John Bröcheler zingt eminent in Cardillac

Concert: Cardillac van P. Hindemith door het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Gehoord: 21/6 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 16/9 Radio 4.

Het perfecte kunstwerk moet noodzakelijkerwijs tot zijn schepper terugkeren. Goudsmid Cardillac roept dit credo vertwijfeld uit aan het slot van Hindemiths opera Cardillac en bekent daarmee dat hij de moorden pleegde op de kopers van zijn felbegeerde sieraden.

Cardillac, afgelopen zaterdag te horen in een co-productie van de Matinee op de Vrije Zaterdag en het Holland Festival, is één van die vroeg twintigste-eeuwse opera's waarvan de strekking bekend is uit de muziekgeschiedenisboeken, maar waarvan slechts weinigen de muziek zullen kennen van live-opvoeringen. De eerste en laatste enscenering van Cardillac was in ons land 36 jaar geleden te zien. In het Holland Festival ging toen twee maal een productie van de Wupperthaler Bühnen. Evenals zaterdag koos men destijds voor de oorspronkelijke versie van de opera uit 1926, en niet voor de gereviseerde versie uit 1952.

In Hindemiths 'whodonit-opera', in de verte gebaseerd op een novelle van E.T.A. Hoffmann, bestaat iedere scène uit een zelfstandig muzikaal raamwerk. Gefascineerd als hij was door de compositiemethoden uit de barok gebruikte Hindemith hiervoor veelal eeuwenoude contrapuntische vormen. Ingenieus gecomponeerd is de Passacaglia die leidt tot de bekentenis van Cardillac. Ieder van de 32 variaties over het thema schildert een ander aspect van Cardillacs abjecte maar toch niet onsympathieke persoonlijkheid.

Door de eminente vertolking van deze gemoedswisselingen door bariton John Bröcheler vormde deze scène het hoogtepunt van de opera. Goede sier maakte ook sopraan Christine Brewer als Cardillacs dochter. Tenor Barry Ryan miste als Offizier de kracht om zijn rol echt leven in te blazen. In de ariette Verjagt sei aller Schrecken, een indrukwekkend gecomponeerde miniatuur waarin een vrij zwevende, steeds maar modulerende melodie wedijvert met de sterke harmonische en ritmische oprispingen van het orkest, dolf hij veelal het onderspit. Het op bloed beluste volk van het Groot Omroep Koor was van grote klasse.

Hindemith gunt zijn luisteraars in Cardillac geen moment van ontspanning. Anderhalf uur lang geselt hij zijn gehoor met al maar voortstuwende, adembenemende pulseringen, geraffineerde slagwerkpartijen, luisterrijke saxofoonthema's en met tal van unisono gezette orkestmelodieën, vol vaart en suspense gespeeld door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart.

Na deze uitvoering ben ik geneigd te denken dat het misschien maar beter is dat een kunstwerk niet meer terugkeert naar zijn schepper. Bij de goudsmid Cardillac leidde dit tot moord; bij de opera Cardillac kan de bewerking die Hindemith later maakte niet anders dan tot een ernstige vervlakking hebben geleid van dit opwindende meesterwerk dat hij op dertig-jarige leeftijd componeerde.