Boeren tot maand cel veroordeeld

LEEUWARDEN, 24 JUNI. Tien varkenshouders zijn vanmorgen door het gerechtshof van Leeuwarden veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van een jaar wegens diefstal van mestdossiers in september 1995 in Assen.

De procureur-generaal eiste twee maanden onvoorwaardelijk voor drie

actievoerders, onder wie actieleider W. van den Brink, een maand onvoorwaardelijk voor vier andere varkenshouders en 28 dagen waarvan drie dagen voorwaardelijk voor drie actievoerders. Het hof oordeelde echter dat er sprake was van een gezamenlijke actie, waarbij zij het niet nodig achtte leden van het actiecomiteé een hogere straf op te leggen dan andere deelnemers aan de actie.

De rechtbank van Assen veroordeelde elf boeren vorig jaar mei - één boer ging niet in hoger beroep bij het hof - tot voorwaardelijke gevangenisstraffen variërend van twee maanden tot twee weken. De boeren gingen hierop in appèl. Volgens het hof was

er wel degelijk sprake van diefstal en niet zoals de advocaten hadden aangevoerd, van een misdrijf tegen het openbaar gezag.

Hoewel diefstal niet kan worden getolereerd vonniste het college dat de boeren met hun actie aandacht wilden vragen voor een in hun ogen beter beleid. Een onvoorwaardelijke straf achtte het hof niet passend.

“De verdachten voerden aan dat zij zich in hun bestaan bedreigd voelden

en dat zij de indruk hadden dat de politiek hun argumenten niet begreep.''

Verder oordeelde het hof dat de boeren er naar hadden gestreefd de schade tijdens de actie in het Bureau Heffingen zoveel mogelijk te beperken en dat ze de commotie die door hun optreden ontstond serieus hadden genomen. De uitspraak van het hof werd met een kort applaus begroet. De advocaat van de boeren, mr. W. Anker, was tevreden.

Hij vond dat het hof zijn uitspraak aanzienlijk beter had gemotiveerd dan de rechtbank in Assen.