Geen vergoeding voor ontslagen personeel Lavold

ROTTERDAM, 24 JUNI. Schoonmaakbedrijf Lavold hoeft voorlopig geen extra schadevergoeding te betalen aan acht ontslagen catering-medewerkers. Volgens de kantonrechter in Den Haag hebben de werknemers de verkeerde procedure gevolgd om schadevergoeding te eisen voor hun ontslag.

Kantonrechter Th. Lippmann liet gisteren in zijn uitspraak duidelijk merken sympathie te hebben voor de wens van de acht Lavold-werknemers om gecompenseerd te worden voor hun gedwongen vertrek. Hij bleek echter van mening dat de werknemers in dit geval schadevergoeding moeten claimen via een procedure wegens 'kennelijk onredelijk ontslag' en niet via een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Die ontbinding stond vast, omdat het arbeidsbureau al een ontslagvergunning had verleend. Daardoor kwam de schadevergoeding voorop te staan en dat strookt volgens Lippmann niet met de bedoeling van de ontbindingsprocedure.

De catering-werknemers waren op initiatief van de FNV Rechtskundige dienst te Rotterdam naar de rechter gestapt omdat zij de hun aangeboden afvloeiingsregeling te mager vonden. Waren de werknemers via de kantonrechter ontslagen, dan hadden zij waarschijnlijk een vergoeding gekregen op basis van de kantonrechtersformule. Die formule is gebaseerd op onder andere leeftijd en dienstjaren. Omdat de werknemers lang in dienst waren geweest van Lavold (variërend van 12 tot 28 jaar) zouden ze via de kantonrechter ten minste enkele tienduizenden guldens hebben meegekregen. In de afvloeiingsregeling van Lavold variëren de bedragen van een paar honderd tot een paar duizend gulden.

Werkgevers kiezen de laatste jaren massaal voor ontslagprocedures via de kantonrechter. Weliswaar moeten zij in veel gevallen schadevergoedingen betalen, maar daar staat tegenover dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang kan worden ontbonden. Op dit moment verloopt circa de helft van de ontslagzaken via de kantonrechter, tegen vijf procent tien jaar geleden.

Het grote animo onder werkgevers om ontslagzaken via de kantonrechter af te handelen leidt volgens juristen van de vakcentrale FNV tot forse rechtsongelijkheid voor werknemers. Werknemers hebben geen zeggenschap in de keuze tussen arbeidsbureau en kantonrechter, maar kunnen als gevolg van die beslissing door hun werkgever wel met zeer verschillende financiële uitkomsten worden geconfronteerd. Via het proefproces tegen Lavold hoopten de FNV-juristen hierin verandering te brengen.

Nu de ontbindingsprocedure op verzet van de Haagse kantonrechter is gestuit, spant de Rechtskundige dienst alsnog een procedure aan wegens 'kennelijk onredelijk ontslag'. “In die procedure zal ik namens de werknemers dezelfde financiële vergoedingen eisen als in deze zaak. Ik vind dat de ene ontslagprocedure niet tot een andere uitkomst mag leiden dan de andere”, aldus FNV-jurist mr. P. van Minnen.