Presenteer fabrikanten de rekening

De Amerikaanse overheid sloot vorige week een ontwerp-akkoord met de tabaksindustrie over het terugdringen van het roken. De Amerikaanse schrijver Richard Kluger vindt het een stap in de goede richting. Anti-rookactivist Boudewijn de Blij bekijkt de gevolgen voor Nederland.

In de Verenigde Staten heeft de tabaksindustrie een akkoord met justitie gesloten om alle processen over aansprakelijkheid voor de gezondheidsgevolgen van roken af te kopen. Hoewel het nog niet zeker is of de hiervoor noodzakelijke wetgeving door president Clinton en het Congres zal worden aanvaard, vonden aandelenbezitters het akkoord kennelijk een aantrekkelijk vooruitzicht: rond het bekend worden van het

akkoord stegen de beurskoersen van de tabaksindustrie met meer dan 10 procent. Het akkoord is een belangrijke stap vooruit voor de VS, maar het heeft negatieve gevolgen voor de Derde Wereld, waar nu meer reclame voor roken zal worden gemaakt.

De tabaksfabrikanten zullen de markt die ze in de VS kwijtraken, proberen te compenseren in niet-westerse landen. Vooral landen in Azië (China!), Afrika en Oost-Europa zullen het doelwit worden van de uitstekende marketingtechnieken van de tabaks-multinationals. Veel lokale tabaksfabrikanten zullen worden overgenomen of van de markt gedrukt. Tegelijkertijd worden sigaretten met reclame tot een begerenswaardig prestigeproduct gemaakt. Zeker in landen waar een westers merk nog een bijzondere status heeft, zal het aantal jongeren dat rookt gaan stijgen. Daarom is het zo jammer dat VS er niet in zijn geslaagd in de overeenkomst bepalingen op te nemen die ook geldig zijn buiten het eigen land.

De Derde Wereld ondervindt nu al veel nadelige milieugevolgen van de tabaksteelt, zoals ontbossing en verdroging. In toenemende mate zullen daar de gezondheidsgevolgen van roken bij komen. Volgens voorspellingen van de epidemioloog Peto zullen in de 21ste eeuw meer slachtoffers van door roken veroorzaakte ziekten in de Derde Wereld te vinden zijn dan in

Europa of Amerika.

In de VS worden sigaretten ondertussen fors duurder: de tabaksindustrie schuift de rekening van 700 miljard gulden grotendeels door naar de Amerikaanse roker. Naar verwachting zal hij ongeveer 6 gulden per pakje gaan betalen, anderhalf keer zoveel als nu en ongeveer net zoveel als in

Nederland. Die prijsverhoging is heel belangrijk: minder jongeren zullen

nu met roken beginnen en rokers zullen eerder overwegen te stoppen. De tabaksindustrie zal een flink verlies aan omzet lijden.

De financiële slagkracht van de industrie blijft echter even groot:

de verwachte brutowinst zakt met 20 procent van 8,4 miljard dollar naar 6,7 miljard. Niet bepaald een crisissituatie! De koersen van tabaksaandelen op de beurs gaan dan ook al flink omhoog. Analisten voorspellen een stijging die groter is dan het bedrag dat de industrie moet betalen.

Onderdeel van het nu gesloten akkoord is een sterke beperking van de reclame voor sigaretten. Afbeeldingen van mensen en cartoons zijn voortaan niet meer toegestaan. Buitenreclame, in de vorm van posters en dergelijke, wordt verboden, evenals product placement, een reclamevorm waarbij bekende personen het product impliciet aanbevelen (denk aan het opzichtig roken in tv-series).

Dat zijn belangrijke stappen vooruit. Waar de VS tot nu toe achterliepen

bij het beperken van tabaksreclame, plaatst het akkoord het land nu in de voorhoede. In Nederland is buitenreclame bijvoorbeeld nog steeds toegestaan. Ook wordt hier nog veelvuldig aan product placement gedaan.

De reclamebeperkingen in Amerika zijn er vooral op gericht om sigaretten

minder aantrekkelijk te maken voor jongeren. Ze zijn gebaseerd op ervaringen in westerse landen waar tabaksreclame is afgeschaft, zoals Canada, Noorwegen en Finland. In deze landen nam het aantal jongeren dat

met roken begon door een dergelijke maatregel sterk af. Reclame voegt immers het imago toe aan een op zichzelf weinig spectaculair product: een staafje in papier gerolde tabak. Zonder reclame blijft het kale product over, wat zeker voor jongeren minder aantrekkelijk is. Afgewacht

moet worden hoe de reclamemakers van de tabaksindustrie op de beperkingen reageren. Al vaker hebben zij laten zien beperkingen op een creatieve manier te kunnen omzeilen. Het functioneren van de reclamecode

in Nederland is daarvan het levend bewijs. Juist gedetailleerde regels zijn in het voordeel van reclamemakers: daarin zijn meer sluipwegen te vinden dan in globale regels, zoals het compleet verbieden van buitenreclame.

Voor Europa en Nederland zijn de directe gevolgen van dit akkoord gering. De tabaksindustrie hier hoeft er zich niet aan te houden. Het zal wel makkelijker worden in Europa processen vanwege aansprakelijkheid

aan te spannen. Volgens het akkoord moet voortaan veel informatie openbaar gemaakt worden over onderzoek dat de tabaksindustrie in het verleden heeft laten doen. Als daaruit blijkt dat de industrie wist dat sigaretten schadelijk waren terwijl dat in het openbaar werd ontkend, levert dat in beginsel aansprakelijkheid op. Of dat in Nederland tot een

veroordeling kan leiden staat nog niet vast.

Het mag duidelijk zijn dat de industrie niet zulke enorme bedragen zou hebben betaald zonder juridisch aansprakelijk te zijn. Verzekeraars in Nederland kunnen nu overwegen de industrie aansprakelijk te stellen voor

de ziektekosten van patiënten met rokersziekten. Verzekeraars doen dat al bij verkeersslachtoffers: de (verzekeraar van) de partij die schuld aan het ongeval heeft moet daar de kosten van medische verzorging

van de slachtoffers betalen. In principe zou de tabaksindustrie dat ook moeten doen. Ik begrijp dat minister Borst dat ziet als een inbreuk op de solidariteit, maar dat ben ik niet met haar eens. Waarom zouden de verzekerden de ziektekostenpremies moeten opbrengen als de tabaksindustrie aansprakelijkheid heeft erkend? In de Verenigde Staten gaat het grootste deel van de 700 miljard gulden die zijn toegezegd naar

Medicare en Medicaid, de belangrijkste ziektekostenverzekeraars. Hoewel een dergelijke overeenkomst niet zonder meer kan worden gekopieerd, zie ik niet in waarom een soortgelijke benadering ook hier niet mogelijk zou

zijn.

In 1996 hebben intensieve onderhandelingen over de aanscherping van de reclamecode tussen de ministeries van VWS en EZ enerzijds en de tabaksindustrie anderzijds weinig opgeleverd. De industrie weigerde belangrijke concessies te doen. En de overheid achtte zich gebonden aan een reclamecode, waarin zij niet eens partij is. Onder geen enkele regeling staat immers een handtekening van een minister. De teksten worden eenzijdig door de industrie vastgesteld. Bij de laatste wijziging

van de regeling bleek de waarschuwingstekst bijvoorbeeld niet meer op een (opvallende) witte balk te hoeven worden afgedrukt.

Het is de hoogste tijd af te stappen van een dergelijke zelfregulering. Het werkt niet en het staat regelgeving vanwege de overheid in de weg. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat globale overheidsregels meer duidelijkheid geven dan een gedetailleerde regeling vol sluipwegen. We kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan de VS. Als daar de buitenreclame en de sigarettenautomaten uit het straatbeeld kunnen verdwijnen, waarom dan hier niet?

Fractievoorzitter Wallage van de PvdA heeft ervoor gepleit de sponsoring

door de tabaksindustrie van allerlei festivals af te schaffen. Desnoods zou de overheid zich garant moeten stellen voor de financiering. Een kleine verhoging van de tabaksaccijns zou daarvoor al genoeg opleveren. Ik vind dat een goed voorstel. Dergelijke sponsoring zou moeten verdwijnen. Maar zolang op elke straathoek nog reclame voor sigaretten te zien is, is de verwijdering daarvan belangrijker.