Tien jaar en tbs voor dubbele moord

HAARLEM, 24 JUNI. Tegen de 41-jarige A.B. uit Hoofddorp is gisteren

voor de rechtbank in Haarlem tien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging geëist. De man heeft bekend op 11 februari van dit jaar zijn 34-jarige vrouw en hun 6-jarig dochtertje om het leven te hebben gebracht. Een dochter van twee jaar, bleef ongedeerd.

Volgens een psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum in Utrecht is de man verminderd toerekeningsvatbaar en bestaat er een reële kans op herhaling. B. is “passief agressief” en zou gedreven worden door een “primitieve verlatingsangst”. Hij ervaart zichzelf slechts in relatie tot anderen. Als het contact wordt verbroken, “houdt B. op met bestaan”.

In de beleving van B. bestond het gevaar dat hij zijn vrouw zou verliezen. Op die dag moest de administrateur zich bij de politie in Amsterdam melden omdat zijn werkgever aangifte van fraude had gedaan. De

man zou 120.000 gulden hebben verduisterd. B. was daarvoor op 6 februari

op staande voet ontslagen, maar had dat voor zijn vrouw verzwegen.

In 1987 was de man al een keer voor fraude veroordeeld. Zijn vrouw had hem toen vergeven. Op de zitting zei B. ervan overtuigd te zijn “dat zij me geen tweede keer zou vergeven”. In die tijd is een psychiatrisch

rapport van de man opgemaakt waarin werd geadviseerd dat hij in therapie

zou gaan. Daarvan is het nooit gekomen.

De oudste dochter is vermoedelijk om het leven gebracht omdat zij gedeeltelijk getuige was van de moord op haar moeder. B. stuurde het kind daarop naar haar kamer, waar hij haar later probeerde te wurgen. Het meisje verzette zich heftig, waarop B. haar met messteken om het leven bracht. Waarom het tweede kind ongemoeid werd gelaten, bleef tijdens de zitting onduidelijk. Volgens B. weerhield de aanblik van zijn

oudste dochter hem ervan ook nog het jongste kind om te brengen.B. vluchtte daarna uit huis, maar waarschuwde wel de politie dat er twee dode mensen in zijn woning lagen.

Advocaat mr. J. Spanjer achtte niet moord maar doodslag bewezen. Volgens

hem is zijn cliënt volledig ontoerekeningsvatbaar omdat het psychiatrisch rapport van een “levensbedreigende” situatie voor zijn cliënt spreekt. “In menselijke zin heeft hij uit noodweer gehandeld”, aldus Spanjer. Hij pleitte voor opname in een gewoon psychiatrisch ziekenhuis en vroeg de rechtbank af te zien van gevangenisstraf. De rechtbank doet op 7 juli uitspraak.