Scheiding overheid en markt zinloos

Tegen de ongewenste vermenging van overheid en markt bestaan betere

middelen dan die van de commissie-Cohen, vindt Simon van Driel.

Marktwerking en overheid - van organisaties waarin die begrippen samen voorkomen moet Job Cohen niets hebben. De voorzitter van de Commissie Markt en Overheid maakt zich sterk voor een scherpe scheiding tussen publieke en private ondernemingen. In NRC Handelsblad van 7 juni pleit hij voor een zuivere marktwerking. Hoewel hij het niet met zoveel woorden zegt, wil hij vooral de marktpartijen beschermen. Zei Arie van der Zwan niet laatst dat de Partij van de Arbeid de laatste grote partij

is die nog zo sterk opteert voor en gelooft in de markt?

De marktpartijen zelf hebben zich regelmatig beklaagd over de 'valse' concurrentie van overheidsorganen. Cohen en zijn commissie scharen zich nu in hun in april verschenen rapport achter deze klachten. Het rapport veegt de vloer aan met de 'hybride organisaties', waarin private en publieke taken samen voorkomen. Er zou geen bijzonder publiek belang zijn gediend met de nevenactiviteiten van publieke organisaties. Streekvervoersbedrijven zouden geen touringcardiensten moeten uitvoeren en universiteiten geen cursussen Engels geven aan niet-studenten.

De hoogleraar bestuurskunde Roel in 't Veld heeft zich daartegen verzet.

In NRC Handelsblad van 22 april pleit hij juist vóór hybride organisaties. Zijn betoog komt er op neer dat die organisaties sterk zijn in de service aan het publiek. Hij denkt dat er ondoordringbare, interne ('Chinese') muren mogelijk zijn die de verschillende functies van zo'n organisatie uit elkaar houden. Goede spelregels lossen volgens hem veel op. Hybride organisaties zouden niet weg te denken zijn uit onze samenleving. Het zijn er zoveel dat een ingreep volgens In 't Veld dramatische maatschappelijke gevolgen zou hebben.

In tamelijk veel gemeenten, zeker in de grotere, zijn op dit moment al hybride organisaties te vinden. Daarom is het zinnig de opvattingen van Cohen c.s. ook eens vanuit de gemeente te bezien, ook al omdat juist voor gemeentelijke organisaties het advies van de commissie-Cohen geweldige repercussies kan hebben. Bij de gemeentelijke overheid zijn ontwikkelingen aan de gang die geblokkeerd zullen worden als de Tweede Kamer het standpunt van de Commissie Markt en Overheid overneemt.

Het standpunt houdt verstarring in stand en leidt tot inflexibele overheidsorganisaties op terreinen waar het zinvol kan zijn zich met de markt te meten. Het doorbreken van die verstarring is een publiek belang.

In tientallen gemeenten begeven gemeentelijke organisatie-onderdelen zich tegenwoordig op de (overheids)markt of ze hebben dat al gedaan. Als

voorbeeld neem ik mijn eigen dienst in Den Haag. Het is lokaal beleid dat de stadsdelen, als gedecentraliseerde opdrachtgevers, groenbestekken

mogen aanbesteden op de markt. Het gemeentelijk groenbedrijf schrijft soms samen met de sociale werkvoorziening in op die bestekken. Hetzelfde

geldt voor een aantal andere gemeentelijke organisatie-onderdelen. Het doorbreekt op die manier de verstarring die optreedt wanneer men per se alles zelf wil doen. Particuliere groenbedrijven kunnen mee-inschrijven en daarmee hun markt uitbreiden. Daar staat tegenover dat het gemeentelijk groenbedrijf ook mee-inschrijft op groenbestekken van andere overheden. En daar zit 'm de kneep, want particuliere groenbedrijven willen wel een grotere gemeentelijke markt, maar geen concurrentie op de vrije markt. Tegen die achtergrond moet een aantal bezwaren van de klagende ondernemers worden gezien.

Het optreden op de markt heeft voor de gemeente grote voordelen. Het noopt tot nog bedrijfsmatiger werken. Immers, de prijs van de goederen die worden aangeboden moet omlaag. Er wordt zakelijker gewerkt, voor- en

nacalculatie worden normaal, evenals zakelijk begroten. Daarnaast wordt veelal ook de kwaliteit beter doordat het opereren op de markt vaak een kwaliteitsimpuls geeft. De ISO-certificering is daarvan een goed voorbeeld. Dit alles werkt door in de gemeentelijke organisatie zodat de

gehele gemeente hiervan profiteren kan.

Een ander voordeel is dat de gemeentelijke overheid - door het door Cohen vermaledijde pettenprobleem - goed op de hoogte blijft van de ontwikkelingen van de markt. Kennis die hard nodig is om als opdrachtgever goed in de markt te kunnen opereren. Zo doorzichtig als Cohen veronderstelt, is die markt niet.

Het derde voordeel van de nieuwe werkwijze is dat 'opzetjes' minder kans

maken. Opzetjes, gesloten fronten, prijsafspraken, wie heeft daar als overheidsopdrachtgever niet mee te maken (gehad)? Zelf meedoen bij aanbestedingen, inclusief de kans om die ook te verliezen, voorkomt zo'n

gesloten front. Een goed georganiseerde prijsbreker kan tot eerlijker prijsvorming leiden.

Om tegemoet te komen aan het advies van de commissie-Cohen en toch de voordelen te benutten van de hybride organisatie zouden er spelregels ontwikkeld moeten worden om ongewenste vermenging zoals kruissubsidiëring en extra risico's voor de belastingbetaler te vermijden.

Ten eerste is duidelijk dat er sprake moet zijn van fiscale gelijkstelling. Dat is nu nog niet het geval. Daarnaast zou het beginsel

van wederkerigheid kunnen worden gehanteerd. In die zin dat naar de mate

waarin de gemeente (bijvoorbeeld de groenvoorzieningen) de markt open zet voor private partijen via aanbesteding, de gemeente zich ook zelf op

die markt mag begeven. Hierbij zou bepaald moeten worden dat dit zich tot de publieke (andere gemeenten bijvoorbeeld) of semi-publieke sector beperkt. Het zou te ver gaan om als overheid voor het bedrijfsleven taken te verrichten.

Nu minister Wijers heeft besloten een organisatie in te stellen die kartels gaat toetsen, kan die instelling ook worden belast met de controle op gemeentelijke bedrijfsmatige activiteiten. Met accountantsrapporten is dat niet zo moeilijk.

Als het resultaat van de werkgroep-Cohen is dat de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken die het rapport op 25 juni bespreekt, het bedrijfsmatiger opereren van de gemeente blokkeert, is naar ik vrees het

middel ernstiger dan de kwaal. Zo'n blokkade leidt tot verstarring en dat kost belastinggeld.

Het alternatief dat Cohen aanreikt, in de vorm van privatisering, heeft - zo hebben ontwikkelingen bij het rijk en de gemeenten bewezen - ook zijn kwalijke kanten. Een duidelijk bewijs daarvan is de privatisering van het Loodswezen.

Wat de verspilling van belastinggeld betreft: door rapportages van toezichthoudende instellingen kan de volksvertegenwoordiging inzicht houden in het werk van de politiek verantwoordelijken. Mismanagement zal

openbaar worden. Politieke ambtsdragers zijn om minder weggestuurd. Om ongewenste vermenging tussen markt en overheid te voorkomen zijn betere middelen te bedenken dan de rigoureuze scheiding die Job Cohen voorstelt.