Spanje moet nog wennen aan vertrek González

Spanje neemt afscheid van Felipe González. Maar Spanje weet nog niet wat het aanmoet met het vertrek van een man die nog betrekkelijk jong is, maar op het Europese toneel kan doorgaan voor een ervaren staatsman.

MADRID, 23 JUNI. In Spanje is het post-Felipe tijdperk ingegaan. Felipe González, op zijn 55ste een van de meest ervaren staatslieden in Europa, trad af als leider van de Spaanse Sociaal-Democratische Partij (PSOE). Op de laatste dag van het PSOE-congres werd gisteren fractiewoordvoerder Joaquín Almunia gekozen als opvolger gekozen.

Het nieuwe gezicht van de PSOE laat zich omschrijven als een degelijke middenklasser, betrekkelijk jong (49 jaar), maar met negen jaar ministerschap achter de rug tevens zeer ervaren. Geen primadonna in het debat of bij verkiezingsbijeenkomsten, maar een harde en betrouwbare werker. Een pragmaticus in de beste traditie van González, maar met genoeg contacten binnen het partij-apparaat om ook de meer linkse vleugel tevreden te stellen. De socialisten kortom, kozen voor zekerheid.

Na de verrassende aankondiging van het vertrek van González, vrijdag, hadden de socialisten precies 48 uur om een nieuwe partijleider te kiezen. Duidelijke favorieten waren er niet: González' kroonprins Javier Solana staat bij de de NAVO geparkeerd. In een hectische atmosfeer en temidden van de gebruikelijke machtstrijd - partijbaronnen uit de regio versus het Madrileense kader, pragmatici versus de oude hardliners - werd al snel de naam van Almunia genoemd als meest voor de hand liggende opvolger. Hoewel de scheidende partijleider zich naar eigen zeggen niet met de keuze heeft benoemd, past het resultaat wonderwel in de lijn zoals die altijd door González is uitgestippeld.

De Spaanse politiek zonder de dominante rol van González, dat wordt even wennen. Spanje keek er de laatste jaren niet meer van op als González zijn weerzin tegen het leiderschap van zijn partij steeds openlijker uitte. Bij de laatste verkiezingen gaf hij zelfs te kennen dat hij het lijsttrekkerschap liever aan een ander liet. Toen het partijkader evenwel besloot andermaal een beroep op hem te doen zwichtte de socialistische coryfee onder zuchtend protest. De PSOE verloor van de conservatieve Partido Popular, maar het verschil was minimaal en onderzoek wees uit dat vele kiezers zich toch weer hadden laten verleiden door de persoonlijke charmes van González.

Wie wel eens een toespraak van González heeft bijgewoond kan zich daar wel iets bij voorstellen. Het zwijgzame, tikje norsige en soms uitgesproken apathische voorkomen van de leider veranderde bij toverslag. Achter de kansel stond dan een bevlogen en enthousiasmerende leider, met de zekerheid en het relativeringsvermogen van een ervaren staatsman die zich een ironisch grapje kan veroorloven. Met zijn bevlogen afscheidstoespraak van vrijdag bewees González andermaal in staat te zijn een publiek in vervoering te brengen: een muisstille zaal, donderend applaus en menig partijlid dat na afloop zijn tranen niet kon bedwingen.

Met González verliest de PSOE een belangrijk deel van haar werkkapitaal en de partij weet het. Weinig andere actieve politici in Spanje hebben zich zo intensief bemoeid met de overgang naar de democratie na de dood van Franco in 1975. Weinig anderen zijn zo goed thuis in het labyrint van de politieke, sociale en financiële machtsstructuren. En weinig anderen in Spanje kennen de unieke combinatie van charmeur, strateeg en geslepen tacticus die González tot een politieke slangenbezweerder maakte. González was ideoloog, partij-organisator, regeringsleider en stemmentrekker tegelijk. Onder hem groeide de PSOE uit van betrekkelijk marginaal en ouderwets socialistisch partijtje tot een politiek succes: pragmatisch links, bij tijd en wijlen op een bijna liberale middenkoers.

De schok is des te groter, omdat weinigen de dreiging van het vertrek serieus namen. Het gesputter van González bij de laatste verkiezingen werd in veel commentaren zelfs afgedaan als rituele flauwekul die uitsluitend tot doel had de loyaliteit aan de leider een extra impuls te geven. Aan de vooravond van het congres had González te kennen gegeven dat er haast gemaakt moest worden met zijn opvolging. Maar de aandacht ging vooral uit naar het nakende ontslag van Alfonso Guerra. Guerra, nog steeds Nummer Twee van de partij, maakte als ideologische alter ego samen met González carrière, maar raakte als aanvoerder van de socialistische hardliners steeds verder van de partijleider verwijderd.

Anders dan in 1979, toen González tijdelijk aftrad om zijn partij te forceren afscheid te nemen van haar marxistische grondbeginselen, twijfelt niemand er aan dat het afscheid nu serieus gemeend is. Als oppositieleider maakte González het afgelopen jaar al de indruk van een staatsman in retraite, die op zijn vele verre reizen het beleid van de huidige regering van commentaar voorzag. Van een gehaaide oppositieleider, die op energieke wijze het kabinet op de huid zat, was geen sprake.

González leidde zijn partij 23 jaar, waarvan bijna veertien jaar als premier, maar ging steeds zwaarder gebukt onder de routine van het leiderschap. In de jaren van zijn laatste kabinet begon de premier er steeds vermoeider uit te zien. Volgens een slinkend groepje vertrouwelingen trok González zich steeds verder terug, eenzaam aan de top.

Wat daar zeker aan bij heeft gedragen zijn de schandalen die de socialistische partij de afgelopen jaren plaagden. Bitter moest de partijleider - zelf nimmer betrapt op enige hang naar financieel gewin - aanzien hoe een deel van zijn gevolg op onbeschaamde wijze de staatskas had geplunderd. Zwaar moet ook de klap geweest zijn van het heropende gerechtelijke onderzoek naar de doodseskaders. Deze brachten in de jaren tachtig 28 vermeende terroristen van de Baskische terreurbeweging ETA om het leven. Een twintigtal verdachten moet zich verantwoorden voor deze affaire. Het is niet uitgesloten dat de vroegere premier zich alsnog in een van de vele strafzaken moet verantwoorden.

De socialistische leider heeft zijn betrokkenheid bij de doodseskaders altijd ontkend, maar de zaak gelijktijdig afgedaan als een hypocriet complot om zijn regering ten val te brengen. Hypocriet omdat een meerderheid van het land - de conservatieve oppositie voorop - een harde aanpak van de gruwelterreur van de ETA van harte toejuichte. En een complot omdat de gevallen ex-bankier Mario Conde, de Partido Popular en het dagblad El Mundo belastende dossiers over de regeringsbetrokkenheid bij de doodseskeders in de publiciteit brachten.

Complot of niet: door zijn politieke verantwoordelijkheid van de hand te wijzen verloor González ook in eigen kringen aan moreel gewicht. Het partijkader ging door alsof er niets gebeurd was, niemand hield na de schandalen de eer aan zichzelf. Na meer dan twintig jaar kwam het tot een morele, personele en ideologische verstarring van de partij.

Hoewel de nieuwe partijleider Almunia niet direct als grote vernieuwer gezien wordt, heeft González met zijn vertrek toch een impuls tot verandering gegeven, zo is de positieve uitleg die in partijkringen aan het vertrek van González wordt gegeven. Bijkomend voordeel is dat Alfonso Guerra na het besluit van González niet achter kon blijven. Met hem lijkt het traditioneel-ideologische kamp binnen de partij, dat de laatste jaren regelmatig in de clinch lag met de pragmatici onder González, een zware slag toegebracht. Twee voor de prijs van een, zo is het dubbele aftreden reeds bestempeld.

Wat de scheidende partijleider nu gaat doen is nog vaag. Met zijn vele contacten en postuur als ervaren staatsman lijkt een rol in een internationale organisatie het meest voor de hand te liggen. González wees het partijvoorzitterschap - een symbolische functie die nu wordt bekleed door de hoogbejaarde Ramón Rubial - van de hand. Een mogelijke terugkomst als lijsttrekker ligt evenmin in het verschiet.

Maar toch: de twijfel blijft. “Ik blijf beschikbaar voor jullie”, zei González in zijn afscheidstoespraak. Hij haalde voorzitter Rubial aan dat hij desnoods als portier van het lokale partijkantoor zou optreden als de partij dit van hem eiste. Dat laatste zit conservatief Spanje, dat het nieuwtje van González' vertrek met tevredenheid verwelkomde, nog lang niet lekker. “De tijd zal het leren”, zo schreef het afgelopen weekeinde het conservatieve dagblad ABC argwanend, “of het terugtreden van het toneel van González te maken heeft met een genereus gebaar of uitgekiend opportunisme.”