Religie en evolutie; Het godsdienst-gen

Wat is het evolutionaire voordeel van religie? Na de collectieve zelfmoord van de Hale Bopp-sekte in Californië woedt over deze vraag al een maandenlang dispuut in de brievenrubriek van de New Scientist.

De redactie van het Britse wetenschapsblad lokte de discussie uit met een laconiek commentaar op het lugubere einde van de cultus van Heaven's gate in San Diego. Negenendertig mensen benamen zich eind maart het leven, in de hoopvolle verwachting dat hun bewustzijn daarna toegang zou krijgen tot een grote vliegende schotel die de komeet Hale-Bopp begeleidde op zijn reis door het zonnestelsel.

Jammer, schreef New Scientist begin april: niet alleen was een blik in een verrekijker voldoende geweest om te constateren dat de Hale-Bopp alleen rondtoerde, nog veel gekker is dat deze mensen kennelijk nog steeds geloofden in een strenge scheiding tussen lichaam en geest. De Heaven's Gate-leider had zelfs gezegd dat ze hun lichaam 'als een stel kleren' konden afdoen.

Nu voelt het inderdaad vaak zo dat het bewustzijn als een soort kapitein op de brug om zich heen kijkt en bepaalt wat er gebeurt met het lichaam, maar dat is een illusie, aldus de NS-redactie. Onderzoek naar de menselijke reactiesnelheid heeft uitgewezen dat we ons vaak pas achteraf bewust zijn van wat we hebben gedaan. Neem een tenniswedstrijd: pas microseconden nadat de speler de bal heeft teruggeslagen ervaart hij zijn eigen actie. Voor een noodstop in de auto of op de fiets en talloze andere acties geldt hetzelfde. Wie gelooft in superioriteit van het bewustzijn over het lichaam houdt zichzelf voor de gek. “Onze hersenen kunnen de illusie van bewuste controle alleen in stand houden door de keten van gebeurtenissen voortdurend te antedateren.” Ons bewustzijn, c.q. onze ziel, is onderdeel van ons lichaam, dat het bewustzijn meestal te snel af is.

Maar als de waarheid zo simpel is, waarom blijven dan zoveel mensen volharden in hun irrationele religieuze geloof in het bestaan van een ziel, vraagt een paar weken later D.W. Dew (uit Peterborough, Northamptonshire) in de rubriek Letters. Hij weet het antwoord: een godsdienst-gen! Dat verklaart dan meteen waarom zoveel verstandige, hoogopgeleide mensen toch blijven geloven. Precies, schrijft vervolgens Stephen Moreton (uit Warrington, Cheshire): uit tweelingenonderzoek is gebleken dat religiositeit voor 50 procent erfelijk bepaald is. En veel mystieke ervaringen ontstaan uit neurologische ongesteldheden, zoals epilepsie in de temporale hersenkwab.

Tuttut, reageert Anthony Grigor (Newcastle upon Tyne), waarom zou je die 'ongesteldheden' afdoen als foutjes in de bedrading? Wiskundigen hebben een grotere gevoeligheid in weer een ander deel van de hersenen, en geloven zij niet ook vaak in een bovenaardse wereld waar de getallen als Platonische Ideeën eeuwig en onveranderlijk bestaan? Het is nu eenmaal zo dat het vermogen tot ongewone ideeën evolutionair nuttig is gebleken in de geschiedenis van de mens, daardoor kon ook het gen voor schizofrenie de millennia overleven.

Religie heeft geen evolutionair nut, het is een bijproduct van onze kinderachtigheid, aldus echter Andrew Page (Ashtead, Surrey) in de New Scientist van 7 juni. Typisch voor de mens (en overigens ook voor veel van zijn huisdieren) is namelijk dat hij in volwassenheid veel evolutionair nuttige eigenschappen van zijn kinderlijke ontwikkeling heeft behouden: speelsheid, leergierigheid, maar ook bijvoorbeeld ons platte gezicht (waarmee ook veel dieren op de wereld komen). De prijs van dat verschijnsel van de neotenie, waaraan we dus via de leergierigheid ook de wetenschap te danken hebben, is dat mensen tevens een kinderlijke behoefte aan ouderlijke zorg hebben behouden. En omdat die zorg duidelijk niet altijd op aarde wordt gegeven, moet die wel ergens in een andere wereld bestaan. Bijvoorbeeld in een komeet.