zijn dan ook die misdrijven waarvoor Blaškic zich specifiek in Den Haag moet verantwoorden. Dat ze zo goed gedocumenteerd zijn is te danken aan de Britse soldaten van de VN-vredesmacht, UNPROFOR, die onder leiding van hun welhaast legendarische kapitein Bob Stewart in het dal aanwezig waren. In het dal werden na de verovering door het HVO hele dorpen letterlijk van de kaart geveegd, in een aantal gevallen voordat de bewoners konden vluchten. In diverse dorpen, Ahmici bijvoorbeeld,

werden moslim-burgers in hun kelders opgesloten, waarna er handgranaten naar binnen werden gegooid of brand werd gesticht. Wie haar gezien heeft, vergeet niet de BBC-reportage over de nog smeulende lijken in zo'n kelder en de razende Stewart die verblufte HVO-officieren ter verantwoording roept.

De 36-jarige Blaškic heeft volgens de aanklacht deze en andere wandaden van de HVO in Vitez, Zenica, Kiseljak en Busovaca

voorbereid, gepland, bevolen en gepleegd. De aanklacht tegen hem is gebaseerd op het principe van de commando-verantwoordelijkheid die ook ten grondslag ligt aan de aanklachten tegen mensen als Radovan Karadzic en generaal Ratko Mladic.

Blaškic meldde zich vorig jaar 'vrijwillig' bij het tribunaal, om zijn onschuld te bewijzen. In werkelijkheid was zijn komst

naar Den Haag het resultaat van langdurige en zeer zware druk van de internationale gemeenschap op de onwillige Tudjman. Als hij schuldig wordt gevonden, kan hij levenslang krijgen.