Levensdrang slaat te pletter op kranten lezen

Voorstelling: Menuet van Louis Paul Boon door Theatergroep Hollandia. Bewerking: Tom Blokdijk; muziek: Peter van Bergen; decor: Leo de Nijs e.a.; regie: Johan Simons; spelers: Elsie de Brauw, Peter Paul Muller en Frieda Pittoors. Gezien 20/6 Bruynzeel-fabriek, Pieter Ghijsenlaan, Zaandam.

Te zien t/m 6/7 aldaar. Aanvang 21.00u. Inl.: 075-6310231.

In het hart van het oude Zaanse Bruynzeel-rijk, omsloten door een verlaten deurenfabriek en een al even desolate fineerfabriek, speelt Theatergroep Hollandia Menuet naar de gelijknamige roman uit 1955 van Louis Paul Boon. De verkozen ruimte voor Menuet, een tragische driekwartsmaat voor drie personen, strekt zich uit over de gehele breedte van alweer een lege fabriekshal. Ooit werden er stellingen gemonteerd.

Achter de speelvloer bieden ramen uitzicht op een eens gloriërend maar in de jaren tachtig weggekwijnd bedrijf. Ik vond de gekleurde buizen die zich door de lucht van hal naar hal slingeren intrigerend; verspilde slagaders die levenloze lichamen met elkaar verbinden. Ze dienden voorheen voor het afvoeren van houtkrullen en zaagsel.

Oorspronkelijk bestaat Boons roman uit drie monologen, respectievelijk uitgesproken door een man, een meisje van dertien en zijn vrouw. Bewerker Tom Blokdijk heeft hier en daar een korte dialoog ingevoegd, zonder de obsessie van de personages met hun eigen gedachten en emoties geweld aan te doen. Want obsessies, daar draait Menuet om.

In het weidse decor heeft elk karakter zijn of haar eigen domein. De man, werkzaam in de vrieskelders van een brouwerij, overheerst vanaf links en rechts de Bühne. Zijn wereld is niet groter dan een werktafel en een bureaustoel. Keert hij terug van zijn werk, dan knipt hij krantenberichten uit die melding maken van de vernietigende kracht van seksualiteit. Peter Paul Muller in deze rol levert een onophoudelijk en uiteindelijk zinloos gevecht tegen zijn eigen oerdriften. Schitterend verbeeldt Muller de krampachtigheid van een intens verburgerlijkt en versleten bestaan, waarin man en vrouw tot elkaar zijn veroordeeld.

De man denkt na 'over de dingen', en dat maakt hem in de ogen van zijn vrouw tot een schaapachtig, zielig wezen. Nadenken leidt tot niks. Elsie de Brauw als de vrouw, gekleed in het zuurstokroze van de jaren vijftig, wil een leven van werveling en vooruitgang. Zo acteert zij ook, volmaakt balancerend op de grens van frustratie, beheersing en hysterie. Iedere keer dacht ik: “Nu slaan bij haar de stoppen door.” En telkens, door een wonderlijke speling van haar razend actieve lichaam en duizelingwekkende mimiek, door het samenspel van stem, gebaar en onontkoombare aanwezigheid dat acteren is, geeft zij de toeschouwer zicht op de werkelijke drijfveer van haar personage: gefnuikte wil. Wat ze ook onderneemt, het mislukt. Haar levensdrang slaat te pletter op het rotsblok dat 'krantenlezende echtgenoot' heet.

Tussen hen door kruipend, laverend, is daar Frieda Pittoors als het dertienjarige hulpje in de huishouding. Deze actrice, ouder dan Elsie de Brauw en vele malen ouder dan het Lolita-achtig meisje, loopt als een manisch kippetje rond te spelen en vooral haar destructieve invloed op de man uit te venten. En via hem op de vrouw. De laatste maakt haar uit voor 'heks': zij is bang voor wat het meisje in haar man aanricht.

Regisseur Johan Simons laat de acteurs ronddwalen in een grotesk decor, waar stoelen soms op meters afstand van elkaar staan. Toch schuilt er een dwangmatige orde in het geheel, opgeroepen door de angst van de man voor alles wat met natuurlijkheid en wildgroei van doen heeft.

Mijn enige bezwaar is dat de spanningslijnen gaandeweg afnemen, nadat het dramatische hoogtepunt - de vrouw krijgt haar langverwachte baby - is gepasseerd. Opnieuw verliezen de personages zich in monologen, maar de vuurspranken ontbreken nu. Dat de baby niet van haar man is maar van haar zwager, is een incident dat de regie welbewust en passant weergeeft.

Helemaal aan het slot valt er een stilte, waarin het meisje iets in het oor van de man fluistert. Zegt ze dat ze van hem houdt, zoals is gebleken? Of dat het kind van de zwager is? Ik kies voor het laatste. Veel meer dan voorheen bij Hollandia is Menuet een onderzoek naar een stijl van regie waarin alle emoties direct getoond worden. Al was het maar omdat Boon rechtstreeks en rauw van de lever schrijft. Simons doet iets ongewoons: gedachtenstromen transformeert hij tot energie om te handelen. En dat handelen gebeurt als in een kooi; de personages zijn onontkoombaar gevangen in elkaars levens, en dus in elkaars dans.

Niet weg kunnen en dat toch willen. Wat een pijn.