PSV-coach Verhaeren fluit zwemmers naar successen

Jacco Verhaeren is zwemtrainer van PSV. Zijn pupillen sleepten de afgelopen dagen in Eindhoven een reeks nationale titels in de wacht. Maar wat echt telt, meent Verhaeren, zijn medailles op EK en WK, respectievelijk in augustus en januari 1998.

EINDHOVEN, 23 JUNI. Drie dagen lang stond Jacco Verhaeren te fluiten langs de kant van het 50-meterbad van De Tongelreep, schel en keihard. Niet alleen een vorm van aanmoediging, legt hij uit, bij de schoolslag en de vrije slag kan hij al fluitend het tempo aangeven dat zijn pupillen moeten zwemmen. “Roepen heeft geen zin, dat horen ze niet. Fluiten wel. Als ik eens een keer niet fluit, vragen ze waarom ik het niet heb gedaan.”

Aan het einde van de zondagmiddag maakt Verhaeren de balans op van het NK. PSV'er Marcel Wouda neemt op dat moment weer een hoofdprijs in ontvangst. Deze keer voor zijn titel op de 400 meter wisselslag. De Brabander tikte maar liefst dertien seconden eerder aan dan de nummer twee. In zijn specialisme staat Wouda in Nederland op eenzame hoogte.

Waar het succes van Wouda beperkt bleef tot twee titels - behalve de 400 meter wisselslag won hij ook de 200 meter schoolslag - voegde ploeggenoot Pieter van den Hoogenband vier prijzen aan zijn erelijst toe. Op de vrije slag (50, 100 en 200 meter) was hij onverslaanbaar en op de 50 meter vlinderslag verbeterde hij vrijdag het Nederlands record. Als vanzelfsprekend greep de estafetteploeg van PSV de titel op de 4x100 vrije slag en de 4x100 wisselslag. Bij de vrouwen vergaarde PSV'er Madelon Baans de meeste titels: op de schoolslag (50, 100 en 200 meter) en op de 200 meter wisselslag.

Ondanks deze successen bestempelt coach Verhaeren het NK als niet meer dan “een belangrijke test”. Het aantal titels dat zijn pupillen in drie dagen bij elkaar hebben gezwommen heeft hij niet geteld. Wat voor hem werkelijk telt zijn olympische medailles, ereplaatsen op het WK en in iets mindere mate podiumplaatsen op het aanstaande EK in Sevilla. Op sommige afstanden verschenen in Eindhoven de specialisten van PSV niet eens aan de start, om hun krachten voor de Europese titelstrijd te sparen.

“Toch is mijn verwachtingspatroon iets lager dan voor de Spelen. Daar hadden we alles voor gedaan, drie jaar naar toegewerkt. Voor Atlanta moest alles opzij. Nu heeft iedereen minder gezwommen dan vorig seizoen, maar dat wil nog niet zeggen dat we in Sevilla geen kans maken op medailles. Echt scherp trainen doen we pas sinds drie weken. Terwijl we nog maar elf weken van het EK verwijderd zijn.”

Hoewel Verhaeren zegt met PSV over één van de beste zwemteams ter wereld te beschikken, meent hij dat de buitenlandse concurrentie sinds de Spelen sterker is geworden. “Omdat ze in het buitenland bijna allemaal full-time prof zijn. Daar zitten ze niet van negen tot vier in de schoolbanken of op het werk. Bij ons werken ze of studeren ze bijna allemaal. Daardoor heb ik het plan dat ik in september heb opgesteld wel tien keer moeten bijstellen. Alleen vorig seizoen konden we doen wat we wilden en heb ik mijn planning volledig kunnen uitvoeren.”

“Heel belangrijk” noemt Verhaeren het EK in Spanje, omdat dan startplaatsen voor het wereldkampioenschap te verdienen zijn. “Als ze daar de WK-limieten halen, kunnen ze zich van september tot januari rustig voorbereiden op het WK. Dan hebben ze verder niks anders aan hun kop.” Het WK wordt in januari in het Australische Perth gehouden.

Verhaeren is ervan overtuigd dat de WK “top wordt, als we tenminste alles kunnen uitvoeren”. De naam van Van den Hoogenband noemt hij in dat verband vooral. “Ik verwachtte hier geen wonderen van Pieter, maar gebleken is dat hij binnen drie weken aardig op niveau is gekomen. Hij heeft zich razendsnel ontwikkeld. Van zo'n zwemmer sta ik nog elke dag te kijken. Ook tijdens de training. Dat is iets wat je bij alle talenten ziet.”

Dat er tussen het EK en WK slechts een periode van vier maanden ligt, ziet Verhaeren in tegenstelling tot een aantal van zijn collega's als een voordeel. “Dat betekent vier maanden effectieve trainingsarbeid. Daar houd ik van. Dan blijven ze scherp. Ik maak me meer zorgen over het vervolg van 1998. Dan is er niks. Hoe motiveer je ze dan? Meestal laat je op het zomer-NK de toppers niet op hun beste nummers uitkomen. Misschien moeten we dat volgend jaar ook wel doen. Zo'n keuze maken we uit topsportoverwegingen. Marcel Wouda heeft hier geen 200 wissel gezwommen en Kirsten Vlieghuis niet de 400 en 800 meter vrij. Als ze dat wel doen, winnen ze met twee vingers in de neus. Maar ook voor zo'n EK moeten ze zich opladen. Dus moeten ze die afstanden niet te vaak zwemmen.” Dezelfde overwegingen speelden bij Verhaeren toen hij afgelopen weekeinde de vrouwenestafetteploeg terugtrok van deelname aan de 4x200 meter vrije slag.

Ver voor de Spelen speelde Verhaeren met het idee om in het buitenland als coach aan de slag te gaan. Maar al voor Atlanta bereikte hij een overeenkomst met PSV om te blijven. Inmiddels heeft Verhaeren zich tot en met de Spelen van 2000 aan de club verbonden. “Ik heb plezier in mijn werk en dat is het belangrijkste wat er is. Ik zou deze groep niet in de steek kunnen en willen laten. Het is één van de beste teams ter wereld. Terwijl het zwemmen in Nederland een paar jaar geleden niks meer voorstelde.”

Bij het Nederlands kampioenschap in Eindhoven werden twee nationale records verbeterd. Pieter van den Hoogenband verbeterde het nationale record op de 50 meter vlinderslag tot 24,83 seconden. Suze Valen zwom op de 50 meter rugslag 29,57 seconden.

Na het evenement heeft de zwembond de samenstelling bekendgemaakt van de Nederlandse ploeg voor het EK in Sevilla, van 19 tot en met 24 augustus. Bij de mannen gaan Bram van Haandel, Mark Veens, Marcel Wouda, Pieter van den Hoogenband (allen PSV), Bas Ido Wennekes, Mark van der Zijden, Benno Kuipers (allen DWK), Martijn Zuydweg (Nautilus), Stefan Aartsen (De Kempvis), Chester Marsman en Dennis Rijnbeek (AZ&PC). Bij de vrouwen bestaat de selectie uit Madelon Baans, Angela Postma, Minouche Smit, Patricia Stokkers, Kirsten Vlieghuis (PSV), Suze Valen (De Dolfijn), Wilma van Hofwegen (AZ&PC), Sabrina Fortes (De Kempvis), Carla Geurts (UZSC), Manon Masseurs (Rapido'82) en Brenda Starink (VZC).