Sfeer gaat verloren bij Dorrestijn

Positief genieten met Hans Dorrestijn, Ned.3, 0.00-0.25u.

In de nadagen van de grote amusementsuitzendingen op de radio, in 1963, trad Rijk de Gooyer elke zaterdagavond aan in een programma dat VARA's Specialiteitentheater heette.

Hij speelde een typetje met een klaaglijk stemmetje, dat wekelijks een reeks absurde tegenslagen opsomde tegen de achtergrond van een zeurderig

orgeltje. “Ach, ach, meneer A. te Z...,” begon zo'n nummer bijvoorbeeld, “wat gaat het toch vervelend in uw leventje... Uw dokter zegt dat u zich over uw gezondheid geen zorgen hoeft te maken... dat zal

híj wel doen... En u knijpt de kat in het donker... maar het blijkt uw tante te zijn...

Uw dochtertje rookt een pakje sigaretten per dag... en dat is echt te veel, zegt de juffrouw van de bewaarschool... En u verliest steeds met knikkeren... En laatst blies u eens flink in de bus... en toen vroeg de bestuurder of u het voertuig wilde verlaten... En uw vrouw klaagt altijd

over haar figuur... en nu heeft u haar een figuurzaag gegeven... En u heeft een lange spijker in de muur geslagen... en nu valt het u op dat u

de laatste dagen uw buurman helemaal niet meer gezien heeft...''

Het was, hoe melig het op papier misschien ook moge lijken, een hilarisch nummer dat zijn apotheose telkens vond in een met schetterend orkest vertolkt kop-op-refrein dat helemaal nergens op sloeg: “Liggen zó uw problemen? Heidewietska, vooruit geef gas! / Dat oude getreuzel komt niet meer te pas!” - enzovoort, enzovoort. En de tekstschrijver was Remco Campert.

Aan zijn eertijdse arbeid in het amusementsbedrijf moest ik denken, toen

ik hem zag optreden in de tiende aflevering van de VPRO-reeks Positief genieten met Hans Dorrestijn die vanavond wordt uitgezonden. Campert is immers, na een aantal theatertournees met Jan Mulder, ook zelf uitgegroeid tot een ware performer die langzamerhand heel goed weet hoe hij spanning en expressie in de voordracht van zijn verhalen en gedichten moet leggen. Zó goed, dat hij er de gastheer met diens uit het hoofd geleerde, maar nog steeds ietwat monotoon ten beste gegeven conférences mee naar de kroon steekt.

Het lijkt er intussen nog niet op dat de Dorrestijn-serie op de late dinsdagavond een groot publiek heeft bereikt. De samenzweerderige sfeer die de zanger van de radeloosheid in het theater weet te scheppen, gaat op de televisie goeddeels verloren. Deels is dat, denk ik, te wijten aan

de onbedwingbare behoefte van regisseur Jop Pannekoek om 's mans liedjes

te illustreren met beelden uit de buitenwereld, die de intimiteit van het theatertje (in de VPRO-studio aan de Amstel in Amsterdam) telkens doorbreken. Het gevolg is dat Dorrestijn voortdurend voor de moeizame taak staat de kijker weer opnieuw bij zijn optreden te betrekken - de continuïteit uit het theater ontbreekt.

Een opmerkelijk tv-moment wordt in deze aflevering, hoe dan ook, gevormd

door de ontmoeting tussen gastheer en gast. Dorrestijn spreekt zich uit als 'een groot bewonderaar' van Campert, vraagt vanaf wanneer deze zich voor het eerst schrijver heeft gevoeld en zit na het antwoord met de mond vol tanden. Even zwijgen ze vervolgens; Dorrestijn weet niet meer wat hij verder nog moet vragen en Campert weet niets te zeggen. “Ik wil

straks wel iets doen,'' kondigt hij tenslotte aan, en daarvan maakt Dorrestijn dankbaar gebruik door het 'gesprek' af te sluiten. Bescheiden

verdwijnt hij uit beeld, waarna Campert het vrolijke verhaal Tot zoens en het vers Elementen voor een gedicht voorleest. “Ik heb voor het eerst in tijden weer eens gelachen,” luidt daarna het commentaar van Dorrestijn.

Helaas treden ze, ondanks hun onmiskenbare geestverwantschap, niet samen

op. Graag had ik beide heren aan het eind van de uitzending in een welgemeend “Heidewietska, vooruit geef gas!” zien losbarsten.