Tabaksgeld

WEINIG BEDRIJFSTAKKEN zijn gesteld voor een juridische uitdaging van een omvang als waarmee Big Tobacco in de Verenigde Staten zich ziet geconfronteerd. Bovenop zeventien groepsgedingen van zieke rokers hebben

veertig Amerikaanse staten een rechtszaak aangespannen of in voorbereiding. Niet alleen staten maar ook steden, niet alleen rokers maar ook niet-rokers (passieve rokers) hebben zich tot de rechter gewend. Dat deden zelfs aandeelhouders in tabaksbedrijven die klagen over gebrek aan openheid van de bedrijfsleiding over de risico's.

De Amerikaanse tabaksindustrie heeft deze juridische donderwolk nu afgekocht met een schikking die in elk geval het kenmerk “historisch” verdient: 360 miljard dollar plus een serie beperkende maatregelen. Toch

is het de vraag of het historische karakter van het vergelijk voldoende recht doet aan de omvang van het rokersprobleem. Deze vraag heeft te maken met tegenprestatie, een vrij verregaande vorm van vrijdom van rechtsvervolging voor de industrie. Er zijn precedenten: asbest, het Dalkonspiraaltje. Maar dat zijn producten die hetzij werden verboden, hetzij uit de markt genomen. Het effect van de tabaksschikking is juist dat de verkoop in beginsel door kan gaan.

Daartegenover staat het elimineren van de onzekerheid die werd geschapen

door de gevarieerde juridische acties. Het is niet zozeer de financiële omvang alswel de onberekenbaarheid van een risico dat beleggers afschrikt. Volgens een analist, onlangs in de New York Times, waren ze nog niet eens zo beducht voor het toewijzen van schadeclaims alswel voor een mogelijk sneeuwbaleffect van verboden in de regelgeving.

Niet bekend

dat laatste risico voor de industrie een stuk overzichtelijker te zijn geworden.

EEN VOORDEEL van het vergelijk is ongetwijfeld dat de Amerikaanse tabaksindustrie nu het schadelijke karakter van roken erkent. Dat is de enige basis voor een volwassen tabaksontmoedigingsbeleid. De tabaksindustrie gaat ook de voorlichting aan de jeugd financieren. Maar de symbolische greep van de sigaret op de collectieve psyche is zo groot

dat zij er kennelijk wel 360 miljard op durft te verwedden. Dit bedrag is overigens goeddeels te financieren met een prijsverhoging van enkele kwartjes per pakje. En de accijnzen zijn in de VS een stuk lager dan in Europa.

In feite is elders met fiscale middelen al het smeergeld bijeengebracht waarover nu in de VS overeenstemming is bereikt. Afgaande op de Europese

ervaring leiden die middelen overigens niet zozeer tot minder roken alswel tot een ernstige verslaving van overheden aan het tabaksgeld.