Het perspectief van Breitner in het Panorama Mesdag

Tentoonstelling: G.H. Breitner, de oorsprong van het moment. T/m 27 juli in Panorama Mesdag, Zeestraat 65, Den Haag. Geopend: ma t/m za 10-17u, zo 12-17u. Cat. ƒ 20,-.

Op initiatief van de Stichting Promotie Den Haag werd twee jaar geleden een vereniging opgericht die grotere bekendheid moest geven aan het zogenaamde Mesdag-kwartier, de Haagse buurt waarin zowel het wereldberoemde Panorama Mesdag als Mesdags woonhuis annex Mesdagmuseum zijn gesitueerd. Deze Vereniging Mesdagkwartier heeft financieel en organisatorisch een tentoonstelling mogelijk gemaakt in het gebouw van het Panorama Mesdag met als onderwerp George Hendrik Breitner en zijn aandeel in het Panorama.

De presentatie is klein, want het gebouw aan de Zeestraat beschikt over weinig museale ruimte. Maar het Panorama heeft met zijn twee tentoonstellingszaaltjes in elk geval meer ruimte dan het deze herfst opgeleverde, nieuw ingerichte Museum Mesdag: daar werden - helaas - vooralsnog in het geheel géén zalen voorzien voor tijdelijke presentaties.

De tentoonstelling in het Panorama Mesdag heeft als ondertitel 'De oorsprong van het moment'. Er worden met nadruk twee stellingen geponeerd. De eerste luidt dat Breitners aandeel in het panoramaschilderij veel groter is geweest dan altijd werd gedacht. Zoals bekend had H.W. Mesdag bij het schilderen van zijn doek van 1080 vierkante meter de hulp ingeroepen van enkele collega's, waaronder zijn vrouw, Sientje Mesdag-van Houten, Breitner en Théophile de Bock. Van oudsher staat de rijdende artillerie op het strand op naam van Breitner. In de tentoonstelling wordt gesteld dat Breitners signatuur over het gehele doek, met name in de vele figuurtjes en ook in de huizen van het dorp Scheveningen, duidelijk aanwezig is.

De tweede stelling luidt dat de nog jonge Breitner, toen het Panorama eenmaal gereed was (dus na 1881), veel losser ging werken. Hij ging vrijer om met perspectief, kortom ging 'fotografischer' kijken. Met dit laatste moet iedereen het wel volledig eens zijn. Breitners toenemende preoccupatie met de fotografie in die periode is een feit, dat nog eens werd bevestigd door de recente tentoonstelling in het Amsterdamse Gemeentearchief van nieuw ontdekte glasnegatieven van Breitner.

Een deel van die foto's hangt nu op de tentoonstelling ter illustratie van Breitners ontwikkeling ná het Panorama.

Ingewikkelder ligt de kwestie over Breitners aandeel. Volgens de organisatoren leveren bronnen of archieven niets op ter verheldering. Het enige argument om meer fragmenten van het Panorama aan Breitner toe te schrijven is hier nu de losse toets. Zo zouden alle poppetjes die met drie, vier trefzekere veegjes zijn geschilderd van zijn hand zijn.

We hebben hier dus te maken met een puur stilistische analyse. Helaas wordt die hier wat eenzijdig toegepast. Breitner wordt veel te veel geïsoleerd bekeken. Want waarom zouden die veegjes niet even goed van die andere jonge schilderhulp van Mesdag kunnen zijn, Théophile de Bock, eveneens een meester van de losse toets? Of van Mesdag zelf, die alleen al in zijn schetsboeken vele malen zulke schijnbaar eenvoudige figuurtjes krabbelde. Of van de kloeke hand van Sientje voor wier schetsboeken hetzelfde geldt?

Wie Breitners aandeel in het Panorama wil analyseren zal ermee moeten beginnen niet alleen zo veel mogelijk krabbels en schetsen van Breitner zelf, maar juist ook die van de andere betrokkenen naast elkaar te leggen. Dat zou wel eens een heel ander beeld op kunnen leveren. Bij voorbeeld dat er meer is samengewerkt dan een twintigste-eeuwer ooit voor mogelijk zou houden. Maar dan wel onder supervisie van meester - en ondernemer - Mesdag zelf.

Waren er in het Mesdagkwartier maar meer mogelijkheden om een dergelijk onderzoek en de museale presentatie daarvan te realiseren.