Bond: Chinezen bij Hoogovens weg

ROTTERDAM, 24 JUNI. Het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA) zal volgende week een besluit nemen over de intrekking van de werkvergunning van een groep van 150 Chinezen, die op het terrein van het staal- en aluminiumconcern Hoogovens werkt. De Chinezen ontmantelen twee verouderde hoogovens voor de Indonesische onderneming Gunawan Iron and Steel.

Volgens de Industriebond FNV beloofden Hoogovens en Gunawan bij de aanvraag van de benodigde vergunningen arbeidsvoorwaarden te hanteren die vergelijkbaar zijn met de voorwaarden die in Nederland gelden. In mei bleek echter dat het slopersbedrijf CMIC, een dochteronderneming van Gunawan, zich niet hield aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften. Als gevolg hiervan hadden er verscheidene ernstige ongelukken plaats, waarbij twee werknemers omkwamen. Nadat het bedrijf de veiligheidsmaatregelen had verbeterd, kreeg het toestemming de werkzaamheden voort te zetten.

De industriebond maakt echter nog steeds bezwaar tegen het project. Volgens de bond worden de Chinese werknemers onderbetaald, waarmee de wet op het Minimumloon wordt ontdoken. Zij krijgen per maand zo'n duizend gulden, waarvan nog de helft aan kost en inwoning moet worden afgedragen. Ook draagt CMIC geen sociale verzekeringspremies af.

De bond wil in een kort geding afdwingen dat de betrokken ondernemingen zich houden aan de wet op het Minimumloon en de CAO voor de metaal en de elektrotechnische industrie. Zolang dit niet gebeurt is er volgens de bond sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van Nederlandse ondernemingen. Als het CBA volgende week de werkvergunning intrekt, zal de industriebond sterk staan in het kort geding.