Een gevoelige tik voor de tabaksindustrie

De Amerikaanse overheid sloot vorige week een ontwerp-akkoord met de tabaksindustrie over het terugdringen van het roken. De Amerikaanse schrijver Richard Kluger vindt het een stap in de goede richting. Anti-rookactivist Boudewijn de Blij bekijkt de gevolgen voor Nederland.

Een derde eeuw is het geleden dat het hoofd van het Amerikaanse Federale Bureau voor de Volksgezondheid, de Surgeon General, op overtuigende wijze de wetenschappelijke bewijzen voor de dodelijke werking van de tabaksverslaving bijeenbracht. De rest van de federale overheid echter, behendig gemanipuleerd door de machtige tabaksindustrie

en beducht voor de wrevel van haar tientallen miljoenen verslaafde klanten, stond toe dat de sigaret ons levensgevaarlijkste maar minst gereguleerde consumptieartikel bleef. De producenten ontkenden koppig dat de zich opstapelende medische verdenkingen tegen hen een wettig en overtuigend bewijs vormden. Tegelijk hielden ze onverdroten vol dat rokers voldoende gewaarschuwd werden voor de risico's die ze liepen. Zo wisten ze het Hooggerechtshof voor hun zaak te winnen. Met het gevolg dat de Amerikanen nu jaarlijks 4 miljoen levensjaren verliezen ten gevolge van het ergste, zij het klakkeloos geaccepteerde gezondheidsschandaal.

De vorige week voorgestelde afkoopregeling tussen de tabaksindustrie en de overheid biedt, als de vaak wollige bewoordingen worden omgezet in federale wetstaal, een reële hoop dat er eindelijk paal en perk zal

worden gesteld aan het schandelijke gedrag van de sigarettenfabrikanten,

waaraan de natie als geheel al te lang medeplichtig is geweest.

Het akkoord komt neer op de bekentenis van een piratenindustrie dat ze tientallen jaren lang misdadig, onwettig en nalatig heeft gehandeld. Natuurlijk hebben de meeste rokers wel door gehad dat ze ernstige gezondheidsrisico's liepen, maar dat besef hadden ze niet dank zij de fabrikanten. Hun Raad voor het Tabaksonderzoek en hun eigen onderzoekers

hebben nooit serieus, consequent onderzoek verricht naar het causale verband tussen roken en het ontstaan van ziekten. Zonder twijfel vreesden ze dat de uitslag voor hen de nekslag zou worden. Hun Tabaksinstituut ploos ieder rapport van de Surgeon General uit en bagatelliseerde de belastende bevindingen van toegewijde, onafhankelijke

onderzoekers. Hun directies maakten zich zo schuldig aan een samenzwering tot valse voorlichting van het Amerikaanse volk door te blijven ontkennen wat ze uit de overvloed aan interne documenten die de afgelopen tien jaar zijn opgedoken wisten: hun product was verslavend en

dodelijk.

Door nu te capituleren, ondanks alle eisen tot schadevergoeding van gedupeerde rokers, bespaart de tabaksindustrie de natie in elk geval jarenlange processen, die de fabrikanten vroeg of laat toch zouden hebben verloren en die de invoering van broodnodige regelgeving voor onbepaalde tijd zouden hebben vertraagd. De afgesproken schadevergoeding

is nog het minst belangrijke onderdeel van het akkoord. Het geld kan al die miljoenen overleden rokers niet meer tot leven wekken noch kan het de terminaal zieken nog genezen. Bovendien dekken de huidige hoge accijnzen al een groot deel van de uitgaven aan gezondheidszorg voor zieke rokers. De afkoopsom is eigenlijk vooral bedoeld om het rendement van de Amerikaanse tabaksindustrie te kortwieken. Maar door de verkoopprijs van de 24 miljard pakjes die ze jaarlijks in de VS afzetten

langzaam op te schroeven en door grote besparingen op hun huidige reclame- en promotiebudgetten van miljarden dollars per jaar (afgedwongen door het akkoord) zullen de fabrikanten de 15 miljard dollar per jaar op kunnen brengen zonder hun liquiditeit ook maar enigszins in gevaar te laten komen.

Het roken onder jongeren zal door het akkoord niet verdwijnen - het voortbestaan van de industrie is daarvan te afhankelijk. Maar door sigaretten minder gemakkelijk verkrijgbaar en duurder te maken, door het

verbod op glamour-reclame en op merknaam-promotie, en door stigmatisering van het roken in een landelijke anti-rookcampagne op kosten van de fabrikanten, geeft de nieuwe regeling wel een fikse steun in de rug aan het initiatief van de regering-Clinton om het roken onder jongeren tegen te gaan. Het is eigenlijk een vorm van grootschalige preventieve geneeskunde die zowel getuigt van wijs beleid als van schrander politiek spel. Al mogen we niet vergeten dat kinderen voor een

deel gaan roken om het gevaar, en niet ondanks het gevaar. Verboden vruchten, hoe beurs ook, verliezen zelden hun aantrekkingskracht.

Waar het nu om gaat is hoeveel controle de overheid op de fabricage en verpakking van sigaretten krijgt. Alle restricties op de marketing van sigaretten zullen maar weinig effect hebben als ze even dodelijk blijven

als ze waren. Omdat het hele wetenschappelijke pleidooi tegen het roken gebaseerd is op dosis-gerelateerd risico (hoe meer schadelijke ingrediënten per sigaret vrijkomen en hoe hoger de totale consumptie, des te groter het risico van vroegtijdig overlijden), ligt het medisch gesproken voor de hand dat een gedwongen reductie van het toxisch gehalte tot een significante vermindering leidt van de gruwelijke tol die de sigaret eist. De nu gedane voorstellen zouden volgens de berichten inhouden dat de Food and Drug Administration die de

keuringen voor de overheid verricht de bevoegdheid krijgt om sigaretten geleidelijk aan te passen - zonder dat de fabrikanten zich met hand en tand verzetten en zonder dat het Congres iedere nieuwe reductieverplichting hoeft te fiatteren. Van cruciaal belang is ook dat de FDA bevoegd wordt om veel strengere eisen te stellen aan de waarschuwingen op pakjes sigaretten. Ze zouden opvallender en dreigender

moeten zijn en alle schadelijke ingrediënten vermelden.

Essentieel bij de uitwerking van het akkoord moet zijn de vaststelling van het nicotinegehalte van sigaretten, die al door het opperste gerechtshof is toegewezen, en van de hoeveelheden teer, koolmonoxide, kankerverwekkende geur- en smaakstoffen en andere additieven. Als dat niet gebeurt wordt de hele regeling een tandeloos monster dat van tafel kan worden geveegd. En zelfs mét deze bevoegdheden zal de FDA nog

moeten beschikken over de vastberadenheid om ze ook te gebruiken en over

de middelen om dat goed te doen. Misschien moeten revenuen uit verhoogde

tabaksaccijnzen voor dit doel worden geoormerkt.

Het argument dat een van overheidswege goedgekeurde, verzwakte sigaret jongeren er wellicht toe aanzet om juist te gaan roken, dat voornemens om met roken te stoppen erdoor verzwakken, en dat verstokte rokers ertoe

worden gebracht méér sigaretten te gaan roken om de verminderde doses per eenheid te compenseren, mag niet lichtvaardig worden weggewimpeld. Maar de huidige hoog-toxische merken niet verbieden

is nog veel gevaarlijker.

Als de juridische finesses de fabrikanten nu niet onterecht bevoordelen,

hoeft in de politiek niemand bang te zijn om met het akkoord in te stemmen. Bill Clinton heeft terecht brede steun verworven door zich als eerste president uitdrukkelijk tegen het roken te verklaren. Het Congres, dat zo lang door Clintons partij is gedomineerd, verdient daarentegen hoon om de manier waarop het een onfrisse bedrijfstak zoveel

jaren zoveel onheil heeft laten stichten. De wetgever krijgt nu de kans zich te rehabiliteren, in het ideale geval zonder dat de Republikeinse meerderheid met haar gebruikelijke anti-regulatoire retoriek komt aanzetten. Als de regering niets aan de bescherming van de volksgezondheid wil doen, hoe kan ze haar bestaan dan nog legitimeren? De dood kiest immers nooit partij.