Verplaatst ritueel: tamme vertoning

Concerten: slotdagen van Sugar & Spice met Estudiantina Invasora uit Cuba, het rara-ensemble Premye Nimewo plus Sanba Zao uit Haïti. Gehoord: 18 en 20/6 Tropeninstituut, Amsterdam.

'Om een uur of elf brak plotseling het hoogtepunt aan. De priester dronk iets uit een in papier gewikkelde fles en sproeide het vocht met de lippen in de richting van de mambo's (vrouwelijke danseressen), waarvan er enkelen ogenblikkelijk in hysterische opwinding raakten. Ze gedroegen zich als epileptici, en een priesteres die mij tot dat ogenblik had geboeid door de waardigheid in haar dans bonkte op het ritme van de trommen met haar hele lijf over de morsige vloer. De geest van Dambala was in haar gevaren...'

Zoals in deze beschrijving, van de Amerikaanse historicus Marshall W. Stearns, ging het in het Amsterdamse Tropeninstituut niet. De voorstelling 'Voodoo laat hare ware gedaante zien' was op het door hem genoemde tijdstip achter de rug en iedereen was al weer overgegaan tot de orde van de dag. Het ensemble Premye Nimewo verbaasde zich onder de douche hoogstens nog even over de lauwe reactie van het publiek, dat zich buiten verwonderde over de tamheid van het gebodene.

Het van het Haïtiaanse platteland geplukte ritueel bleek als theaterproductie net zo matig en bij vlagen slaapverwekkend als de katholieke hoogmis met drie heren, ooit als theater uitgevoerd in Paradiso. 'Opgevoerd' is iets heel anders dan 'opgedragen'. Voor kerkse gelovigen heeft alles betekenis, zelfs het minicuulste gebaar, maar heidense theaterbezoekers willen worden overtuigd. De trommelaars van Premye Niwemo slaagden daar in het Tropeninstuut aardig in, de in een onverstaanbaar patois gezongen vraag-en antwoordzang al veel minder, de dansmariekes helemaal niet. Telkens een andere jurk aan, een dansje met de voorhoofden tegen elkaar gevolgd door een 'bijna-omvaldans' en een nummertje rollen over de vloer, het geeft veel beweging op het podium maar niet in je ziel als de geest van Dambala maar niet in je wil varen. Met als gevolg dat, als er eindelijk een danseres onmachtig op de grond blijft liggen, je dat niet wijt aan een heilige trance maar aan een alledaagse appelflauwte. Zoals Stearns in 1953 in Haïti noteerde: 'Het viel mij op dat verschillende mambo's, bijgekomen uit hun epilepsie, rustig gingen zitten en in slaap vielen.'

Bij het optreden van Estudiantina Invasora in de Marmeren Hal twee dagen eerder, raakte vermoedelijk niemand in trance maar viel er zo te zien ook niemand in slaap, in elk geval niet van verveling. Vier oude mannen met hoeden en petten op deden de percussie en zang, drie 'blote' jonkies op gitaren leverden een bescheiden maar constructief aandeel. Leadtrompetspeler Inaudi Paisá zat voor zijn pensioen in het symfonie-orkest van Santiago de Cuba en speelde na een wat modderig begin steeds beter.

Op de aanstekelijke akoestische plattelandsmuziek viel uitstekend te dansen, hoofs en afstandelijk, maar ook erotisch en intiem. Een werelds dansje met een aardige partner, het is soms bevredigender dan het opwekken van een geest die alleen maar wil 'helen' indien hij uit de juiste fles wordt gehaald.