Zapman

“Hoe jij het gesprek toch iedere keer weer op voetbal weet te brengen”, zegt mijn reisgenote. We hebben een hotelkamer gehuurd in de nabijheid van Dordrecht.In het hotel is geen televisie, er kan een week lang niet worden gezapt.

Het zal nooit gebeuren dat ik in vrouwelijk gezelschap zomaar wat uitslagen begin uit te kramen, of dat ik in het wilde weg wat transferbedragen declameer. Wanneer ik over voetbal begin, en er zijn dames in de buurt, dan heeft het altijd met het bestaan te maken. Noem mij één facet van het bestaan dat niet aan bod komt in de wereld van het voetbal. De grote en de kleine dingen: hebzucht, verlegenheid, dronkenschap, vliegangst. Het leven van alledag, maar dan uitvergroot en dagelijks in het nieuws. De pers staat te trappelen langs de lijnen. Voetbal als model van het leven, een laboratorium van het bestaan.

Mijn reisgenote zegt dat ze weliswaar geïnteresseerd is in alle facetten van het bestaan, maar dat ze toevallig niet om voetbal geeft.

“Laten we nou afspreken dat je de rest van deze vakantie niet meer dan vijf keer over voetbal begint.”

We fietsten net langs de voetbalvelden van FC Dordrecht. Recht er tegenover was een woning te koop. Ik had gezegd dat het me handig leek om daar te wonen, dan hoefde je de straat maar over te steken en je stond op het veld. Wie weet was er dan een goede voetballer uit mij gegroeid.

“Wat kan ik eraan doen dat we langs een voetbalveld fietsen?”(ik)

“Natuurlijk kun jij daar niets aan doen. Het enige wat jij zou kunnen doen, is dat je er niet meer over begint.”(zij)

“En die andere keren dat ik over voetbal begon?”(ik)

Kan ze zich niet meer precies voor de geest halen. Behalve dan vanmorgen, toen we op de heenweg al langs de velden van FC Dordrecht waren gekomen, toen schijn ik ook al iets gezegd te hebben over handig wonen daar enzovoorts.

Ik heb beloofd dat deze vakantie nog maar vijf keer voetbal ter sprake zal komen. Precies één keer per dag. Voordat we een uur verder waren, was ik al door het eerste dagrantsoen heen. Naar aanleiding van een of andere maatschappelijke kwestie moest ik zonodig kwijt:

“Als je tweeëntwintig jongens een veld en een bal geeft, moet je niet verwachten dat ze stilletjes op het gras gaan zitten.”