Een waterdicht alibi

Vergeleken bij het persoonlijk debacle van de vroegere Britse minister Jonathan Aitken lijken de affaires die premier John Majors politieke vrienden de afgelopen jaren tot aftreden dwongen kinderspel. Een aantal ministers en staatssecretarissen raakte Major kwijt ten gevolge van buitenechtelijke affaires en corruptieschandalen. Maar die incidenten verbleken in het licht van het dubbelleven dat Jonathan Aitken er tijdens Majors bewind op na hield.

Aitken was minister van de Kroon, maar handelde achter een rookscherm van handige voorwendsels meer dan eens voor eigen rekening. Zijn regelmatige aanwezigheid in Saoedi-Arabië riep weleens vragen op in de pers, maar bij zijn ambtgenoten wekte dat geen argwaan, omdat hij altijd een goede verklaring voor zijn bezigheden had. Jonathan was 'a decent chap' die, hoe vaak hij in zijn persoonlijk leven ook uit de bocht mocht zijn gevlogen (vrouwen), altijd het landsbelang boven eigen belang zou stellen.

De ene keer was hij makelaar, de andere keer public relationsadviseur voor de koninklijke regering van Saoedi-Arabië. In die kring werd hij beschouwd als het ongekroonde lid van de koninklijke familie, zoals hij in het kabinet-Major werd gezien als de honorair ambassadeur van de Saoedi's in Europa. Ten gerieve van Arabische relaties die Londen aandeden organiseerde de Prince Charming (die zondags in de kerk zong en

thuis de family values hooghield) een informele escort-service. En op de

foto's die de Britse kranten, ook de Tory-gezinde bladen, de afgelopen dagen publiceerden, treedt Aitken niet als een passieve bemiddelaar in de escort-business naar voren. De Sunday Telegraph liet dit keer alle traditionele terughoudendheid tegenover de eigen clan varen en somde zijn vele affaires op, variërend van een bestsellers schrijvende historica tot een excentrieke seksuologe die hem in contact bracht met de chairwoman van The English Collective of Prostitutes.

Jonathan Aitken is geen ver familielid van de Britse koningin, zoals John Profumo, Macmillans minister van Defensie die moest aftreden wegens

een affaire met de 'staatsgevaarlijke' Christine Keeler. Maar verder laat zijn afkomst niets te wensen over. Door en door upper class. Eerste

klas genealogie. Rijk, charmant en intelligent. De enige eigenschap waarmee de Schepper Jonathan Aitken vergat uit te rusten was de deugd van eerlijkheid.

Toen The Guardian over bewijzen beschikte dat Aitken tijdens zijn ministerschap in 1993 op kosten van een Arabische zakenrelatie in het Ritz-hotel in Parijs had overnacht, hield Aitken eerst tegenover Major en later bij de rechtbank vol, dat zijn vrouw de rekening had betaald. Had hij gewoon toegegeven, dan was de zaak ongetwijfeld met een sisser voor hem afgelopen. Maar Aitken zette zich schrap, en bezwoer John Major, zijn ambtgenoten en de secretaris van de ministerraad dat de beschuldiging van onethisch gedrag ongegrond was. Hij zou zijn onschuld bewijzen, sleepte The Guardian voor de rechter en ondersteunde zijn verweer met een 'waterdicht' alibi. Zijn vele supporters in het Lagerhuis en in de Conservatieve pers onthaalden hem op geestdriftig gejoel toen hij op 10 april 1995 bij de rechtbank pathetisch verklaarde:

“Als mij de historische plicht is toegevallen het kankergezwel van de bevooroordeelde en partijdige journalistiek in ons land met het zwaard van de waarheid en het beproefde schild van het Britse fair play uit te snijden, dan moet het maar. So be it.”

De reisdocumenten die vorige week voor de rechtbank werden geproduceerd ondersteunden Aitkens verweer niet. Ze haalden het volledig onderuit. Zijn hele verhaal was gefingeerd, al zijn 'bewijzen' steunden op leugens

en met alibi's en al viel hij met een dreun door de mand. De zelfbewuste

Aitken was in één klap alles kwijt: zijn vrouw (onmiddellijke scheiding), zijn geld (een kleine drie miljoen aan proceskosten), zijn geloofwaardigheid en zijn aanhang. Nu hangt hem nog een vervolging wegens meineed boven het hoofd.

Verbazingwekkend is de ommezwaai die de Conservatieve Britse pers onmiddellijk maakte. De twee Telegraphs en The Times schreven gisteren Aitkens ondergang toe aan zijn aangeboren slechtste eigenschap, “his inability to tell the truth”. Ze wijdden hele pagina's aan de leugens die Aitken eerder in zijn publieke leven heeft verteld. De drie kranten leken in het geheel niet gehinderd te worden door het besef dat ze Aitken door dik en dun hadden gesteund in zijn gerechtelijke strijd tegen The Guardian, de liberale krant die Aitkens verbindingen met de wapenmafia al eerder - maar zonder succes - aan de kaak had gesteld en die hem sindsdien met niet aflatende animo op zijn huid had gezeten.

De beschuldigingen die The Guardian en het zondagsblad The Observer tegen Aitken publiceerden (over Aitkens hotelkosten in Parijs die door zijn Saoedi Arabische vrienden waren betaald en Aitkens indirecte betrokkenheid bij Saoedische wapenleveranties aan Irak) zijn in de Conservatieve pers jarenlang met een vijandige onverschilligheid weggewoven: opgeblazen gebeuzel van de anti-Torypers. Sinds afgelopen vrijdag, de dag waarop Aitken door de rechtbank met de bewijzen van zijn

schuld werd geconfronteerd en zijn wereld instortte, tappen de Telegraph

e.t.q. uit een ander vaatje. De Sunday Telegraph overtreft zichzelf in hypocrisie door de hele goedgelovige mensheid in gebreke te stellen. “Het is minder verrassend dat Aitken over zijn verblijf in het Ritz-hotel heeft gelogen dan dat iedereen hem geloofde - en hem bleef geloven, telkens weer, zelfs nog lang nadat zijn neiging tot liegen was ontmaskerd, gedocumenteerd en vastgesteld.”

Een goed woord voor The Guardian en The Observer en Granada-televisie, die de leugens van Aitken met onvermoeibare volharding hebben nagespeurd

tot zijn verweer het begaf, kon er niet af. Laat staan de erkenning dat zijzelf in haar taak om voor de openbaarheid op te komen schromelijk tekort was geschoten.