RIVM: doelstellingen van kabinet worden op geen stukken na gehaald; Milieubeleid loopt tegen grenzen aan

DEN HAAG, 24 JUNI.Het gaat niet goed met het milieu in Nederland. Minister De Boer (Milieubeheer) wil alleen nog in een nieuw kabinet zitting nemen wanneer dat een strenger milieubeleid gaat voeren, zo herhaalde zij gisteren bij een VN-milieuconferentie in New York. Immers,

de uitstoot van broeikasgassen neemt snel toe, de intensieve veehouderij

vervuilt lucht, water en bodem met een overdaad aan stikstof, fosfaat en

ammoniak en het steeds drukkere auto- en luchtverkeer veroorzaakt steeds

meer geluidsoverlast.

De Amerikaanse president Clinton prees deze week het Nederlandse 'poldermodel' en het daarbij behorende milieubeleid. Een aantal belangrijke milieudoelstellingen van het kabinet worden evenwel op geen stukken na gehaald, zo blijkt opnieuw uit de vandaag gepubliceerde, jaarlijkse 'Milieuverkenning' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het Nederlandse milieubeleid loopt tegen zijn grenzen aan. “Er is sprake van een afnemende meeropbrengst van het beleid”, zegt prof.ir. N.D. van Egmond, directeur Milieu van het RIVM.

Het beleid van de voorgangers van De Boer (Nijpels, Alders) was niet onsuccesvol. De afgelopen jaren liepen voor de meeste stoffen de milieuvervuilende uitstoot terug. Maar de snelle groei van de energie-intensieve economie in Nederland, de toenemende verkeersdrukte en de intensieve veehouderij doen de successen van de afgelopen jaren verschrompelen. Zo wil het kabinet de CO2 uitstoot in het jaar 2000 met drie procent verminderen, vergeleken met 1990. Maar uit de cijfers van het RIVM blijkt dat er nu al sprake is van een toename van de CO2-uitstoot van 8 tot 8,5 procent. En als de economische groei verder toeneemt, kan dit in 2020 zijn oplopen tot 30 procent. Van Egmond voegt daaraan toe dat het RIVM daarbij economische groeiprognoses hanteerde, die volgens het Centraal Planbureau nu al te bescheiden zijn: het zal waarschijnlijk allemaal nog veel harder gaan.

Het kabinet meent dat economische groei gecombineerd kan worden met een daling van de milieuvervuiling, de zogenoemde ontkoppeling. Maar de instrumenten die de overheid daarbij vooral heeft ingezet zijn in toenemende mate ontoereikend, aldus het RIVM. Technische, emissie-beperkende maatregelen hebben hun maximale effect bereikt. Alleen door de consumptie te beperken (minder automobiliteit, minder energieverbruik in huishoudens, industrie en landbouw) kan volgens Van Egmond de 'ontkoppeling' van milieu en economie worden bereikt. Vrijwillige afspraken met het bedrijfsleven over energiebesparing, zoals

het kabinet vorige week aankondigde in de nota Milieu en Economie, zijn daarbij nuttig, maar niet voldoende.

Mensen en bedrijven dwingen tot matiging van hun consumptie is niet populair bij politici. De doelstelling van het kabinet om de uitstoot van kooldioxide (CO2), ammoniak (NH) en stikstofoxide (NOX) terug te dringen komt alleen in zicht met strenge regelgeving en zeer forse prijsmaatregelen (hogere brandstofaccijnzen). Wat betreft de broeikasgassen CO2 en NOX is Nederland sterk afhankelijk van internationale afspraken over heffingen op auto- en vliegtuigbrandstof, die moeizaam van de grond komen.

Om de afgesproken milieudoelstellingen voor stikstof, fosfaat en ammoniak te halen, is een veel strenger mestbeleid nodig. Eigenlijk zou de varkensstapel in Nederland zo'n 30 tot 60 procent kleiner moeten zijn

dan nu.

Het meest effectieve instrument tegen de voortgaande milieuvervuiling is

volgens Van Egmond een andere, minder vervuilende economie. De Nederlandse economie heeft in vergelijking met het buitenland relatief veel zware industrie (basismetaal, basischemie en raffinaderijen), transport (vrachtwagens, vliegtuigen) en intensieve landbouw, wat sterk bijdraagt aan vervuiling van het milieu. Een verschuiving naar een minder materiaal- en energie-intensieve 'diensteneconomie', een brainport in plaats van een mainport, zou het milieu veel goed kunnen doen. Of die ontwikkeling erin zit, zal ook blijken uit het politieke debat over de vraag of het kabinet tientallen miljarden guldens investeert in de aanleg van een nieuwe Maasvlakte of een tweede nationale luchthaven.