Intiem portret van componist Vermeulen

Zonder weerklank: Ned.3, 23.24u.

Matthijs Vermeulen, wiens oeuvre deze maand in het Holland Festival voor het eerst compleet wordt uitgevoerd, is dertig jaar na zijn overlijden nog steeds omstreden. Sommige recensenten concludeerden al na enkele Festival-concerten dat er toch veel mis is met zijn muziek. Anderen weten er telkens bijzondere en unieke aspecten aan te ontdekken. De titel Zonder weerklank van de tv-documentaire die Ireen van Ditshuyzen maakte over de miskende Matthijs Vermeulen en het Holland Festival-project, slaat dan ook meer op het verleden dan op de toekomst. Maar ook een glorieuze toekomst ligt niet voorspelbaar in het verschiet voor het oeuvre van de smidszoon, in de muziek een autodidact. Vermeulen blijft weerbarstig. Al zijn symfonieën als de Eerste en de Zesde buitengewoon aanhoorbaar en succesvol bij de luisteraars. Voor orkestmusici ligt dat toch nog steeds anders, ook nu alle partituren, die 'onleesbaar waren' wegens de overweldigende hoeveelheid herstellingstekens, door de uitgever Donemus zó omgewerkt dat ze 'normaal' zijn te lezen. Valery Gergjev, die met zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest de Vierde symfonie uitvoerde, had zich verkeken op het werk en bleek te weinig repetitietijd te hebben gehad.

Dirigent Hartmut Haenchen, die met het Nederlands Philharmonisch Orkest de Zesde symfonie speelde, klaagde dat er nog steeds fouten in de partituur stonden. Dat bleek niet zo te zijn, er was sprake van misverstanden over de verschillende manieren waarop sommige passages kunnen worden uitgevoerd. Een Rotterdamse violiste klaagt in de documentaire dat de muziek nog altijd lastig leesbaar is, moeilijk na te voelen en te spelen: “Het is telkens alsof je een vinger tekort komt.” En dirigent David Porcelijn, die met het Noordhollands Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest de Derde symfonie uitvoerde, ziet men de musici aanvoeren en bezweren: je mòet erin geloven.”

Sommigen geloven er ècht in: concertprogrammeur Piet Veenstra en dirigent Reinbert de Leeuw, die op een van zijn eerste publieke optredens al Vermeulen speelde. Opmerkelijk is dat Vermeulen later in conflict kwam met de Notenkrakers De Leeuw en consorten, toen die het Concertgebouworkest meer eigentijdse muziek wilden laten spelen. Vermeulen achtte het orkest, opgericht in zijn geboortejaar 1888, sacrosanct, ondanks de miskenning. Het Concertgebouworkest doet ook niet mee aan het huidige Festival-project.

Tijdens Vermeulens leven kwam het slechts tot enkele uitvoeringen van de stukken van de componerende criticus, die het opnam tegen de dirigent Willem Mengelberg, de god in de muziektempel aan de Amsterdamse Van Baerlestraat. Niettemin stuurde Vermeulen aan Mengelberg een partituur. Toen Vermeulen na een jaar vroeg wat Mengelberg ervan dacht, kreeg hij de raad eens les te nemen bij Cornelis Dopper, de componist van de Zuiderzee-symfonie. Dat was, zo legt Reinbert de Leeuw uit, een regelrechte belediging.

Zonder weerklank levert vooral in de bijdragen van enkele van zijn kinderen een vaak intiem portret. Dat zijn zoon Donald nog steeds in Frankrijk woont en Frans spreekt, zegt veel over zijn kwart eeuw van 'ballingschap' (1921-1946) in Frankrijk. Wel blijft Vermeulens dochter Odilia, geboren uit Vermeulens huwelijk met Thea Diepenbrock en ook de echtgenote van Vermeulens biograaf Ton Braas, voor de camera wat afstandelijk en keurig, zeker als ter sprake komt of de componist ook een relatie had met haar grootmoeder, de vrouw van Cornelis Diepenbrock. Wat mij het meeste raakte was het zien van het manuscript van een briefje na het overlijden van zijn eerste echtgenote Anny van Hengst. Hij schreef de letters 'd' in het woord 'dood' als noten.