The Flamingo Kid

The Flamingo Kid (Garry Marshall, 1984, VS). Veronica, 21.50-23.40u.

We schrijven 1963. Een sympathieke, 18-jarige jongeman (Matt Dillon) uit een loodgietersnest uit Brooklyn - met een mal hoedje en een

los overhemd - raakt dankzij dubieuze vrienden van vroeger verzeild in de luxueuze strandclub El Flamingo op Long Island.

Hij draagt de verkeerde zwembroek en stuntelt met de uitgestalde kreeft.

Maar onbedoeld weet hij temidden van de protserige welvaart met zijn working class-eenvoud te scoren: in een handomdraai repareert hij de slee van twee gefortuneerde taarten. Prompt krijgt hij een vakantiebaantje aangeboden als parkeerwachter. En dat is nog maar het begin. Die zomer schopt hij het al snel tot badman en mag hij even ruiken aan de geneugten èn aan de moraal van de nouveaux riches.

The Flamingo Kid is niet alleen een onopvallend, lichtvoetig adolescentiedrama over een arbeidersjongen die ondanks zijn deugdzame opvoeding even lijkt te bezwijken voor de verlokkingen van het snelle zakenleven. Het is ook de tweede bioscoopfilm van Garry Marshall (1934),

de scenarist-regisseur die destijds in de televisiewereld al furore had gemaakt als brein achter sitcoms als Happy Days en Mork and Mindy. Diezelfde Marshall zou later, in 1990, verantwoordelijk zijn voor de eigentijdse Pygmalion-variant Pretty Woman.

Ook in die mega-hit speelde Marshall twee milieus tegen elkaar uit. De deugdzame prostituée Julia Roberts liet de monomane workaholic Richard Gere zien wat onbaatzuchtigheid is en leerde hem met zijn blote voeten in het gras te lopen. Andersom leerde zij met mes en vork eten en

te huilen om een opera.

Wie het niet cultureel incorrect acht om Pretty Woman serieus te nemen, kan The Flamingo Kid beschouwen als een regelrechte voorstudie. Matt Dillon en Julia Roberts vertonen een identieke vorm van onwaarschijnlijk

onbenul waar het gaat om tafelmanieren. Beiden ook krijgen de schaamteloze minachting van de kant van de nouveaux riches te verduren. Maar er zijn ook verschillen. In Pretty Woman koos een gelouterde Richard Gere tenslotte de zijde van Roberts eenvoud. In The Flamingo Kid

volhardt de upper-class in zijn doortrapte huichelachtigheid. En Matt Dillon rest niets anders dan, wijzer geworden, terug te keren naar zijn ouderlijk huis. Pretty Woman was dan ook een sprookje, The Flamingo Kid getuigt iets meer van realiteitszin.