Weg uit de wirwar van banenplannen

Deze week moet de Tweede Kamer haar zegen geven aan een wetsvoorstel waarmee alle gesubisidieerde banen in één regeling worden ondergebracht. “Eindelijk”, verzuchten ze bij het Maritiem Buitenmuseum waar alle banenplannen samen komen.

ROTTERDAM 23 JUNI. Pofpofpofpof, klinkt het uit een van de tentoonstellingsruimten van het Maritiem Buitenmuseum in Rotterdam. De museumdirecteur wijst naar de man die de dieselmotor in een opengewerkt binnenschip bedient. “Een van onze vijftien banenpoolers. Naast hem staat een JWG'er, daar hebben we er twaalf van. En die man die net voorbij kwam, dat is een Melkert II'er.” Een rondleiding over de kade van het museum is hetzelfde als een rondgang langs alle banenplannen die Nederland inmiddels kent.

De namen van alle vormen van gesubsidieerde arbeid lopen directeur E. de Groot vlot uit de mond. “Twee van onze schilders komen van het OK-project - Onbenutte Kwaliteiten. Een Rotterdams project waarmee mensen met behoud van uitkering vrijwilligerswerk kunnen doen, zeg maar Melkert-III. Verder hebben we aanvragen lopen voor zes Melkert I-mensen voor onze publieksservice, twee aanvragen voor het project Baan Plus, ook een soort Melkert-III. En dan hebben we hier nog twee mensen rondlopen van de sociale werkvoorziening WSW en 120 vrijwilligers. Dat zijn vooral gepensioneerde liefhebbers van het havenwerk. Maar er zitten ook ex-gedetineerden via de reclassering, oud-verslaafden en een allochtoon in het kader van een integratieproject bij.”

Er moet een eind komen aan al die verschillende vormen van gesubsidieerde arbeid met elk hun eigen voorwaarden, organisatiestructuur en geldstromen. Dat vond het kabinet bij zijn aantreden in 1994 en daarover voert de Tweede Kamer deze week een afsluitend debat. Dat debat zal gaan over de Wet Inschakeling van Werkzoekenden (WIW). Een ingewikkeld wetsvoorstel waarmee in eerste instantie de banenpool (voor mensen die langer dan drie jaar in de bijstand zitten en ouder zijn dan 35 jaar), de Jeugdwerkgarantiewet (JWG voor schoolverlaters tot 27 jaar die langer dan zes maanden werkloos zijn) en later de Melkert II-experimenten (nieuwe banen in de commerciële sfeer voor langdurig werklozen) in één regeling worden gevangen. Gaandeweg moeten alle vormen van gesubsidieerde arbeid en vrijwilligerswerk onder de WIW vallen.

Museumdirecteur De Groot is zeer tevreden over het onder één noemer brengen van het grote aantal vormen van werk-met-een-potje-subsidie. “Achter elke regeling zit een eigen organisatie. Daarom kost het ons moeite alles op elkaar af te stemmen”, legt De Groot uit. “Als je de consulent van de banenpool op bezoek hebt gehad, staat de JWG-consulent alweer op de stoep.” Bovendien snijden de regelingen volgens De Groot in hun eigen vlees bij het bereiken van hun belangrijkste doelstelling: de langdurig werkloze aan een baan helpen. “Al die banenplannen hebben dezelfde doelgroep, maar allemaal concurreren ze met elkaar om hun eigen mensen, banenpoolers, JWG'ers, Melkertiers, aan een vaste baan te helpen.”

Een van de banenpoolers van het Maritiem Buitenmuseum, Bep, een pezige man van 48 jaar, stond in 1985 ineens op straat. “Massa-ontslag bij Van der Giessen”, legt Bep in staccato uit. “Ik was een van de 1.200.” Na bijna acht jaar bijstand (“mensonterend”) kon hij als vrijwilliger aan de slag bij het museum. Vier jaar later is hij als banenpooler in de begeleiding van nieuwe krachten 'gerold'. “Om jonkies het vak te leren, maar soms ook om mensen met een verleden weer mens te laten worden.”

Terwijl Bep de restauratie voortzet van een stoommachine waarmee schepen aan het eind van de vorige eeuw werden voorgestuwd, nuanceert directeur De Groot zijn woorden enigszins. “Vergis je niet, het werken hier is absoluut geen bezigheidstherapie of zo. Gesubsidieerde arbeid vormt de ruggengraat voor dit museum. Zonder al die mensen wordt het hier héél stil en ook héél moeilijk om het museum te laten voortbestaan.” Het dédain waarmee in het bedrijfsleven over de banenplannen wordt gesproken is De Groot een doorn in het oog: “Het is beslist geen tweederangs arbeid. Dat imagoprobleem kan die WIW misschien oplossen.”

Terwijl De Groot uiteenzet hoe de graanelevators functioneren, en wijst op de havenkranen en stoombokken die de horizon domineren, loopt een jongeman op hem af. “Ik ben vandaag begonnen als hulp bij de boekhouding in de stad”, vertelt hij opgewekt. Hij blijkt een ex-JWG'er te zijn die bij het museum heeft gewerkt als schilder. “De belangrijkste doelstelling voor die jongeren is dat ze arbeidsritme opdoen”, zegt de begeleider van tien JWG'ers die voornamelijk het schilderwerk voor hun rekening nemen. “Het gaat om simpele dingen, zoals op tijd komen enzo.” Het probleem waar begeleider E. van Es vooral mee te maken heeft is dat de jongeren geen scholing mag worden aangeboden. Daardoor ontbreekt het een JWG'er met aanleg voor het vak aan perspectief, meent de begeleider. “Da's natuurlijk slecht voor de motivatie”, vult de directeur aan, “en maakt de doorstroming naar een vaste baan bovendien heel moeilijk.”

Met de nieuwe wet zou aan dit euvel een eind moeten komen. De mogelijkheid om te scholen en financiële prikkels uit te delen vormen volgens minister Melkert (Sociale Zaken) de belangrijkste verschillen met de oude regelingen. Ook komt de verantwoordelijkheid voor gesubsidieerde arbeid volledig bij de gemeenten te liggen. Ze krijgen bijna twee miljard gulden per jaar. De Groot heeft zijn advies aan de gemeente Rotterdam al geformuleerd: “Richt een uitzendbureau voor gesubsidieerd werk op.”

Immers, in Nederland heeft de uitzendformule zich bewezen als hét middel om wensen van aanbieders en van vragers naar werk op elkaar af te stemmen. “En waarom zou dat niet kunnen met gesubsidieerde arbeid? De WIW maakt het mogelijk.” Het gedroomde uitzendbureau kan binnen een dag een aanvraag van De Groot op de deurmat verwachten, zegt de directeur lachend. ,Met mijn aanvraag voor een huishoudelijke hulp wil het niet erg vlotten. Die hulp, dat is een Melkert IV-baan, geloof ik.”