Arts in loondienst

Helaas slaat collega Van der Reijden (Opiniepagina, 12 juni) in zijn reactie op uitlatingen van collega Kingma (7 juni) betreffende het wetsontwerp over de zorgvernieuwing meerdere malen de plank flink mis.

Enig lef kan hem overigens niet worden ontzegd, gezien het feit dat

hij juist het (eigen) Slotervaartziekenhuis, dat door de gemeente Amsterdam wordt geprivatiseerd wegens de aanhoudende verliezen, lijkt te

presenteren als een succes met betrekking tot het loondienstverband. In het OLVG is men nog maar kortgeleden tot een dienstverband gekomen, waarvan de gevolgen derhalve nog niet meetbaar zijn. De academische ziekenhuizen, zoals AZVU en AMC, horen wegens een geheel andere managementstructuur en patiëntengroep niet in het rijtje thuis.

De medisch specialisten zijn, na de patiënten, de groep die door de

wachtlijsten wellicht het meest worden geraakt: het is bijzonder frustrerend telkens weer te moeten zeggen dat je wel wilt opereren, maar

niet kan, omdat het geld en de mogelijkheden ontbreken. Door de macht meer in handen te leggen van diegenen die vooral het budget moeten bewaken en het dagelijkse contact met patiënten ontberen, ontstaat een tweedeling binnen de zorg, waardoor de kwaliteit onherroepelijk zal teruglopen. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de behandelend arts zijn ziekte en gezondheid emotioneel geladen begrippen,

die op gespannen voet staan met het voorgestelde geïntegreerde medisch-specialistische bedrijf. Door de medisch specialist als intermediair van de patiënt het laatste stukje macht te ontnemen wordt de laatste bij deze integratie, als ware hij een storende factor, buiten beschouwing gelaten teneinde zo efficiënt mogelijk te kunnen

bezuinigen.

De vraag naar onze goede en goedkope gezondheidszorg neemt, mede onder invloed van de vergrijzing, toe; laten we er toch met z'n allen voor zorgen dat de zorg van morgen niet alleen maar goedkoop is.