Ook Roemenië hoort in de NAVO; Dr. P.M.E. Volten is hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen in Groningen en directeur van het Centre for European Security Studies.

Uitbreiding van de NAVO zonder meer is onwenselijk, vindt Peter Volten. Men moet zich ook op stabiliteit en democratie gaan richten.

Zo spannend als de top van Amsterdam was, zo saai dreigt de NAVO-top in Madrid in juli te worden. President Clinton heeft de uitkomst al geruime tijd op tafel gelegd: slechts Polen, Tsjechië en Hongarije mogen in 1999 toetreden tot de NAVO. In Nederland is bitter weinig aandacht geschonken aan de vragen of andere landen in aanmerking moeten komen voor lidmaatschap en hoe moet worden omgegaan met de niet-uitverkorenen. Die vragen hebben met name betrekking op Roemenië dat als geen ander land staat te trappelen van ongeduld, maar outsider dreigt te blijven in een spel van politiek handjeklap. Ook Slovenië zou wel willen, maar dat ligt binnenlands en internationaal minder gevoelig.

Een zorgvuldige behandeling van de positie van Roemenië is van aanzienlijk belang voor dat land, voor de regio en voor de NAVO zelf. In de eerste plaats verdient Roemenië het lidmaatschap in het licht van de algemene beginselen die als ruwe richtlijn zijn opgesteld door Brussel. Het gaat daarbij om zaken als democratische verkiezingen, markteconomie, minderhedenbeleid, afspraken in het kader van de OVSE en civiele controle over het militaire apparaat.

De mate waarin op deze gebieden vooruitgang is geboekt, is indrukwekkend, ook al is die vooruitgang niet overal even groot en tijdens de regeringen onder president Illiescu tot eind vorig jaar in menig opzicht te traag verlopen. De eerste zeven jaar na de val van het communistische regime hebben laten zien dat Roemenië zich wenste aan te sluiten bij westerse instituties, maar gebukt bleef onder een autocratisch bewind en een politieke elite die grotendeels de oude nomenklatoera weerspiegelde. Dat bewind heeft stappen in de goede richting gezet, vooral onder aanmoediging van het Westen, maar het heeft nooit echt overtuigd. Het imago van Roemenië in het Westen bleef geteisterd door een lang en slecht verleden en door een halfslachtige politiek.

Daar heeft de bevolking in november een historische streep doorgezet. Voor het eerst sinds de jaren dertig werden werkelijk democratische en vreedzame verkiezingen gehouden; voor het eerst werd in het voormalige Oostblok bij de tweede verkiezingen sinds 1989 een coalitie zonder een partij met een communistische achtergrond gekozen. Deze coalitie kan steunen op meer dan 60 procent van de stemmen, mede dankzij de deelname van de partij die de Hongaarse minderheid vertegenwoordigt.

Hoezeer er verandering plaats vindt, blijkt uit het feit dat aan deze Hongaarse partij, in de persoon van de gematigde Tokay, het ministerie voor Nationale Minderheden is toevertrouwd. Opvallend is verder dat het eerste bezoek van de minister van Buitenlandse Zaken Boedapest betrof, in Moldova iemand met de positie van staatssecretaris als ambassadeur werd benoemd en dat in korte tijd alle geschillen met de Oekraïne werden bijgelegd.De nieuwe regering voert een dapper en ingrijpend hervormingsprogramma uit, oog in oog met de bevolking die 70 tot 80 procent in koopkracht is achteruitgegaan en wier geduld nog geruime tijd op de proef zal worden gesteld. Dergelijke prestaties dienen serieus te worden genomen bij het aflopen van het lijstje criteria die het Westen heeft opgesteld.

Dit leidt tot een belangrijke conclusie: het stellen van voorwaarden (conditionaliteit) werkt en kan voor de regio van belang blijven. Uitgesproken en nadrukkelijke conditionaliteit - een betrekkelijk nieuw verschijnsel - spoort machthebbers aan tot beoogd gedrag en dwingt hen tot het afleggen van verantwoording tegenover het electoraat. In het geval van Roemenië zegt meer dan 90 procent van de bevolking ja tegen aansluiting bij het Westen en heeft conditionaliteit voor een deel bijgedragen tot de uitslag van de verkiezingen van november.

Die overweldigende meerderheid verdient respect en psychologisch begrip in het Westen. De name of the game, ook op veiligheidsgebied, is het scheppen van een samenleving van democratische staten. Indien Hongarije wel en Roemenië geen lid wordt van de NAVO (en andere instituties), dan is de prikkel voor een goed minderhedenbeleid geringer en de aanleiding voor de heropleving van nationaal-extremistische partijen, die in november een flinke nederlaag hebben geleden, groter. Wanneer geen respect wordt getoond voor de gestelde voorwaarden, zal dit een negatief effect hebben, niet alleen op de samenwerking tussen de landen in de regio, maar ook op de ontwikkelingen in de individuele landen, zoals bijvoorbeeld in Slowakije onder de autocraat Meciar.

Tenslotte de NAVO zelf. Na de top van Amsterdam blijft onzekerheid bestaan of de EU in 2005 in staat is tot hervorming en uitbreiding te komen. De uitbreiding van de NAVO is daardoor wellicht belangrijker geworden, met name in politiek opzicht. Die organisatie ligt voor op de EU en WEU en kan de zo gewenste aansluiting van Roemenië bij het Westen concreet - en niet slechts symbolisch - gestalte geven.

Maar bovenal zou de NAVO tonen een instituut te zijn, dat zich aanpast en een nieuwe rol speelt in Europa. Het is immers steeds minder de collectieve verdedigingsorganisatie die het was en steeds meer een instituut dat de verdediging en versterking van gedeelde waarden en normen voorstaat. Artikel 5 met betrekking tot de wederzijdse veiligheidsgarantie staat niet meer onbetwist voorop, zoals tijdens de Koude Oorlog. Die plaats wordt betwist door Artikel 2, dat spreekt over die versterking. De eenduidige militair-strategische taak van weleer is al zeven jaar aangevuld met vredeshandhaving en humanitaire interventie. De herstructurering van de strijdkrachten van de NAVO richt zich sindsdien in toenemende mate op die laatste taken. In Roemenië wordt daarover niet anders gedacht. 90 procent van de Roemeense militairen spreekt zich uit voor deelname aan vredesmissies.

Uitbreiding van de NAVO zonder aanpassing is een slechte zaak. Evenals beperkte uitbreiding op grond van de binnenlands-politieke motieven van president Clinton: omdat er nu eenmaal meer Polen dan Roemenen in de VS stemmen. Uitbreiding is geen zaak van de Amerikanen alleen en reikt verder dan geo-strategische overwegingen. Een snelle toetreding van Roemenië zou duidelijk maken, dat het de NAVO - en juist de Westeuropese lidstaten - ernst is met de stabiliteit en de consolidering van democratische ontwikkelingen in Europa.