Leut overheerst bij literaire boottocht op de Maas

In Rotterdam lazen gisteren de schrijvers Thomas Verbogt, Adriaan van Dis, Connie Palmen, Wim de Bie en Aat Ceelen voor uit eigen werk. Een gezellig uitje op de Maas met een grotendeels vrouwelijk publiek.

De literaire boottochten met de Animathor, onderdeel van Wilhelmina's Zomers worden georganiseerd door Boekhandel v/h Van Gennep en Hotel New York. Er volgen nog twee tochten (29/6 en 6/7) die allebei uitverkocht zijn. Voor informatie over alle activiteiten: 010-4390500.

Voor de schrijver die voorleest voor publiek moet de verleiding groot zijn er een lolletje van te maken, zeker wanneer hij samen met dat publiek in een boot op de Maas dobbert. Drie van de vijf schrijvers die gisterenmiddag aan boord gingen voor de literaire boottocht, onderdeel van het Rotterdamse festival Wilhelmina's Zomers, bezweken voor die verleiding. De boot was overladen met vrouwelijke lezers die vastbesloten leken er een gezellig uitje van te maken. Dat het gedurende de tocht flink regende en waaide kon daar niets aan veranderen. Wie zou nu al die lieve, merendeels wat oudere dames lastig willen vallen met zijn sombere overpeinzingen?

Adriaan van Dis leek daar niet bij stil te staan, toen hij als eerste een serieuze toon aansloeg met een aantal gedichten die hij de afgelopen winter in Indonesië schreef. Van Dis bekende van te voren wat misselijk te zijn, maar daar had zijn voordracht niet onder te lijden. Ongeveer ter hoogte van de Brienenoordbrug las hij nog een mooi verhaal over een hond, die hij door te slaan tot eten had proberen te dwingen. Voortaan kreeg de hond als de schrijver toekeek geen hap meer door zijn keel.

Tijdens het eerste anderhalf uur lazen Thomas Verbogt, Adriaan van Dis en Connie Palmen voor. Palmen las, op een toon alsof ze tien jaar was, een stuk uit De Vriendschap over de eerste communie: 'Ik dacht er steeds maar aan dat ik god nu echt ging inslikken.'

Hongerig ging men aan wal voor de afternoon tea, geserveerd in een grote loods in Rotterdam Noord. Bij de muziek van het driekoppige De Jongens Driest deden schrijvers en publiek zich tegoed aan sandwiches en scones.

Het tweede deel van de tocht begon met Wim de Bie, die als het typetje Meulendijk een huishoudelijke mededeling had: of we zo goed wilden zijn voor de terugreis nog eens 35 gulden neer te tellen. We konden in plaats daarvan ook bij hem 'Meulendijks Wunderpan' kopen (voor slechts ƒ 69,95), speciaal geschikt voor groenten. Hij toonde een monsterlijke, zilverkleurige pan. Er moesten er wel 75 verkocht worden, anders mochten we niet van boord.

Na deze sketch las de Rotterdammer Aat Ceelen het verhaal 'Cybulski' voor uit zijn boek Hotel Karamoesie. Tijdens een boottocht ontmoet een zanger zijn concurrent Cybulski, een walgelijke man die hij tijdens de reis overboord wil gooien. Hij beschrijft het weerzinwekkende, dikke lichaam van Cybulski, die een hut met hem deelt; zelfs zijn 'ding', dat hij vergelijkt met een pasgeboren dier met blinde oogjes, wordt niet overgeslagen. Als hij hem dan overboord probeert te tillen zorgt de lichamelijke aanraking ervoor dat de haat voor deze figuur omslaat in een vreemd soort liefde, en de twee belanden samen in bed, Cybulski bovenop.

Er klonk geen bevrijdend gelach. Een zacht gemompel ging door de boot. Ceelens onaangenaam plastische verhaal maakte de misselijkheid bij deze of gene er zeker niet minder op. Maar gelukkig was daar Wim de Bie weer, die met zijn monoloogjes uit Meneer Foppe in z'n blootje de goede stemming terugbracht.