Europese richtlijn Securitel wordt fors uitgebreid

De Kamer wil door de regering beter worden geïnformeerd over de Europese regelgeving, maar let zij zelf wel goed op?

DEN HAAG, 24 JUNI. Het kabinet heeft eerder deze maand zijn excuses

aangeboden over het niet-aanmelden van technische voorschriften in Brussel, zoals een Europese richtlijn voorschrijft. Gisteren volgde een brief met voorgestelde oplossingen voor het probleem dat niet-aangemelde

voorschriften 'ongeldig' zijn. Maar zouden de hoofdrolspelers in het Securitel-debat ook weten dat de Europese richtlijn waaruit alle problemen voortvloeien, op het punt staat fors te worden uitgebreid?

Als het aan de Europese Commissie ligt wordt richtlijn 83/189 zo gewijzigd dat ook alle ontwerp-regels op het terrein van de informatiemaatschappij voortaan moeten worden aangemeld. Voorschriften voor thuisbankieren, 'teleshopping' of onderwijs op afstand zouden dan via de Europese Commissie ter beoordeling aan de andere lidstaten worden

voorgelegd. Het voorstel wordt mogelijk nog dit jaar aangenomen. Een dergelijke uitbreiding van de richtlijn lijkt in te druisen tegen de wens van de Tweede Kamer, verwoord in het Securitel-debat twee weken geleden, om de Europese regel juist aan te passen omdat hij te veel 'administratieve lastendruk' geeft. De ministers Wijers (Economische Zaken) en Sorgdrager (Justitie) hebben de Kamer ook al toegezegd met de Commissie over een verduidelijking van de richtlijn te gaan praten. Over

de naderende uitbreiding melden zij niets.

“Ik heb dit horen verluiden”, zegt VVD-afgevaardigde Voûte-Droste desgevraagd over de naderende wijziging. Omdat juist zij in het bewuste Kamerdebat zo had aangedrongen op “modernisering” van de richtlijn, is zij er inmiddels 'vanuit het veld' op gewezen. “Als ik dit al tijdens het debat had geweten, dan had ik het natuurlijk

meteen ingebracht. Wanneer we nog meer voorschriften in Brussel moeten melden op grond van een onduidelijke richtlijn, is de bureaucratische rompslomp niet te overzien.'' Voûte gaat daarom alsnog proberen de

uitbreiding van de Europese richtlijn tegen te houden.

Het opmerkelijke is, dat Voûte van de uitbreiding had kúnnen weten. Al op 18 november vorig jaar heeft staatssecretaris

Patijn (Buitenlandse Zaken) een brief aan de Kamer gestuurd waarin de uitbreiding van de richtlijn wordt aangekondigd. In de brief wordt er tevens op gewezen dat de richtlijn als gevolg van het Securitel-arrest directe werking heeft, wat betekent dat burgers zich er op kunnen beroepen. Dit is dus ruim vóórdat in januari dit jaar de ministerraad zich voor het eerst over de gevolgen van het Securitel-arrest boog.

“De Kamer, die steeds roept dat ze slecht wordt geïnformeerd, zit dus soms te slapen”, constateert mr. W.Th. Douma, een wetenschappelijk medewerker Europees Recht in Groningen die regelmatig via Internet de web-site van de Europese Commissie raadpleegt. Op die site staat de wijziging van de richtlijn in extenso uitgelegd. Maar niet alleen de Kamer slaapt. “Ambtenaren op Economische Zaken die zich indringend met deze materie bezighouden, waren niet op de hoogte dat deze wijziging eraan kwam”, zo heeft Douma gemerkt toen hij met hen over 'Securitel' sprak.

Hij heeft hen ingelicht. In een reactie zegt een woordvoerder van het ministerie dat EZ wèl op de hoogte is van de voorgenomen wijziging. Onduidelijk blijft echter sinds wanneer.

Hoe komt zo'n brief van staatssecretaris Patijn tot stand en wat gebeurt

ermee? De brief maakt deel uit van een serie waarmee hij maandelijks de Kamer informeert over ophanden zijnde Brusselse wetgeving.

Pagina 2: Brief 'hamerstuk'

Elke brief van staatssecretaris Patijn bestaat uit een aantal 'fiches': mededelingen of voorstellen die de Commissie aan de lidstaten heeft gedaan. Ze zijn samengesteld en van commentaar voorzien door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen, waarin juristen van alle departementen zitten.

Het tijdig informeren van de Kamer is bedoeld om de volksvertegenwoordigers de kans te geven invloed uit te oefenen op de standpunten die de regering vervolgens in de Europese besluitvorming inneemt. Enkele jaren geleden heeft het parlement geklaagd dat ze met betrekking tot Europese afspraken te vaak voor voldongen feiten werd geplaatst. De maandelijkse brieven waren het antwoord.

De informatiestroom die namens Patijn wordt verzonden gaat naar alle Kamerleden, maar de vaste Kamercommissie voor Europese zaken heeft de taak de collega's te wijzen op de belangrijke punten. Ingezonden brieven, inclusief die van de regering, worden tijdens de procedurevergaderingen behandeld. Wat betreft de brief van 18 november: geen van de 25 leden van de commissie Europese Zaken, onder wie mevrouw Voûte, vond het nodig één van de zeven fiches uit die brief november te bespreken. Op 19 december werd de brief voor kennisgeving aangenomen. Een VKA-tje, heet dat in jargon. Een hamerstuk.

“We hebben de neiging meer naar de formulering van nieuw beleid te kijken dan naar de uitvoering of wijziging van bestaande maatregelen”, erkent commissie-voorzitter Ter Veer (D66). De commissieleden lezen in de berg papier vooral de cursief gezette zinnetjes over de consequenties

voor de nationale rechtsorde. Als de staatssecretaris daarin geen alarm slaat, of als er geen gevoelige zaken als fraude aan de orde komen, wordt het fiche al gauw een VKA-tje. “De Kamer heeft wat dit betreft collectief een steek laten vallen, dat is wel het algemene gevoel na Securitel. We hebben ons voorgenomen voortaan meer op de inhoud van de fiches te letten.”

Voûte slaakt een diepe zucht als zij met de brief van 18 november wordt geconfronteerd. “Tsja, daar ga je...”. De politica, die voor de VVD de ontwikkelingen op de Interne Markt in de gaten moet houden, wijst

erop dat Kamerleden de 'politieke punten' eruit pakken.